In het spoor van Cornelis Lely
Enkele weken geleden schreef ik een post over het hoe en het waarom van de Zuiderzeewerken in Nederland. Het wassende water had onze noorderburen op de meest storende momenten lastiggevallen. Vanaf het begin van de twintigste eeuw maakte men noodgedwongen werk van een structurele oplossing voor het probleem. Meteen werd ook een aanzet gegeven om de wijze van landbouw te herzien en konden de vele inpolderingen de Nederlandse bevolkingstoename helpen …
Lees meer »
Het Brusselse schietincident van vorig weekend, waarbij een agent zwaar gewond raakte, heeft een ware mediastorm ontketend. Plots wou niemand meer zwijgen over het onveiligheidsgevoel en de onleefbaarheid van sommige delen van het hoofdstedelijk gewest. De politie durft een aantal wijken niet meer in; kleine en grote onregelmatigheden worden haast altijd geseponeerd. Mensen worden overvallen en scholen moeten wegens een te groot risico verhuizen. Boefjes controleren de straat, de informele economie profiteert van de chaos. Het hoeft geen betoog dat er in Brussel een probleem is dat acuter en acuter wordt. Om een waardige hoofdstad van Europa te blijven moet er een en ander gebeuren. De ordediensten moeten meer middelen krijgen en op elkaar worden afgestemd. Ook bij justitie vraagt men versterking om de dossiers te kunnen blijven opvolgen. Of beter: te kunnen opvolgen, want vaak is van vervolging geen sprake. Althans, zo klonk het aan Vlaamse kant.
In de Franstalige pers werd er veel minder aandacht besteed aan het incident en haar gevolgen. Men begreep precies niet waar die Vlamingen zich druk over maakten. Dit gebeurt toch zo vaak? Doorzeefd worden met kogels uit een machinegeweer, dat hoort nu eenmaal bij een grootstad. De schietpartij was dus niet meer dan een fait divers, maar wel één dat door de Vlamingen natuurlijk weer werd misbruikt om greep op de hoofdstad te krijgen. Ze kunnen het immers niet hebben dat Franstaligen Vlaamsche grond besturen. Met een eengemaakte politiezone, hét wondermiddel van die Vlamingen, zouden ze meteen een extra lepel hebben om in de pap te brokken. De Franstalige politici speelden het spelletje mee en deden elk voorstel af als steekvlampolitiek. Dat laatste is het misschien wel een beetje, maar meer nog dan de wedijver tussen de taalgroepen was de inherente onwil om de problemen aan te pakken hallucinant om zien. Een onverschillige Freddy Thielemans sprak letterlijk over een fait divers, terwijl zijn collega uit Molenbeek, Philippe Moureaux, zijn dédain ten opzichte van de naïeve Vlaamse kijker niet onder stoelen of banken kon steken. Als je arrogantie met wijn kan vergelijken, dan schonken beide mannen ons een Château Petrus van 1935 in. Nog een geluk dat de FDF-armada niet aan het woord kwam.
Maar laten we eerlijk zijn: Vlaanderen heeft lange tijd Brussel links laten liggen. Het was een verfranste stad en wat hadden zij daar nog te zoeken? Een deel van de Vlaamse beweging zou Brussel nooit of te nimmer laten vallen; een ander deel couldn’t care less. De Brusselse Vlamingen zelf deden wat ze konden en namen over het algemeen een gematigde houding aan, want uiteindelijk moet je samen leven en, soyons sérieux, wie zijn wij om iemand op basis van taal als vijand te aanzien? Wederzijds respect moet groeien.
Daarmee zijn de problemen niet van de baan. Integendeel. Men zoekt nu halsoverkop naar maatregelen die tijdelijk voor een pacificatie kunnen zorgen. Zero tolerance is een lapmiddel, maar het werd meteen getorpedeerd door de magistratuur: wij hebben niet voldoende middelen om snel genoeg de dossiers af te handelen. Op zich geen onterechte stelling, maar hiermee was de discussie weer gesloten. Het is alsof de elpee blijft haperen: déjà vu, déjà entendu. En als er meer middelen zullen zijn, dan zal er weer een probleem opduiken qua taalexamens en taalpariteit. Er is dus geen lapmiddel voor de huidige problemen. Het blijft ploeteren en dat kunnen we – als kinderen van Magritte – alsnog begrijpen. Dat men de discussie op lange termijn niet fundamenteel wil voeren is veel en veel erger. Het tegen beter weten in blijven beschermen van minuscule independent kingdoms en kleine machtsbastions is onvergeeflijk. Wat ben je met een fier RSCA als de helft van de stad in lichterlaaie staat? Kan je Molenbeek nog leefbaar houden als de straat door jongerenbendes wordt gecontroleerd? Is het überhaupt moreel verantwoord om een meer efficiënte inzet van de schaarse ordetroepen tegen te houden? Neen, driewerf neen, maar dit is een Belgische context. De één wil niet inbinden voor de ander. Men blijft in de loopgraven zitten. Dit non is echter veel erger dan het ondertussen legendarische non van Reynders en Milquet in augustus 2007. Dit is geen slecht toneel meer. Dit is een bijzonder knap staaltje van verschuilpolitiek: door zich achter valse argumenten te verstoppen verzuimt men om de zaak op te lossen. Dit was al van lang voor de dertigste van januari het geval, maar het obstinate en manifeste non na een toch niet banaal incident is des te triest.
Wat moet je nu zeggen aan mensen – Vlamingen, zoals ze die ook wel noemen – die geïnteresseerd zijn om in de hoofdstad te komen wonen? U wordt hier minder overvallen dan in Johannesburg? Moorden zijn bij ons niet zo gebruikelijk? Louis Vuitton heeft handtassen op overschot? U mag blij zijn dat u gezond bent? In de naburige gemeente is het criminaliteitspercentage tien eenheden groter? Welnu, ik ben zo’n zogenaamde Vlaming die graag in een iets grotere stad wil wonen waar veel te beleven is, waar een goed uitgebouwd cultuuraanbod is, waar je veel verschillende soorten mensen tegenkomt en vrienden kan maken, ongeacht hun taal en huidskleur. Hoe wil je nu dat iemand die stap neemt als de diverse overheden verzuimen om ook maar in de verste verte aan structurele oplossingen voor reële problemen te werken. Er zijn natuurlijk ook veel buurten waar géén moeilijkheden zijn, maar waar die wel bestaan, daar moeten ze met man en macht worden aangepakt.
Onze opeenvolgende staatshervormingen hebben het er niet makkelijker op gemaakt. De bevoegdheden zijn tot in het absurde verspreid geraakt om compromissen te forceren. In de gegeven omstandigheden was dat een te verdedigen stelling, maar eenmaal de gemoederen zijn bedaard moet een rationalisering worden overwogen. Federalisme is een perpetuum mobile. Een eindpunt, zeker in een Belgische context, is niet voor morgen, maar soms roept de realiteit hoogdringendheid in. Een nieuw pact voor Brussel zou geen overbodige luxe zijn. De stad verdient het niet om tot een Europees district te worden gedegradeerd, maar een kleine twee dozijn burchten zijn in een moderne metropool evenmin aanvaardbaar. We moeten er naar streven dat het gewest alle bevoegdheden verkrijgt die van bovenlokaal belang zijn. Daarvan is de politie de belangrijkste exponent. Wat de taalsamenstelling en politieke verhoudingen betreft moet alles minstens bespreekbaar zijn – leve de realpolitik – zolang iedereen op voldoende respect kan rekenen. Dat dit institutionele spitstechnologie vereist spreekt voor zich, maar als men er in slaagt om een aantal bevoegdheden te homogeniseren en te coördineren binnen een besluitvaardig apparaat zetten we stappen in de goede richting. Bij sollicitaties voor onderhandelaar (m/v) is een pragmatische geest een doorslaggevende voorwaarde.
En ja, hoezeer ik deze federatie in het hart draag, dit keer is het een grotendeels Franstalig korps dat een zware verantwoordelijkheid draagt. Zij hebben het per slot van rekening op vele plekken voor het zeggen en moeten dan ook met initiatieven over de brug komen. Alles steeds op conto van een (extreem-)rechts Vlaams complot blijven schrijven is niet meer ernstig. Het geeft blijk van zwakte. In een internationale context is dit ronduit belachelijk en dat kan Brussel als hoofdstad van Europa niet veroorloven. Haar imago is al genoeg aangetast.
Desalniettemin blijf ik in de stad geloven. Ze heeft te veel troeven en is te mooi om zomaar te worden opgeofferd op het altaar van koppigheid en arrogantie. Hebben we echt een nieuw Heizeldrama nodig voordat alle partijen tot een deftig gesprek bereid zullen zijn?
Tags: anderlecht, brussel, brussels hoofdstedelijk gewest, eengemaakte politiezone, molenbeek, philippe moureaux, politie
De wereld van de social media is toch wel fascinerend. Twitteraar Xavier Damman, een student aan de UCL en web developer, stond vanmiddag in San Francisco aan de deur van het auditorium waar Apple de nieuwe iPad voorstelde. Tweeten maar: “I did a few interviews at the exit of the Apple Keynote.”, aldus Damman, “General impression: no wow effect.” De CEO van Apple, Steve Jobs, had zijn tablet computer nochtans zo goed mogelijk proberen te verkopen. Hij schuwde geen superlatieven: “It is the best browsing experience you’ve ever had. … It’s unbelievably great … way better than a laptop. Way better than a smartphone.” Dat hij daarmee twee van zijn succesnummers en mijn haast onmisbaar alaam – de MacBook en de iPhone – eventjes in de kou zette kon hem weinig schelen. Dit was his moment. De wereld keek naar Apple. We zouden het geweten hebben. Overal haalde Jobs met zijn iPad de hoofdpunten: van CNN.com tot De Standaard.
Tien jaar geleden was Apple haast ten dode opgeschreven, maar de manier waarop ze zich herpakt hebben is bijna legendarisch te noemen. In feite is het een simpele formule: waarom het de mensen moeilijk maken als het ook makkelijk kan? Sinds de echte doorbraak van de PC – toch nog maar een vijftiental jaar geleden – was Microsoft met Windows de onbetwiste marktleider. We konden er niet onderuit en waren allemaal blij met dat ding dat zoveel kon: surfen met Internet Explorer, teksten typen met Word, rekenen met Excel, presentaties maken met Powerpoint… De mogelijkheden en toepassingen waren haast oneindig. Tolerant als we waren klaagden we maar sporadisch als het ding het liet afweten. Vooruitgang heeft een prijs; Rome werd ook niet op één dag gebouwd. De legendarische blauwe schermen van Windows 95 en 98 namen we erbij; in XP zagen foutmeldingen er al iets deftiger uit, maar de al dan niet frequente interrupties begonnen irritant te worden. De besturingssystemen waren vaak te zwaar voor de pc’s; ze konden niet volgen en de modale gebruiker bleef ofwel met gedateerde versie werken of moest noodgedwongen de economie een extra impuls geven. De miskleun met Windows Vista was voor vele mensen het toppunt van ergernis. Moeten we ons elke dag al dat leed aandoen? Voor mij was het na de diefstal van mijn Vista-powered laptop in Charleroi duidelijk: ça suffit. Nu wagen we de stap naar Apple. Het was met de MacBook twee weken je weg zoeken, maar daarna was het duidelijk: dit toestel bezorgde mij aanzienlijk minder tot géén grijze haren en nog minder vierletterwoorden. Het ding start snel op en sluit nog sneller af. Blokkeren doet het nauwelijks. Geen ambetante Internet Explorer, maar de vertrouwde Firefox. MS Office voor Mac had ik er dan wel bij gekocht, maar eigenlijk was dat overbodig: Open Office doet wat mij betreft het werk meer dan voortreffelijk. Apple was er toch een beetje in geslaagd om mij het leven makkelijker te maken. Adieu Windows.
Ook wat mobility betreft was de onderneming uit Cupertino een schot in de roos. Ik had enkele jaren geleden een pda met Windows Mobile gekocht. Het moet gezegd: dat ding werkte nog slechter dan Windows Vista. Dat de stylus geen ideaal instrument was, tot daar aan toe. Dat het programma niet reageerde bij een klik op een OK-knop was veel frustrerender. Waardeloos. Toen kwam de iPhone. Het leven werd opnieuw iets makkelijker.
Verandert alles wat Apple lanceert nu in goud? Zeker: Steve Jobs heeft mij het voorbije jaar van heel wat rechtopstaande haren gespaard. Voor wat de modale surfer, de blogger, de programmeur of de typiste betreft is Apple een ideale oplossing. Wellicht is dit in netwerksituaties enigszins anders, maar daar moeten experts zich maar over buigen en zich jammer genoeg over een Microsoft-infrastructuur ontfermen. Toch mag Apple niet op haar lauweren blijven rusten. Innoveren en het leven makkelijk maken is de boodschap, maar of dat met een iPad-hype ook het geval is blijft voorlopig een open vraag. What’s in it for me? Op dit moment zie ik niet in wat ik tussen mijn MacBook en mijn iPhone nog moet meesleuren op de trein. Noden kunnen natuurlijk gecreëerd worden. Het valt af te wachten of ook wij binnen enkele jaren nieuwe behoeften zullen krijgen. Made in Cupertino, California…
Tags: apple, california, cupertino, ipad, iphone, macbook, windows
Het was al twaalf jaar geleden, maar ik ben er vanavond nog eens langs geweest: het autosalon. Nocturnes maken het mogelijk om de zaterdags- en zondagsoverrompelingen te vermijden, maar toch kon je er ook op een ordinaire maandagavond over de koppen lopen. Het is en blijft een evergreen. We zouden het geweten hebben.
Tien euro kost een entreeticket tegenwoordig en dat is in vergelijking met andere grote evenementen een redelijk goedkoop uitje. Wie erg geïnteresseerd is in de tentoongestelde materie kan er een goede halve dag door de Heizelpaleizen dwalen. Alle hoofdrolspelers op de automarkt zijn ruimschoots aanwezig: creatieve Fransen, degelijke Duitsers, charismatische Italianen en pientere Japanners, maar ook pompeuze Amerikanen, plastieken concerns uit het verre oosten en de toenemende horde B-merken van de grote Europese constructeurs. Leken zien door het bos de bomen niet meer. Voor experts wordt het moeilijk om hun encyclopedische kennis op peil te houden. Anderen, die de encyclopedie voor het internet hebben ingeruild, zijn al blij als ze hier en daar nog wat weten welk model nu écht wel de moeite waard is. Gewone stervelingen dromen, de meer dan gemiddeld gegoede medemensen kopen. Anderen willen vooral gezien worden. Het geeft een kick om toegelaten te worden tot de Ferrari-stand en plaats te mogen nemen in de nieuwe 458 Italia. Ze zijn er op voorbereid: gel in het haar, sjaaltje onder de kraag, een hippe vest én de Rolex om de pols. Enig leedvermaak met een hongerige kudde autofreaks zonder aangepast budget of juiste achternaam die achter hekkens vechten om een foto te nemen is hen niet vreemd. Ach, wie zijn wij om hen hun moment de gloire te misgunnen. Papa’s geldbeugel staat, wie weet, misschien toch niet zo wijd open als de jongeman in kwestie denkt. Ook wij voelen de crisis, meneer!
Door dat bewuste dipje oogt het dit jaar dan ook wat minder dan anders. Extravagante stands zijn achterwege gelaten. Geen Las Vegas in Brussel. Tot mijn grote ontgoocheling ook weinig racewagens, waar men anders toch zo fier op is. Ik was al blij dat de Peugeot 908, die vorig jaar de 24h van Le Mans won, bij de Franse vrienden was tentoongesteld. Zelfs mijn geliefde Renault bracht de R29 niet mee naar Brussel, maar de prestaties van de bolide in 2009 waren ook niet meteen om over naar huis te schrijven. Dergelijke auto’s maakten het Brusselse autosalon voor mij als tiener altijd zo leuk: de wagens waar ik een gans jaar voor supporterde stonden in de winter gewoon voor mijn neus. Live. Senna’s McLaren-Honda, Prost’s Williams-Renault, Schumacher’s Benetton-Renault: stuk voor stuk legendarische tuigen die de revue passeerden. De instrumenten van mijn helden. Racewagens waren natuurlijk maar bijzaak, maar het was dat stukje extra dat mooi meegenomen was.
Commerciële motieven prevaleren natuurlijk al lang op de trots om een arsenaal aan statussymbolen te demonstreren. Toch blijft het autosalon voornamelijk een plaats waar gedroomd kan worden. Het is zo mooi om al die mensen te zien die met veel respect voor de wagen enigszins onzeker plaatsnemen achter het stuur. Niet om te rijden, uiteraard, maar om te weten te komen hoe een BMW 7-reeks of een Mercedes E-klasse nu écht voelt. Of je de beloofde ruimte in een monovolume wel degelijk krijgt. Wat de achterbank van een coupé voorstelt. Ooit, heel misschien, rijden we zelf met die wagen. Wie weet. Tien euro voor een dagje dromen: er bestaan ergere drugs…
Tags: autosalon, bmw, bobo, ferrari, mercedes-benz, peugeot, renault, rolex
Belgen en Nederlanders hebben een haat-liefdeverhouding. Er zijn Belgenmoppen en kluchten over ‘Ollanders. Merkwaardig genoeg kunnen de Belgen vaak lachen met de van hen gemaakte karikaturen terwijl de Nederlanders kunnen leven met de stereotypen die hun deel zijn. Middelmatige, dociele lieden wars van overheidsoptreden versus zuinige gozers met een groot bakkes. We haten elkaar op het voetbalveld maar zijn o zo dankbaar als er op het Eurosongfestival voor een abominabel nummer wederzijds punten worden gegeven. Ooit one nation under God, maar een hereniging is hoegenaamd niet aan de orde en nog minder populair. Toch kan je in België lekker eten en in Nederland naar hartelust fietsen en zeilen. Het is allemaal keitof en hartstikke leuk. Niet?
Ondanks alles heb ik meer en meer bewondering voor onze noorderburen en hun realisaties. De winning van nieuw land op het water heeft mij steeds gefascineerd, maar misschien komt dat wel door het feit dat ik mijn eerste levensjaren voor een groot deel in de Oostendse Nieuwlandstraat heb doorgebracht. Wat er ook van zij: de Zuiderzeewerken en de daaruit volgende inpoldering van honderden vierkante kilometer was een huzarenstuk waarvan de Nederlanders nogal wat pluimen op hun hoed mogen steken. Het verbaast me dan ook dat men de werken niet expliciet in de De canon van Nederland heeft opgenomen. De watersnood van 1953 komt er dan weer wel in voor, maar die had de bouw van de deltawerken tot gevolg, nog zo’n prestatie om u tegen te zeggen. Gelukkig zijn onze Nederlandse vrienden inventief geweest en heeft men voor regiocanons gezorgd; bij de provincie Flevoland komen de werken wel aan bod. Hopelijk moeten ook deze voor een ruimer publiek verplichte kost zijn.
De ideeën voor de Zuiderzeewerken dateren al van lang voor de twintigste eeuw. Reeds in 1667 lanceerde Hendrik Stevin, de zoon van een oude bekende, een plan om de Zuiderzee van de Noordzee af te sluiten om het gewelt en vergif der Noortzee uytter Verenigt Nederlant te verdrijven. Het water had immers al voor veel kommer en kwel gezorgd, maar het plan vond geen ingang, mede doordat de techniek nog niet voor handen was.
Pas midden negentiende eeuw werd de draad weer opgenomen. Plan na plan werden ballonnetjes opgelaten, maar men stootte op hevig protest, ondanks het feit dat een additioneel motief voor de inpoldering werd gegeven: toename van landbouwgrond. Er rees protest: zo vreesden de vissers voor broodroof. Desalniettemin bleef men niet bij de pakken zitten en onder leiding van ingenieur Cornelis Lely – naar wie het latere Lelystad werd genoemd – werkte men een masterplan uit. Het bleef voorlopig bij een plan, maar wie niet horen wil moet voelen: de watersnood van 1916 deed het besef rijzen dat er nu echt wel iets moest gebeuren. Twee jaar later had Cornelis Lely, de ingenieur en vader van het plan, als Minister van Waterstaat de eer en het genoegen om zijn eigen werk in de vorm van de Wet tot afsluiting van de Zuiderzee door de Tweede Kamer te laten aannemen.
Het werd haast minutieus nagevolgd. Lely maakte zelf nog enkel het droogleggen van de proefpolder Andijk mee (1927). Vijf jaar later werd de Afsluitdijk ingehuldigd, waardoor de Zuiderzee definitief naar de geschiedenisboeken werd verwezen. De koning is dood, leve de koning: voortaan ging het gebied als IJsselmeer (ten zuiden van de afsluitdijk) en de Waddenzee (ten noorden van de afsluitdijk) door het leven. Ondertussen was de inpoldering in versneld tempo aan de gang: achtereenvolgens werden het Wieringermeer (1930), de Noordoostpolder (1942), Oostelijk Flevoland (1957) en Zuidelijk Flevoland (1968) aangelegd. Met het voltooien van de dijk tussen Enkhuizen en Lelystad (1975) was het plan-Lely bijna compleet gerealiseerd.
In 1986 werd Flevoland Neerlands’ twaalfde provincie, genoemd naar het Romeinse ‘Flevo’, de naam van de toen embryonale Zuiderzee. Sindsdien gaat – hoe kan het ook anders – Lelystad door het leven als provinciehoofdplaats. Langzaamaan ontstonden op het nieuw gewonnen land woonkernen: Dronten, Lelystad en Almere zijn het meest bekend. Vooral Almere – oorspronkelijk Zuidweststad genoemd – spreekt tot de verbeelding. Op dit moment wonen er meer dan 180.000 inwoners, maar pas in 1976 werd het eerste huis er aan de eigenaar overhandigd. Drie jaar voor mijn geboorte. Op deze site kunt u dit wonderlijke feit aan de hand van een bijzonder interessant document raadplegen. De genese van Flevoland wordt er met behulp van luchtfoto’s grafisch voorgesteld. Bekijk vooral Almere: binnen uw en mijn leven van nul tot 180.000 zielen. Il faut le faire…
En neen, ik ben niet betaald om onze noorderburen in de bloemetjes te zetten. Visie verdient respect.
Tags: afsluitdijk, almere, cornelis lely, dronten, flevoland, nederland
Bloggen vereist toch een zekere mate van mentale stabiliteit. Soms heb je de neiging om bij de minste verontwaardiging de internaut op een overbodig epistel te trakteren. Bij dat soort momenten heb ik een eigen alarmbelprocedure ontwikkeld: als het artikel kan doorgaan als persbericht van de LDD of het Vlaams Belang, dan ringt de alarmbel. Drukt het een meer algemene vorm van negatieve verwondering uit, dan bepaalt de mate van inspiratie van het moment of ik er voor ga of niet. Op de tweede dag van 2010 vertoon ik toch enige bezorgdheid om de maatschappelijke gevolgen van onze dagen van plezier. Enige bekommernis om het lot van agenten, ambulanciers en Rode Kruis-medewerkers maakt zich dezer dagen van mij meester.
De overgang van oud naar nieuw neemt in onze contreien zowaar bloedige proporties aan. De gespecialiseerde pers zet een boompje op over het stedelijk vertier tijdens oudejaar. Zelfs De Standaard bericht, weliswaar op basis van die gespecialiseerde pers, over een bijzonder uit de hand gelopen ruzie tijdens een KLJ-fuif. De KLJ! De behoeder van Vlaandrens brave kleine en grote kinderen! De organisatie is gelukkig op alles voorzien en heeft een noodnummer, maar zal wellicht voor voldongen feiten zijn geplaatst. Hoe kan je je jeugdorganisatie überhaupt op een incident als dat in Waarschoot voorbereiden? Ik mag er niet aan denken mochten Scouts, Chiro, KLJ en aanverwanten elk op hun beurt een goedgetraind mini-leger hebben. Je kan toch geen stand-by korps mannen en vrouwen die dagelijks de coopertest praktiseren en nu en dan over de plint wippen vereisen? De KLJ zal aan dit voorval wellicht een kater overhouden en een grondig onderzoek van de evenementen gelasten. Hmmm…
Toedienen van slagen en verwondingen zijn natuurlijk van alle tijden; het weelderig vloeien van geestrijk vocht doet het beste en slechtste in de mens naar boven komen. Regelrechte knokpartijen in een wellicht brave gemeente en een epidemie van handgemenen in onze metropolen zijn toch niet zo gebruikelijk. Of werden we er in het verleden minder over geïnformeerd? Wat er ook van zij, de amokmakers mogen toch wel eens op hun verantwoordelijkheden worden gewezen. Effectief. Daarbij hebben we geen Belang- en Dedeckerdiscours nodig, maar een nuchtere analyse van de feiten en doelmatige straffen. Mensen voor een relatief lange termijn op vrijdag- en zaterdagavond eender welke vorm van gemeenschapsdienst laten verrichten mét grondige waarschuwing dat met recidive niet zal worden gelachen. Voor afzienbare tijd niet meer uitgaan, zélfs niet op kerst- en nieuw. Why not? Vergeef me mijn sadisme, maar laffe feiten los je niet op met laf populisme of naïef optimisme. Ik ben een fan van precisiebombardementen. Raak de dader op de gevoelige plaats.
Maar goed: something is rotten in the state of Denmark is vandaag bovendien in dat land zelf van toepassing. De vingers jeuken om ook hierover een en ander online te plaatsen, maar, hoe erg het ook is, soms bouw je enige reserves in. Een alarmbelprocedure die ik liever niet opstart, maar je bent niet alleen in de wereld. Misschien blog ik precies daarover bij tijd en stond nog wel eens…
Tags: De Standaard, KLJ, Lijst Dedecker, vlaams belang, Waarschoot
Jaar- en decenniumoverzichten worden dezer dagen bij de vleet gemaakt. Mocht ik een bril dragen, dan is dit 2009 door mijn lenzen. Een eigen herinnering.
2 januari: Een nieuwe start - Van Rompuy I krijgt het vertrouwen in de Kamer. Na de trieste Fortis-afrekening, waarbij sommigen als de vermoorde onschuld op hun stoel blijven zitten, moet Herman Van Rompuy kalmte brengen. Wist hij veel dat 2009 toch wat het Van Rompuy-jaar zou worden…
6 januari: Postcard from Bagdad - peteraspeslagh.be krijgt Iraaks bezoek over de vloer.
13 januari: Disasterwall - Oasis in Vorst. Een inspiratieloos concert in een verschrikkelijke zaal. Toch blij dat ik hen nog eens heb gezien.
13 januari: Nestverlater/Nestbevuiler - Dit behoeft eigenlijk geen vermelding, maar door zijn overstap naar de sp.a tekent Bert Anciaux het doodvonnis van zijn eigen partij en zijn eigen politieke carrière. Exit Anciaux. Na de verkiezingen van juni keerde hij niet meer terug naar de Vlaamse regering. Heeft iemand tranen gelaten?
15 januari: Herinnering - Op de Hudson River in hartje New York City maakt een vliegtuig een noodlanding. Eventjes is er paniek, want de herinnering aan die vermaledijde dag in september is niet uit te wissen. De Verenigde Staten hebben er een nieuwe held bij.
16 januari: Charleroi forever - In Charleroi verbroeder ik met onze vrienden van het cdH op hun nieuwjaarsreceptie. Bij terugkeer was de wagen overhoop gehaald: laptop, digitaal fototoestel en externe harde schijf verdwenen. Werd een cliché bevestigd? Bij de aangifte ontnam de agent van dienst ons alle hoop dat we onze spullen ooit terug gingen zien: “Cent par jour, monsieur!”. Meer patrouilles waren met het huidige korps onmogelijk, aldus de brave man. Men had dringend extra mensen nodig. Meer blauw op straat. Het dringt pas tot je door als je ter plekke de problematiek ziet en het aan den lijve ondervindt, maar ik koester geen wrok. Volgende keer de wagen nog veiliger parkeren en niet de minste elektronica in de auto achterlaten. Een gewaarschuwd man is er twee waard. Het Charleroi-incident had ook positieve gevolgen: sindsdien ben ik het Apple-tijdperk binnengetreden en is het dagdagelijkse gebruik van de laptop zoveel aangenamer geworden.
20 januari: He has a dream - Barack Obama wordt ingehuldigd als 44ste president van de Verenigde Staten. Voor het land breekt een nieuw tijdperk aan. Na acht jaar bestuurd te zijn door een op zijn zachtst gezegd dubieuze Bush-administration hebben de Democraten het opnieuw voor het zeggen. De verwachtingen voor de eerste Afro-Amerikaanse president zijn zowel in binnen- als buitenland hooggespannen, maar zal hij ze ook kunnen waarmaken? Obama zal op vele vlakken ontgoochelingen kennen, maar het feit alleen al dat hij president is geworden kunnen we historisch noemen. De uitdagingen voor de beste redenaar sinds Martin Luther King zijn bovenmenselijk.
Het doet me natuurlijk terugdenken aan die ongelooflijke reis naar New York City en Washington DC tijdens de verkiezingen van november 2008. Op die bewuste 4de november stonden we om 23h00 op Times Square in New York City. Om nooit of te nimmer te vergeten. Tijdens de inauguratie kijken we bij de Democrats abroad naar de legendarische beelden uit DC.
Even is er paniek. Tijdens de inhuldiging wordt senator Edward Kennedy onwel. De levende legende, bij wie enkele maanden voordien een terminale hersentumor was vastgesteld, wordt naar het ziekenhuis afgevoerd. In augustus overlijdt hij.
22 januari: Mr. president, tear down that camp - Obama belooft: hij decreteert dat Guantanamo binnen een jaar gesloten moet zijn. Belofte maakt schuld.
23 januari: Tragedie - In Dendermonde steekt Kim De Gelder twee kinderen en een onthaalmoeder neer. Het land staat in rep en roer. De pers neemt niet steeds haar verantwoordelijkheid op.
3 februari: Gone before the start - Setback voor Obama: Tom Daschle, voormalig Senate Minority Leader, moet wegens problemen met de fiscus afzien van zijn toekomstig ambt als minister van volksgezondheid.
8 februari: New tunes on the horizon - Per abuis zet een overijverige informaticus van Walmart fragmenten van 30 seconden van elke song van U2’s nieuwe plaat, No line on the horizon, online. Albums lanceren is sinds het internet een logistieke nachtmerrie.
13 februari: Relance - Overwinning voor Obama: zijn economisch herstelplan wordt goedgekeurd.
18 februari: The times they are a-changing - Ik blik vooruit op het komende Formule 1-seizoen. Soms kunnen dingen onverwachte wendingen nemen en maar goed ook. Maar goed: ik zat er dit keer serieus naast. Dat zal wellicht ook het lot van zovele anderen zijn geweest?
21 februari: Wrong - Depeche Mode debuteert de ijzersterke single Wrong tijdens de ECHO awards in Berlijn. Misschien wel de beste song van het jaar. Ik zag ze in Werchter in 2006 en dat was een hele belevenis.
25 februari: Crash!Boom!Bang! - In Schiphol stort een vliegtuig van Turkish Airlines bij het landen neer. Vliegtuigcrashes zijn zoals elk jaar ook nu weer in de actualiteit. Wat later zou een toestel van Air France dat vanuit Rio de Janeiro naar Parijs vloog hetzelfde lot ondergaan. Ik heb dit jaar ook wat vliegreizen gepland. Fingers crossed. Er bestaan toch aangenamere dingen dan vliegtuigen.
27 februari: Magnificent - No line on the horizon, partieel gelekt op 8 februari en niet veel later volledig online, wordt officieel gelanceerd.
1 maart: De hel van Sclessin - Ik woon in het stadion van Sclessin de voetbalmatch Standard-Cercle Brugge bij, maar dan wel aan de zijde van de bezoekers. Onze Waalse vrienden zijn overal even beleefd: “Bon match, monsieur!”. Wat een sfeer!
3 maart: Keulen - Een deel van het Historisch Stadsarchief van Keulen stort in. Enkele mensen vinden de dood. Het hart van elke historicus bloedt.
7 maart: We’re not going back there! - In Noord-Ierland worden twee soldaten en enkele dagen later één politieagent gedood. Horrorscenario’s uit een niet zo ver verleden duiken weer op, nog lang niet geheelde wonden weer opengereten. Splintergroepen van het IRA eisen de aanslagen op, die alsnog zonder gevolg bleven. No IRA, we’re not going back there…
11 maart: Moeder Cent - Twee monumenten van de Vlaamse film overlijden in maart. Op 11 maart sterft Jenny Tanghe, alias Moeder Cent uit “Wij, heren van Zichem”. Dertien dagen later overlijdt Nand Buyl.
12 maart: Take us out - Franz Ferdinand concerteert in de AB. Eén van de meest energieke concerten die ik tot dan toe had gezien. Gitaar, bas, drumstel en zang: meer hoeft muziek niet te zijn.
27-29 maart: Oostblok - Voor het eerst zet ik een stap in het voormalige oostblok. Een weekendje Praag is een aangename kennismaking met een half continent dat een halve eeuw een andere wereld is geweest. Zonde. Oh ja: the day after werd ik 30.
29 maart: Brawn on top - Jenson Button wint in zijn nieuwe, ex-Honda, Brawn GP de eerste F1-race van het jaar in Melbourne. Teamgenoot Rubens Barrichello wordt tweede. De start van een op zijn minst bewogen seizoen met onverwachte winnaars, onvoorstelbare onthullingen en ondoorgrondelijke politieke manoeuvres. Volgend jaar mag het wat rustiger worden.
7 april: Schuldig - De Peruaanse ex-president Alberto Fujimori wordt schuldig bevonden aan schendingen van de mensenrechten in de periode dat hij het staatshoofd was. Tijdens de inleefreis die ik in 2007 in Peru maakte zagen we elke dag wat die man, naast alle menselijke leed, heeft aangericht: een fundamenteel wantrouwen in de politiek. De ontgoochelingen zijn er té groot geweest om het tij in één generatie tijd te keren. Een Peruaanse Barack Obama dan maar? Fujimori werd in 1990 ook als een grote vernieuwer gezien, maar hij evolueerde op zijn zachtst gezegd in een andere richting dan de redenen waarvoor het volk hem had verkozen.
14 april: Autosportjaar Top 50 - Ik heb eens een poging gedaan om de vijftig belangrijkste autosportevenementen van het jaar op te lijsten. Have fun…
16 april: Onthulling - Obama onthult: de Obama-administration geeft memo’s vrij waarin de manier waarop terreurverdachten tijdens de Bush-administration tot verklaringen werden gedwongen is beschreven.
17 april: Schaduwoperatie - Opmerkelijk nieuws vandaag: Jean-Marie Dedecker zou de voorbije tijd een privédetective hebben ingeschakeld om Karel De Gucht te schaduwen. De voorzitter van LDD ruikt bloed en zet daarvoor alle beschikbare middelen in. De zaak komt aan het licht en de bom ontploft in eigen handen. Het begin van een episode liberale moddercatch.
21 april: Sale-and-lease-backoperatie - De dagenlange commotie rond het al dan niet overlopen van Open VLD-er Dirk Vijnck naar LDD is een klucht. Het was een bijzonder pijnlijke periode voor de man in kwestie, wiens intellectuele capaciteiten voor gans het land in vraag werden gesteld.
22 april: Tram - De Lijn, met toen nog Ingrid Lieten aan het hoofd, komt met haar visie voor het komende decennium naar buiten. Daar zou onder meer de tram een serieuze comeback maken. Wel eens interessant om door te nemen. De realisatie ervan is een ander paar mouwen.
27 april: In memoriam: Pontiac - Pontiac, het legendarische merk van GM gaat wegens herstructurering naar aanleiding van de economische crisis ter ziele. Weer een icoon dat verdwijnt.
29 april: Mexico, Mexiiiiiicoooooo - De Mexicaanse griep/Swine flu doet de WHO de op één na zwaarste alarmfase afkondigen. De angstpsychose die nadien volgt neemt soms hilarische proporties aan, maar op het moment zelf nemen, in België althans, de bevoegde instanties een rustige houding aan. Niet iedereen bleek tevreden te zijn met het relativerende optreden van griepcommissaris Marc Van Ranst, maar het heeft er alvast voor gezorgd dat de psychose niet escaleerde.
30 april: Ads by Google - In Apeldoorn worden tijdens Koninginnedag een aantal mensen gedood door een dolle chauffeur. In De Telegraaf heeft dit bericht lugubere Google Ads tot gevolg. Het is bijna grappig.
1 mei: Aftrap - In Essen ga ik naar de barbecue van Ludwig Caluwé om er meteen de campagne voor de Vlaamse en Europese verkiezingen te starten. We moeten tegenwoordig iets te vaak uit ons kot komen, maar campagne voeren kan ook leuk zijn.
5 mei: Witte rook - Mijn Alma Mater heeft een nieuwe rector. Nefroloog Mark Waer staat de komende jaren aan het hoofd van de beste universiteit van het land.
13 mei: Car-free America - In de New York Times ontstaat een discussie over een autovrij Amerika. Kan men in de Verenigde Staten leven zonder de eeuwige vierwieler? Het lijkt onwaarschijnlijk, maar het is toch een gedachtewisseling waard.
13 mei: Last of the Mohicans - In Duitsland is een nieuw proces tegen de vermeende oud-SS-er John Demjanjuk begonnen. De 89-jarige man werd eind jaren tachtig-begin jaren negentig ook al aan de tand gevoeld, maar werd uiteindelijk vrijgesproken. Normaliter zal dit het laatste naziproces uit de geschiedenis worden.
18 mei: Koorts - De verkiezingskoorts is in het land. Open VLD weet niet meer van welk hout pijlen te maken en haalt het aloude recept boven: CD&V-bashen. Mja…
24 mei: Droom - Op 24 mei realiseer ik een reeds lang gekoesterde droom: het bijwonen van de GP van Monaco. We omkaderen het met een leuk reisje naar de Provence en de Côte d’Azur, met stops in Marseille, Aix-en-Provence, Arles, Nîmes, Montpellier, Sète, Cannes en Nice. Enkele gaten in mijn cultuur werden weer gevuld én met Nice heb ik er een favoriete stad bij. De Grand Prix zelf moet je eens meegemaakt hebben, maar van achter een struik alles volgen – voor kaartjes van 75 euro kan je in het Prinsdom niet veel verwachten – is allerminst comfortabel. Zo comfortabel dat ik naar huis diende te smssen om de uitslag van de race te weten. Watch more TV…
4 juni: Een nieuw begin - Obama geeft hoop: tijdens een toespraak aan de universiteit van Caïro wil Barack Obama dat het Westen haar relaties met de Islamwereld met een schone lei start. Eendracht maakt macht.
6 juni: Ongelooflijk gênant - De Standaard documenteert naar aanloop van de verkiezingen de krant met alle mogelijke gegevens die de lezer duiding bij de actualiteit moeten geven. Dit is uiteraard een nobele daad, maar soms ontsieren de slordigheden het geheel. Als de hoofdredacteur dan nog eens disproportioneel veel aandacht voor zichzelf opeist verliest de krant voor mij veel aan geloofwaardigheid. Het stoort mij enorm dat ik mij elke dag opnieuw moet ergeren aan de verhouding kwaliteit-zelfgenoegzaamheid. Iets meer bescheidenheid is geen overbodige luxe. Het liefst had ik de ietwat jennende titel “Jesus Vandermeersch Superstar” niet gebruikt, maar soms is de irritatie acuut.
7 juni: U heeft goed gekozen - CD&V wint de verkiezingen. ’s Avonds ben ik aanwezig op de overwinningshappening in Brussel. Opnieuw een mooie avond, maar ook het besef dat de partij grote uitdagingen in het verschiet heeft.
8 juni: iPhone - Ik treed het iPhone-tijdperk binnen. Wat een ding… Je kan snel niet meer zonder. Hij haalt het van de Blackberry.
13 juni: Eilandje - Met een bijzonder mooie wandeling ontdekken we in het noorden van Antwerpen, met onder meer het Eilandje, enkele mooie buurten. Een tip voor wie eens wat anders dan de gebruikelijke highlights wil zien. Met dank aan de gids.
14 juni: Ferraris - Een gunstige wind doet de grote atlas van Ferraris in mijn richting bewegen. Een schitterend document dat 12 kilogram weegt.
16 juni: Vlieg - Obama slaat: in een interview stuurt hij een vlieg naar het pierenland. Meteen maakt men er een parodie op.
20 juni: Neda - In Teheran wordt tijdens protest tegen de uitslag van de Iraanse presidentsverkiezingen de 27-jarige Neda Agha-Soltan doodgeschoten. De beelden van haar dood gaan de wereld rond, waarbij nieuwe media als YouTube en Twitter een belangrijke rol spelen. De protesten blijven aanhouden. De westerse wereld hoopt dat hiermee het Islamitische regime ten val kan worden gebracht. De Amerikaanse media voeren het dagenlang als hoofdpunt op, maar Ahmadinejad en de zijnen blijven aan de macht. Wordt vervolgd.
22 juni: In memoriam: Karel Van Miert - Karel Van Miert, voormalig SP-voorzitter en vooral Europees commissaris overlijdt op 67-jarige leeftijd. De bijzonder gerespecteerde politicus is overigens de eerste persoon wiens dood ik via de iPhone verneem.
25 juni: Zwarte dag - Vandaag is een bijzonder zwarte dag voor de muziekwereld. Yasmine pleegt zelfmoord en Michael Jackson overlijdt in Los Angeles. Twee iconen die niet steeds een even gelukkig leven hebben gehad laten bij familie en fans een leegte na.
27 juni: Kernenergie – JONGCD&V organiseert haar Nationale Raad kernenergie in de kerncentrale van Doel. Een interessant debat met een bezoek aan een toch wel heel aparte instelling. Eén dag Homer Simpson spelen. Voor- en nadelen afwegen. Dit debat moet afstappen van stereotypen.
30 juni: 360 degrees - U2360° gaat van start in Camp Nou. Ik ben in Parijs en Amsterdam van de partij.
2 juli: UK South West - Ik maak een trip door het zuid-westen van het Verenigd Koninkrijk. Met stops in Salisbury, Glastonbury, Wells, Bath, Cardiff, Gloucester, Blenheim Palace en Oxford ontdekken we een minder bekende maar toch bijzonder interessante streek.
5 juli: Geweld - Bij geweld tussen de Chinese overheid en Oeigoerse moslims in Urumqi vallen 140 doden. Later krijgen enkele demonstranten de doodstraf. Net als enige tijd geleden in Lhasa lacht China niet met opstandelingen. Democratie en mensenrechten zijn nog steeds geen prioriteit in het zo te vriend te houden China. Het blijft voor de Tibetanen en de Oeigoeren preken in de woestijn.
9 juli: Akkoord - Peeters II is een feit: CD&V, sp.a en N-VA bereiken een regeerakkoord. Open VLD valt uit de boot.
10 juli: Parijs - Ik trek voor enkele dagen naar Parijs, met als hoogtepunten het concert van U2 in het Stade de France en het défilé tijdens de Quatorze Juillet.
11 juli: Let me in the sound I - U2360° in Parijs is inderdaad de moeite. Wow.
17 juli: Walter Cronkite - In memoriam: Walter Cronkite. De legendarische anchorman van CBS kondigde de dood van JFK aan en bracht ook Watergate onder de aandacht. Een monument.
18 juli: Michel - Ach, ik kan het niet laten.
19 juli: Amsterdam - Drie dagen Amsterdam. Mooi, leuk, maar niet mindblowing.
20 juli: Let me in the sound II - U2360° in Amsterdam is zowaar nog beter.
25 juli: Dat rare gevoel - Felipe Massa crasht zwaar tijdens de kwalificatieritten voor de GP F1 van Hongarije op de Hungaroring. Hij ligt enkele dagen in coma, om achteraf helemaal te herstellen. Klaar voor 2010. De autosportwereld houdt eventjes de adem in. Nare herinneringen komen weer boven.
25 juli: De geschiedenis in Lego - De Deense speelgoedfabrikant Lego heeft dezer dagen een opmerkelijke reclamecampagne lopen: historische gebeurtenissen of foto’s in legoblokjes. Origineel.
1 augustus: Corneel - De dood van Jos Kennis wordt gemeld. De brave man speelde Corneel in de kinderserie “Jacobus en Corneel”. Ook een icoon voor zij die in de jaren tachtig kind waren.
9 augustus: Clotilde Reiss - De Franse academica Clotilde Reiss wordt in Iran verdacht van spionage. Vrijheid van meningsuiting en respect voor de mensenrechten is ook in het land van de revolutie geen prioriteit.
15 augustus: Gie zie mien zèèkapieting - Lucy Loes speelt haar laatste concert op de Paulusfeesten in Oostende en ik was er bij. De nachtegaal van de zee maakte er een schitterende avond van.
21 augustus: Back in Paris - Opnieuw enkele dagen in Parijs met als uitschieters het Trianon van Marie-Antoinette en het zoals steeds wondermooie Panthéon. Roeien op het Grand Canal was een minder groot succes.
23 augustus: Rubinho - Na vijf jaar wachten wint Rubens Barrichello in Valencia nog eens een GP Formule 1. Het was geleden van de GP van China in 2004 dat hij nog als eerste over de streep kwam. De Braziliaan had er wellicht niet meer op gehoopt, maar kijk, daar is hij opnieuw. Meer dan verdiend.
25 augustus: Edward Kennedy - Edward Kennedy overlijdt. De laatste grote telg uit de Kennedy-clan en broer van de vermoorde John en Bobby verliest zijn gevecht tegen kanker. Edward Moore Kennedy zat gedurende 47 jaar in de Senaat en werd er een autoriteit op het gebied van de strijd voor een betaalbare gezondheidszorg voor iedereen. Hij maakte meer dan een halve eeuw Amerikaanse politiek van dichtbij mee. In zijn memoires, True Compass, geeft Kennedy als bevoorrechte getuige inzicht in het leven in Washington.
Senator Kennedy was een van de weinige grote namen die Barack Obama van in den beginne heeft gesteund. Met zijn laatste krachten heeft hij de toekomstige president op de democratische conventie in Denver in de zomer van 2008 nog serieuze duw in de rug gegeven.
29 augustus: De leeuw moet klauwen - De N-VA doet dezer dagen moeilijk over het feit dat niet bij alle Belgische ambassades Vlaamse vlaggen uithangen. De partij plooit zich terug op beproefde recepten: Vlaamse kleingeestigheid propageren. Arm Vlaanderen. Hoe sympathiek Bart De Wever ook mag zijn, hoe goed hij als historicus ook is, ik hou niet van zijn partij en kan geen enkele reden vinden om er ooit op te stemmen. Daarom ben ik blij dat het kartel tussen CD&V en N-VA niet meer bestaat: ik heb niet de minste affiniteit met die partij en zijn mensen. Punt uit. Adieu.
30 augustus: Waarom? Daarom! - Waarom kan je fan zijn van een sport als Formule 1? Daarom.
5 september: Leukste tijd - Voor mij is het leukste tijd van het jaar aangebroken: een veertiendaagse toer door het zuid-westen van de Verenigde Staten. Twee weken lang verkennen we Nevada, Arizona, Utah en California. Once again om nooit meer te vergeten. De vlucht naar Las Vegas via Atlanta en San Francisco duurt alles samen meer dan vierentwintig uur, maar het loont de moeite. De hitte in Vegas is zelfs midden in de nacht overweldigend, maar we passen ons snel aan.
7 september: Grand Canyon - Het bezoek aan de Grand Canyon ontgoochelt niet: de eindeloze rotsformaties rond de Colorado zijn adembenemend.
9 september: Monument Valley - Je ziet het zowel in westerns als in de avonturen van Jommeke en zijn vriendjes: Monument Valley. Je kan er niet naast kijken.
10 september: De diversiteit van Utah - Utah is een verdomd fascinerende staat. In Moab rijden we door het schitterende Arches National Park, terwijl Goblin Valley midden in de woestijn rare rotsformaties te voorschijn tovert. De camping rond Fish Lake zou zich even goed in het koude British Columbia kunnen bevinden. Warm, heet en koud: je kan het in Utah allemaal op één dag tijd meemaken.
11 september: Vegas baby Vegas! - Las Vegas is zowel totaal degoutant als absoluut fantastisch. Op 11 september hangen de vlaggen halfstok terwijl tien meter verder het gegok en de decadentie hoogtij vieren. Absurdisme ten top. De dag nadien maken we nog uitgebreider kennis met Sin City. Voor sociologen en antropologen is dit een paradijs.
13 september: Barrichello bis - De immer sympathieke Rubens Barrichello wint na Valencia nog een tweede Grand Prix, dit keer in Monza. Forza Rubinho!
14 september: Los Angeles - We zien dat L.A. niet meteen de meest opwindende stad van de States is. Hollywood puilt uit van oppervlakkigheid. In de bergen rond Malibu beleven we een bijzonder scary moment…
15 september: Pismo Beach - Pismo Beach: het meest zalige moment van het jaar. Na een lange tocht door de woestijn en andere weinig frisse oorden doen we vandaag de kust van Californië aan. Santa Barbara is een waar genot en dat geldt a fortiori voor Pismo Beach. Het was een haast pittoresk tafereel: een laaghangende zon boven de Stille Oceaan die een breed strand nog eventjes verlicht. Het gekwaak van meeuwen, het vloeien van de golven en de zeebries in de rug: een mens kan vredig sterven. Zonder meer een topper.
16 september: JMB - José Manuel Barroso blijft de komende vijf jaar voorzitter van de Europese Commissie. Hopelijk kan de lachende Portugees Europa nog verder profiel geven.
17 september: San Francisco - San Francisco is één van die steden waar je gewoon geweest moet zijn. Machtig.
17 september: Schild - Obama bergt op: er komt geen raketschild in Oost-Europa. De Verenigde Staten gaan voor een meer flexibele oplossing.
27 september: Guantanamo - Obama stelt uit: wegens juridische akefietjes wordt de sluiting van Guantanamo naar een latere datum doorgeschoven.
2 oktober: Yes - In Ierland stemt een ruime meerderheid voor het Verdrag van Lissabon. De ever closing union zet weer een stap vooruit.
2 oktober: Je vais à Rio - De Olympische Zomerspelen trekken in 2016 naar Rio de Janeiro. Hopelijk kan de stad ervan profiteren om haar imago op te poetsen, want zowel Brazilië als Rio zelf hebben schitterende troeven. Nu komen ze vooral in het nieuws bij rampen of extreme uitwassen van criminaliteit. Dat zal ook wel met het selectieve karakter van nieuwsgaring te maken hebben, niet? Wie ligt nu wakker van Latijns-Amerika…
4 oktober: Prettig weerzien - De Grand Prix F1 keert na twee jaar afwezigheid terug naar het prachtige Suzuka. Sebastian Vettel wint een saaie race.
9 oktober: Paris III - De Très Grande Bibliothèque, het Musée Rodin, Montparnasse en uiteraard La chaise au plafond…
20 oktober: In memoriam: Jef Nys - De vader van Jommeke – niet Teofiel – overlijdt. Jef Nys laat een schitterende erfenis achter, die gelukkig zal verder leven.
20 oktober: Copy & paste - Knippen en plakken met schaamrood op de wangen.
21 oktober: De Standaard app - De Standaard lanceert een iPhone app. Wat de New York Times en Le Monde gratis aanbieden moet voor een analoge applicatie van de kwaliteitskrant een bijdrage worden betaald. Het ding werkt niet efficiënt én is op de meest ambetante plaatsen voorzien van reclameboodschappen. Bij de minste verkeerde klik ben je vertrokken. Ongelooflijk gênant.
22 oktober – Zeven - Windows 7 wordt vrijgegeven. Windows? Wat?
25 oktober: U2360° live from Pasadena - Het was dan wel niet de beste show van de tour, maar het concert in Pasadena werd live uitgezonden op YouTube. Ondanks het enorme aantal connecties crashte de server niet. Chapeau.
27 oktober: Did you know? - Inderdaad.
28 oktober: Heinrich Boere - Toch nog een ander nazi-proces: Heinrich Boere, voormalige SS-er, staat in Aken terecht.
31 oktober: Jomme Dockx - Opnieuw afscheid van een monument: Manu Verreth overlijdt. Hij maakt deel uit van de canon van de BRT: Jomme Dockx in De Collega’s en zichzelf in de Pak de Poenshow.
2 november: Drie groten - De drie groten van de Val van de Muur waren nog eens samen: George H.W. Bush, Mikhail Gorbatsjov en Helmut Kohl traden – een laaste keer? – met elkaar in debat. Vooral Helmut Kohl leek er slecht aan toe te zijn.
3 november: Geratificeerd - De Tsjechische president Vaclav Klaus tekent het Verdrag van Lissabon. Iedereen heeft het nu geratificeerd. We kunnen verder.
6 november: Foute vrienden - Ik? Je meent het toch niet?
11 november: Andalusië - Ik vertrek voor vier dagen naar Andalusië. Sevilla, Cordoba en Granada vormen een essentieel deel van de Europese geschiedenis. Al-Andalus steelt onze harten.
15 november: Pierre Harmel - In memoriam: Pierre Harmel. De voormalige Belgische premier overlijdt op 98-jarige leeftijd, wat hem meteen de langst levende drager van dit ambt maakt.
19 november: Lajos Vajda - In het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen bezoek ik de tentoonstelling over de Hongaarse kunstenaar Lajos Vajda. Een ontdekking.
20 november: London - Weekendje London is altijd mooi meegenomen. Het was al weer veel te lang geleden.
25 november: He’s back - Yves Leterme volgt Herman Van Rompuy op als premier van België. Nog geen jaar nadat Leterme I ontslag moest nemen staat Leterme II in de steigers. Uit traditionele hoek kwam veel verzet voor de terugkeer van Yves Leterme, tot in het ridicule toe. Ach ja… Het kan verkeren.
26 november: Smakelijk - Obama ontvangt. Een Amerikaans echtpaar kan onuitgenodigd aanschuiven aan de dis in het Witte Huis en met Barack Obama en Joe Biden op de foto gaan. Een leuk verhaal om aan de kleinkinderen te vertellen.
1 december: Troops -Obama stuurt: dertigduizend extra troepen naar Afghanistan. Hij zal het nog zwaar krijgen.
5 december: Valencia - Ach, Ryanair moet maar niet met zo’n goedkope vluchten op de proppen komen… Dit keer Valencia. Het Ciudad de las Artes y las Ciencias verdient de kwalificatie mindblowing. Verslag volgt.
11 december: Deutschland - De laatste van dit jaar: Keulen-Frankfurt-Bonn. Ook hiervan volgt nog een uitgebreide samenvatting.
18 december: Arbeit macht frei - Het smeedwerk met de leuze “Arbeit macht frei”, dat boven de inkompoort van het vernietigingskamp van Auschwitz hangt, wordt gestolen door dieven. Niet veel later wordt het gelukkig teruggevonden. Dieven met slechte smaak.
23 december: Wie we daar hebben! - Michael Schumacher keert na drie jaar afwezigheid terug naar de Formule 1. Hij zal het opnemen tegen een uitzonderlijke generatie jonge piloten. Het is nooit mijn favoriet geweest, maar het wordt interessant om zien hoe de 41-jarige Duitser zich met het jonge volk kan meten…
24 december: Dr. Buytaert - Johan Buytaert, de sympathieke arts uit de reeks “Meneer doktoor” sterft. Enkele dagen voordien zagen we nog een uitgebreid portret van een boeiend man.
Ik kijk al uit naar mijn en uw lotgevallen van 2010…
Tags: jaaroverzicht, jaaroverzicht 2009
Een weekendje London waar alles mag en niets moet: zo hebben we het in november graag. Het was al weer veel te lang geleden dat ik er nog was geweest, maar het dure pond deed ons lange tijd naar andere oorden uitwijken. Nu is de waarde wat gezakt en kunnen we zaken doen. Als je op het gebied van reizen een veelvraat bent moet je wat uit je doppen kijken. Maar goed: je leeft maar één keer. Een dooddoener van formaat.
1997
In het zesde jaar van het secundair onderwijs kon ik niet van een Rome- of Griekenlandreis genieten. Het Sint-Aloysiuscollege uit Diksmuide had een andere traditie: London. Onder deskundige begeleiding trokken we tijdens de koude februarimaand van 1997 acht dagen lang door de Britse hoofdstad en lieten geen steen onaangeroerd. De sequentie van bezochte musea kende geen einde: Tate Gallery, Museum of Natural History, National Gallery, Museum of Mankind, British Museum, Museum of the City of London etcetera etcetera. Ook qua kerken en andere bezienswaardigheden waren we niet snel rond. The Globe van Shakespeare werd niet vergeten; in Greenwich gingen we naar de ligging van de meridiaan op zoek. Niets kon de scholieren ’s avonds beter entertainen dan cultuur: een klassiek concert in de Barbican Hall, een voorstelling van een Chinees Circus (waarbij, voor zover ik mij herinner, enkele acrobaten hun werk niet tot een goed einde brachten) én vier musicals. Inderdaad: vier. De kick-off werd gegeven door Oliver, gevolgd door Jesus Christ Superstar, de Phantom en natuurlijk Les Misérables. Geen goedkoop uitje: een fuif diende te worden georganiseerd om alles te bekostigen, maar daar maakte men geen punt van. Volksverheffing mag wat kosten. Daarvoor moeten we niet altijd teruggrijpen naar het klassieke Rome of Griekenland. Ook elders heeft de mens zich ondertussen van holbewoner tot, grofweg genomen, een relatief geciviliseerd wezen getransformeerd. Rome is mooi, maar geef mij toch maar Parijs, London of New York City.
Sinds kort arriveert de Eurostar in St. Pancras Station. Het ziet er allemaal netjes en modern uit. Geen kwaad woord over Waterloo Station, maar de Britten hebben vooruitgang geboekt. Het spreekt voor zich dat we in deze context Brussel-Zuid moeilijk in dezelfde League kunnen laten spelen. Jammer, maar helaas. Als enige punt van kritiek kunnen we het gebrek aan compatibiliteit van de geldautomaten aanhalen. Financieel tanken om de aankoop van een handige Oyster Card te verzekeren kan hier niet met onze Maestro. “Oh”, aldus een Brit, “KBC is not working here. No Maestro.” Vreemd; we worden naar het duurdere Visa gedwongen. Leven op krediet is niet de meest aangename zaak, maar à la guerre comme à la guerre.
Times Square
Mijn laatste bezoek dateerde al van 2004, maar Oxford Street en Picadilly Circus by night laten je de sfeer snel terug smaken. Toch is er op het Circus een en ander veranderd. Zo te zien wil men van het plein een mini-Times Square maken, maar het is weinig overtuigend. De kopie is altijd slechter dan het origineel. Bovendien is hier geen plaats genoeg voor een orgie van licht, reclame en videowalls. London heeft geen Avenues en Streets en maar goed ook. Bij nachte zijn de verblindende videowalls zelfs storend. Ze staan veel te dichtbij en zijn te groot voor het plein. Maar goed: zonder Picadilly Circus kende bijna niemand nog Sanyo en TDK. Het was een blij weerzien met de guru van het videocassettetijdperk, want we waren Tokyo Denki Kagaku (Tokio Elektronica en Chemicaliën) eigenlijk helemaal vergeten.
We verlaten de ietwat platgetreden paden. Een koude novemberwind trotseren hoort bij deze stad en doet ons passeren langs Somerset House. Een schaatsbaan entertaint een schare lads die zich al duchtig van gluhwein of aangelengd bier hebben bediend. Het pand zelf werd in een vorig leven een tijdje bewoond door Elizabeth I, de Virgin Queen. Ook opvolgsters resideerden er evenals Anna van Denemarken, koningin van Engeland, waardoor het gebouw een tijdje door het leven ging als Denmark House. Nog meer monarchen en andere adellijke heren en dames vonden er een stek, totdat het na de Glorious Revolution (1688) in verval raakte. Eind achttiende eeuw werd het zelfs afgebroken en vervangen door een nieuw en groot exemplaar. Londen, als icoon van het rijk, had geen bombastische édifices zoals grote rivaal Parijs en wou daar wat aan doen. Een nieuw Somerset House kon in deze concurrentiestrijd een perfecte rol spelen en huisvestte van dan af aan allerlei overheidsdiensten, genootschappen of onderwijsinstellingen. Tegenwoordig wordt het voornamelijk gebruikt als centrum voor beeldende kunsten en vinden er occasioneel concerten plaats. En kan je er des winters schaatsen.
Wobby bridge
Het London Eye is relatief nieuw voor mij, maar het lijkt me niet meer dan een ordinair reuzereuzenrad. Dat kan je ook elders vinden, al zal het panorama over Londen wellicht niet te onderschatten zijn, maar geef toe: met de Eiffeltoren heeft Parijs ten minste een uitkijkpunt met stijl. In de buurt is ook het voormalige Bankside Power Station te vinden. Tegenwoordig gaat dit gigantische gebouw door het leven als Tate Modern. Het is een ideale tempel voor moderne kunst. Jammer genoeg is het toegangsticket voor de tijdelijke tentoonstelling Pop life. Art in a material world iets te duur voor het voorziene tijdsbestek, want Andy Warhol en Roy Lichtenstein waren toch fantastische kerels. De permanente collectie is voor de liefhebber van moderne kunst een must. Voor de liefhebber. De nieuwe Millennium Bridge, ondertussen al weer een decennium oud, brengt die liefhebber recht naar St. Paul’s Cathedral, waar hij vanop de koepel de Tate Modern kan aanschouwen. Nu hangt de extravagante stalen voetgangersbrug stabiel over de Thames, maar dat was pas het geval na structurele ingrepen… drie dagen na de opening. Op dat moment begon er veel volk over de brug te wandelen ging ze plots trillen. Het euvel werd verholpen, maar kon niet vermijden dat de eerste nieuwe brug in meer dan een eeuw een tijdje als wobby bridge door het leven zou gaan.
Aan beide zijden van de tweede jongste brug, de Tower Bridge (1894), zijn een aantal leuke plekjes te vinden. De St Katharine Docks liggen ten oosten van de Tower en waren vroeger een havendokken omringd met pakhuizen. Nu zijn het allemaal dure appartementen geworden, maar het dok heeft haar typische sfeer behouden. Enkele brugjes doen je zelfs even aan Amsterdam denken. Middenin staat wellicht de meest idyllische Starbucks ter wereld.
Ook aan de overkant van de Tower Bridge werden oude pakhuizen en fabrieksgebouwen in Shad Thames tot woningen geconverteerd. Hier is bovendien het Design Museum gevestigd. Het Londens stadhuis – de Greater London Authority Headquarters – aan de andere kant van de Tower Bridge Road is een
nieuwigheid. Boris Johnson heeft zijn kantoor in een hypermodern complex van de hand van Norman Foster (Commerzbank Frankfurt, Reichstag Berlin, viaduct van Millau, …), waar iedereen wel een eigen mening over heeft. Het is alvast een energie-efficiënt gebouw en daar kan je mee naar buiten komen. Daarnaast moet het vele glas de transparantie van het beleid symboliseren. We hopen alvast dat er voldoende verduistering aanwezig is, zodat men bij een ernstig schandaal eventjes de symbolische waan van transparantie kan dimmen. Voorkomen is beter dan genezen. Desalniettemin is het een mooie aanwinst voor het toch vaak nog traditionele Londen. Men is alvast van plan om het pand goed te verdedigen, want voor de deur ligt Her Majesty’s Ship Belfast (HMS Belfast) te wachten op bezoekers. De oorlogsbodem die tijdens de tweede wereldoorlog en de oorlog in Korea het vaderland diende wordt nu als museumschip gebruikt.
Southwark
Southwark omvat een aantal onverwachte plekjes. Southwark Cathedral – officieel The Cathedral and Collegiate Church of St Saviour and St Mary Overie is sinds 1905 een Anglicaanse kathedraal die in haar huidige vorm werd gebouwd tussen de dertiende en vijftiende eeuw. Het was de eerste gotische kerk van Londen. De naburige Borough Market staat bekend als één van de beste markten van Groot-Brittannië. Het ziet er op het eerste zicht toch niet zo gezellig uit: het is drummen geblazen en het lawaai van de treinen en metro’s op de spoorbruggen over het marktje maken het er niet rustiger op. De variëteit van producten is in deze pre-kerstperiode natuurlijk enorm. Elke Britse specialiteit is in overvloed aanwezig: witte bonen, chutney, scones, bacon en aanverwanten gaan vlotjes over de geïmproviseerde toonbanken.
Strand
Van St. Paul’s Cathedral wandel je richting Trafalgar Square via Fleet Street en Strand. Je passeert er onder meer de Royal Courts of Justice met het Court of Appeal en het High Court, waarvan de jurisdictie beperkt is tot Engeland en Wales (en dus niet Schotland en Noord-Ierland). Wat verder komen we nog bekende namen tegen: de LSE en een deel van King’s College. Middenin Strand zie je ook St Clement Danes, de patroonkerk van de Royal Air Force. Met het Australia House en het India House zijn rondom Aldwych de voormalige kolonies ruimschoots vertegenwoordigd. Vanop Trafalgar houdt Admiraal Nelson alles in het oog.
Olifanten en Herman Van Rompuy
Het is een gebruik geworden om elk bezoek aan London in oktober, november of december als Christmas Shopping te betitelen. Dit hebben wij uiteraard willen vermijden, maar voor je het weet kom je de vele luxueuze boetieken en bazaars op je weg tegen. In Waterstones op Picadilly kocht ik enkele interessante werken over de stad: London Lore van Steve Roud, die een waslijst aan legendes over de stad bundelde en een historische atlas van London, toepasselijk London, A life in maps getiteld. In Regent Street was er zowaar een National Geographic Store.
Over Harrods bestaat de urban legend dat je er werkelijk alles kunt kopen, zélfs – en dat schreeuwden twee groepsleden in koor – een olifant. Het zal dus wel geen toeval zijn. Je kan er wellicht veel kopen, maar wij kwamen alvast geen olifanten tegen, tenzij je ze een bestelbon diende in te vullen.
Andere hadden ze wel in stock: honden, katten en konijnen kunt u er elke dag kopen, zolang u de dieren op tijd en stond even een maaltijd bezorgt en een dutje laat doen. Het heeft allemaal iets decadents. Geef mij maar een arme kat uit een asiel in plaats van een opgefokt rasbeest uit een burgerlijk magasin. Dat is Harrods per slot en rekening. In de toiletten stond een jongeman toezicht te houden en ik raakte er eventjes mee aan de praat. “Where are you from?” “Belgium, sir.” “Ah, la Belgique!” Het bleek een jonge Congolees te zijn die in Londen was om zijn Engels bij te schaven. In de toiletten van Harrods nota bene. Hij vroeg zich af waar wij mee bezig waren. Jullie hebben zo’n rijk land en jullie houden zich bezig met enkele kleine twisten rond de hoofdstad. “Vous n’avez jamais rien compris du Congo.”, sneerde hij onze politici bovendien toe, “Rien ne changera avec Kabila.” Wat heeft het van zin om met een door en door corrupt regime zaken te doen? Wanneer gaan jullie nu eens de echte problemen van Congo aanpakken? “Quand?”. Het klonk haast als een noodkreet. De man wist overigens dat Herman Van Rompuy twee dagen geleden Europees president werd benoemd en dat hij door Yves Leterme ging worden opgevolgd. Puik.
We maakten van dit toch wel speciale moment gebruik om ons te informeren in hoeverre de nieuwe Europese president bij de Brit bekend was. Tot vijf keer toe vroegen we aan de modale Londenaar – en zo te zien ook aan één Française – of ze Herman Van Rompuy kenden. Voor hun gemak vervingen we Herman indien nodig door Herbert, want zo werd hij hier in de pers aangekondigd. Telkens vingen we bot. Behalve bij de Congolees in de toiletten van Harrods…
Tags: barbican hall, borough market, congo, fleet street, harrods, herman van rompuy, jesus christ superstar, kbc, les misérables, london, LSE, maestro, millennium bridge, national geographic store, nelson, oliver, phantom of the opera, somerset house, southwark, st pancras station, st. katharine docks, strand, tate modern, tower bridge, trafalgar, virgin queen, waterstones, yves leterme
Nog één raadsel bleef onopgelost: hoe krijgen we onze veertien kilo jamon in België? De dame aan de incheckbalie was alvast pessimistisch: het ruim van het vliegtuig zou de dingen niet veel goeds doen. Of ze er bovendien effectief zouden geraken was nog een ander paar mouwen. Strikt genomen mag vlees de ijzeren vogel niet in. Er bleef maar één scenario over: alles in de handbagage. Op zich was de kans op succes hier nog meer onwaarschijnlijk: naast een vlezige substantie waren we ook gewapend met twee scherpe varkenspoten. Onze mond ging het moeten redden. Op naar de veiligheidscontrole.
Zou het lukken? Het aeropuerto van Malaga was duidelijk JFK of Newark niet. De vrees van de dame aan de incheckbalie bleek ongegrond. De veiligheidsbeambten lachten zelfs een beetje: ach, die toeristen, waarom zouden we hen hun pretje niet gunnen? Ze waren duidelijk wel meer gewoon. Per slot van rekening hadden we vier dagen lang deftig in de Andalusische economie geïnvesteerd. Bovendien zagen we er, toegegeven, niet echt gevaarlijk uit. Twee grote varkenspoten in de lucht: we hadden het nog niet eerder meegemaakt.
Op het thuisfront was de verbazing groot. Men had op een jamon van twee kilo gerekend, maar het ding was bijna vier keer zwaarder. Andalusië 2009: we zullen het ons nog lang herinneren…
Tags: andalusië, jamon, malaga, onwaarschijnlijk
We namen in Granada onze goede gewoonte weer op: jamon in een ochtendlijke bar, maar het was er niet zo sfeervol als op dat terrasje tegenover de Archivo de Indias in Sevilla. Of hesp een caloriebom is weet ik niet, maar een energieboost geeft het in elk geval wel. De Lavazza – of was het Segafredo? – deed er nog een schepje bovenop. Italiaanse pepmiddelen kunnen de ochtend zowaar aangenaam maken.
Het vermaarde Alhambra, misschien wel het meest bekende icoon van Al-Andalus, kan je enkel per bus bereiken. Het ligt op een heuvel omzoomd met wijken, waarvan het schitterende Moorse Albayzin er met kop en schouders uitspringt. De klim duurt een eindje, maar we profiteren van de rit om de mooie maar nauwe straten van Granada te bekijken. Ondanks de vele potentiële wegversperringen loopt het transport van- en naar het Alhambra feilloos. We hebben ergere toestanden meegemaakt.
Wegens de wereldwijde uitstraling van het Alhambra is het aantal bezoekers, zelfs midden november, enorm. Dagelijks komen zesduizend zielen langs. Je doet er dus best aan om je tickets vooraf online te bestellen. Zoniet riskeer je voor voldongen feiten te worden geplaatst en met een strikt tijdsschema zoals het onze zou dat een ontgoocheling opleveren. Je moet hier toch de grote drie hebben gezien: het Alcazar in Sevilla, de Mezquita in Cordoba en het Alhambra hier in Granada.
Van de bushalte tot aan de eigenlijke ingang is het een eindje wandelen. Je passeert er, zoals verwacht, langs souvenirwinkeltjes en zowaar een hotel, maar ook aan een paleis dat Karel V er in 1527 liet optrekken. Het Palacio de Carlos V, in Renaissance-stijl, contrasteert opvallend met het oudere Palacio de Nazaries (Paleis van de Nasriden) en het Alcazaba (citadel). Samen met de tuinen van het Generalife vormen deze twee laatsten het échte Alhambra. De toegevoegde waarde van Keizer Karel’s nederzetting kan niet tippen aan het vakmanschap waarmee dit uitzonderlijk knap staaltje van Moorse architectuur is gemaakt. Meer nog: eigenlijk is het paleis van Carlos V niet zo relevant voor ons bezoek.
Het Alhambra dankt haar naam aan het Arabische Al-Qal’at al-Ḥamrā, wat rood kasteel of rood paleis betekent. Rood verwijst naar de roodachtige kleur van de klei waaruit de stenen van het paleis afkomstig zijn. Echt rood ziet het er niet meer uit, maar de lichtbruine gloed van het Alhambra steekt fel af tegen de witte en gele gevels van de omliggende wijken. Het eerste paleis dat hier werd gezet dateert uit de 11de eeuw, op aansturen van Samuel Ha-Nagid, de Joodse grootvizier van één van Granada’s Ziriden-sultans, die zelf in het Albayzin hun thuis hadden. Onder de Nasriden-dynastie werd het paleis met een ware vesting uitgebreid, met Mohammed ibn Yusuf ibn Nasr als stichter en drijvende kracht. Zijn opvolgers Yusuf I en Mohammed V zorgden ervoor dat het magnum opus van het Alhambra, het Palacio de Nazaries, op poten werd gezet.
Na de Reconquista werden de meeste decoraties van het Palacio de Nazaries in ere hersteld, maar haar moskee – confer Cordoba – moest plaats ruimen voor een kerk. Verder werd voor de bouw van het paleis van Carlos V één van de oorspronkelijke vleugels afgebroken. Nadien daalde het belang en de uitstraling van het Alhambra. Ten tijde van Napoleon werd het ei zo na opgeblazen, totdat het, mede onder invloed van de romantiek, in 1870 tot nationaal monument werd uitgeroepen.
Van het Alcazaba, de citadel, blijft buiten enkele wallen en torens niet veel meer over, maar het was wel de plaats waar kruis en vaandel in 1492 aangaven wie gewonnen had. Het Palacio de Nazaries is daarentegen een parel van Moorse architectuur op het Iberische schiereiland. We geven toe dat de auteur van onze Lonely Planet-reisgids er vaak nog een schepje bovenop doet: “The Palacio de Nazaries is the place in the Alhambra that will stir the desire to own beauty even in the most unpossessive of people. Unfortunately, you can’t steal a building, but you can admire the most impressive Islamic structure in Europe and the finest surviving example of Nasrid art and architecture.” Vesna Maric, de goed gedocumenteerde dame die dit schreef, zet nét niet aan tot diefstal van openbaar patrimonium, maar was het Palacio de Nazaries een taart, dan zouden voor haar part alle levende wezens een stukje ervan te eten krijgen. Smakelijk, maar we houden het liever op een bezoekje.
Binnenin trek je van zaal tot zaal, van patio tot patio telkens verder je ogen open. De finesse waarmee de inrichting, de gevels en de inscripties werden gemaakt grenst, beste Vesna, inderdaad aan het geniale, maar de aha-erlebnis van de Mezquita in Cordoba blijft uit. Daar genereerde de ruimtelijke dimensie het moment that Jesus walks into the room-effect: de haast eindeloze zuilenrij vertoonde een perfecte symmetrie en een overweldigend perspectief. Daartegenover staat de precisie en de mystiek van het Alhambra. Ook dat is bijzonder indrukwekkend, maar van een andere aard en zorgt niet voor een mentale schok. Het Mexuar, het Patio del Cuarto Dorado, het Palacio de Comares en het Palacio de los Leones zijn stuk voor stuk pareltjes die aantonen dat de Moorse architectuur en kunst wel van een heel hoog niveau moet zijn geweest. Overal, maar dan écht overal staat één zin te lezen: Wa la galiba illa Allah (Er is geen andere overwinnaar dan God). De boodschap is op elke plaats minutieus in het vaatwerk of in de reliëfs geïntegreerd. Wie de culturele, religieuze en intellectuele ontwikkeling van deze beschaving in twijfel trekt moet maar eens tot hier komen.
De terugtocht naar de benedenstad toonde ons nogmaals het typische karakter van de Zuid-Spaanse stad. In de bus raken we aan de praat met een Mexicaan die in lang vervlogen tijden in België heeft gestudeerd. De man sprak vloeiend Frans en heeft toch nog wat herinneringen aan ons land overgehouden. Het driestromen- en drietalenland maakte indertijd duidelijk indruk op de man.
De kathedraal van Granada bevindt zich op een steenworp van de bushalte, maar is bijlange niet zo indrukwekkend als de collega uit Sevilla. Hier is het vooral de belendende Capilla Real die de moeite waard is. De katholieke monarchen Ferdinand en Isabella liggen er begraven, maar wegens tijdsgebrek en het nog maar eens moeten betalen van inkomgeld houden we het voor een andere keer. De urenlange bedevaart naar het Alhambra had veel van de innerlijke mens gevergd. Versterking met Tapas was aangewezen, want er stond nog een en ander op het programma. Een lange terugrit naar Malaga bijvoorbeeld.
Bij het verlaten van Granada zagen we een bijzonder vreemde cluster van wolkenformaties. Dit was pure René Magritte. De realiteit overtrof de kunst. Du jamais vu. Ook de mooie en indrukwekkende snelweg tussen Granada en Motril, aan de Middellandse Zeekust, was een attractie op zich. Motril? Inderdaad, de plaats waar Boudewijn is gestorven. Dood in Andalusië: het spreekt meer tot de verbeelding dan een ravijn in het Helvetische Küssnacht.
Ondertussen was bij een aantal groepsleden al enkele dagen een nieuw idee aan het rijpen. De jamon charmeerde ons dermate dat we er ook na vijftien november wilden van genieten. Jammer genoeg is de Serranoham bij ons niet wat ze hier is en dat had niets te maken met een drang om de vakantiesfeer nog wat te rekken. Verse hesp is gewoon beter. Dus: why not? Bij de eerste deftige slagerij die we op onze weg tegenkwamen gingen we toeslaan. Na nog wat over en weer gesms met het thuisfront om enige tussenkomst bij de consumptie van het stuk varken te verzekeren was de laatste horde genomen. We want the meat.
Langs autosnelwegen waren de deftige beenhouwerijen natuurlijk niet te vinden, maar een tankstop in Nerja – eveneens een kuststadje – kon soelaas brengen. Jammer genoeg waren zelfs hier slagerijen niet in overvloed aanwezig. Ook de lokale supermarkt had nauwelijks iets in huis. En zeg nu zelf: vlees in plastic kan je ook in de Colruyt van Philippe Geubels kopen. Ten einde raad klopten we dan maar aan bij een veredelde kebabzaak. Ze werd uitgebaat door een oud Spaans koppel. Die mensen zullen vast al jaren in het vak zitten en dus wel weten wat goed is, was onze redenering. Of ze toevallig niet twee hespen op overschot hadden? De man dook zijn voorraadkamer in en kondigde tot onze grote opluchting aan dat hij er net genoeg hangen had. Tien euro per kilo jamon, been incluis. Deal. Fier als een gieter werden twee uit de kluiten gewassen varkenspoten naar de Zafira versleept. Tweemaal zeven kilo vlees. Hoe we er ooit het vliegtuig mee op gingen raken was een probleem voor morgen. Dit was nu al een trip to remember. Jamon forever…
Een deel van de groep hield het in Malaga voor bekeken, terwijl twee diehards er nog een nachtelijke trip naar Marbella voor over hadden om een extra trofee in ontvangst te nemen: een Hard Rock Café-t-shirt. Bij het verlaten van Malaga keerde onze maag toen we zowaar in Torremolinos bleken te zijn terechtgekomen. Eventjes paniek: een kolonie doorwinterende Belgen met Jo Leemans-ambities konden we na al onze kilometers – met alle respect voor de adepten van de Antwerpse nachtegaal – missen. Voor de rest was de rush – inderdaad, een serieuze rush – naar Marbella best te pruimen. Onze opnieuw bijzonder puike chauffeur en zijn ietwat aarzelende navigator pikten in de mondaine badstad fier hun verdiende beloning op. Alhambra, jamon en Hard Rock: het is ons wel het dagje geweest. Een mix van Burger King en tiramisu moest ons in slaap krijgen.
Tags: alhambra, andalusië, colruyt, cordoba, granada, hard rock café, jamon, koning boudewijn, marbella, motril, nerja, philippe geubels, rené magritte
Ons hotel in Cordoba had een stevig ontbijt voorzien, maar de jamon was niet op de afspraak. Een Spaanse croissant moest het leed verzachten, maar we waren intussen wel meer gewoon. De sterke koffies gaven alsnog een voldoende grote energiestoot om de Mezquita, de moskee-kathedraal, grondig aan te pakken. We lieten het stadsplan voor wat het was en kwamen op de tast aan de Mezquita aan. Op het eerste zicht valt het gebouw niet zo sterk op, maar de schitterende wandversieringen verklappen dat dit een wel heel bijzondere constructie is.
Een constructie, inderdaad. Oorspronkelijk stond op de locatie de Sint-Vincentiuskerk. In stukjes en beetjes kocht de Moorse heerser Abd ar-Rahman I het domein op om er vanaf 784 een moskee op te bouwen. Met brokstukken van Romeinse en Visigotische ruïnes rees een religieus artefact op, dat al het jaar nadien werd geopend. De eeuwen erna werd de moskee stelselmatig uitgebreid. Na de reconquista – en dat is het fascinerende van dit gebouw – werd vanaf het begin van de zestiende eeuw midden in de Mezquita een christelijke kathedraal gebouwd. Hiervoor moesten een aantal originele stukken plaats ruimen voor een bijwijlen bombastisch, maar niet zo groot huis van god.
Je komt de Mezquita binnen langs de Patio de los Naranjos, waar een bos van sinaasappelstruiken pure rust uitstraalt. Het plein wordt in het oog gehouden door de minaret die, in haar oorspronkelijke versie, een voorbeeld vormde voor alle minaretten in de westerse Islamitische wereld, de Giralda in Sevilla incluis. De toren is vandaag de dag met zijn 22m maar een schim van de 48m hoge kolos die het ooit was.
Net na de entrée van de Mezquita maak je onmiddellijk kennis met het wondermooie bos van pilaren en pilasters met bogen op. Een wow-gevoel is niet ver weg. Meer nog: dit is bijzonder indrukwekkend en zo anders dan alle andere gebedsplaatsen die we tot nog toe zagen. De soberheid en uitgestrektheid van de moskee geeft aan het begrip spiritualiteit een extra dimensie. De Mezquita als metafoor van de woestijn, met de belendende Patio de los Naranjos als spreekwoordelijke oase. Het gevoel van open ruimte voor gebed werd mede mogelijk gemaakt door de horizontale symmetrische structuur, die een perspectief van oneindigheid creëert. De vele pilaren zijn voor twee derde gerecupereerd uit gesteende van vorige nederzettingen; het resterende bovenste derde – met de bogen – zijn een originele constructie van de bouwheren. De natuurlijke duisternis wordt doorbroken door sfeervolle lampen mét kruis, die verklappen dat de moskee geen moskee meer is.

Het pompeuze karakter van de embedded kathedraal, om de courante Youtube- en Irak-termen te hanteren, contrasteert fel met de haast perfecte incarnatie van het begrip ‘plaats van gebed’ in de moskee. Toen Keizer Karel in de zestiende eeuw de opdracht gaf om de kathedraal in de moskee te integreren, had hij hoge verwachtingen, maar die zijn allerminst uitgekomen: “Je hebt iets gebouwd dat je overal kon bouwen, maar je hebt iets vernietigd dat uniek was”, aldus Karel V. Vanuit het kathedraal-perspectief kan je stellen dat moskee-elementen een middelmatig christelijk bouwwerk toch enige standing hebben gegeven, vanuit moskee-oogpunt is dit een regelrechte verkrachting van een zonder meer fantastisch exemplaar. Wat zou de Mezquita zonder deze amputatie geweest zijn? Wat meer religieuze verdraagzaamheid had Cordoba wellicht nog meer mondiale uitstraling gegeven, maar dit is nu eenmaal het resultaat van de loop van de geschiedenis. Het heeft geen zin om hierover vanuit een eenentwintigste-eeuws perspectief waardeoordelen uit te spreken. We moeten de context respecteren.
De Mezquita mag dan wel de blikvanger van deze stad zijn, er is in Cordoba nog veel meer te zien. Het historische centrum leent zich tot een wandeling van een halve dag. Ook hier is een Alcazar de los Reyes Cristianos. Alfonso X bouwde er een paleis, dat vanaf het einde van de veertiende tot in het begin van de negentiende eeuw de inquisitie huisvestte. Later werd het een gevangenis. Misschien was het een troost voor de gedetineerden: ze zaten dan wel achter slot en grendel, maar woonden toch in een paleis.
Een oude stadsmuur brengt ons opnieuw het Juderia, de Joodse wijk, waar ik voor de eerste maal in mijn leven een Synagoge bezoek. Mea culpa. Het was een klein en leeg exemplaar van sefardische Joden dat naar meer smaakt. Van daaruit is het niet ver stappen naar de moderne stad, die in de negentiende eeuw sterk is gegroeid en waar het Plaza de Colon een scheiding tussen oud en nieuw vormt.
Terug in het historische Cordoba is het plein voor de San Agostino-kerk een ideale plaats om een stokbrood te nuttigen. De vele duiven geven het een Trafalgar Squareeske sfeer, maar dan wel onder een stralende zon. Wat verder toont het Palacio de Viana hoe de hogere klasse hier eeuwenlang geleefd heeft. Tot voor enkele decennia hadden de opeenvolgende Marqueses de Viana hier hun vaste stek in de stad. De twaalf patio’s doen ons realiseren dat er minder aangename dingen zijn dan leven als Markies in Cordoba.
Na een ommetje langs de restanten van een oude Romeinse tempel – 11 zuilen zijn intact gebleven – ronden we ons bezoek aan deze mooie stad af met een nieuwe zonde: triple whopper all over again. Ach ja…
Tussen Cordoba en Granada, de volgende bestemming, is er geen rechtstreekse autosnelweg. Een provincieweg is wel beschikbaar en daar opteren we met plezier voor. Je zou bij al dat moois in de steden vergeten dat ook de countryside in Andalusië meer dan de moeite loont. Vier dagen toeren, zoals wij het aanpakken, is véél en véél te weinig, maar je moet keuzes maken.
Het is al donker als we in Granada aankomen, maar we zijn ruimschoots op tijd om aan de tapas te beginnen. Een leuke tapasbar nabij het Albayzin, de Moorse wijk, geeft het startschot voor een avondje genieten van de lokale culinaire geneugten, zonder het geestrijke vocht te verwaarlozen. Bovendien was er veel keuze om van de waterpijp te proeven. Je hoeft niet tot in Bagdad, Beirut of Casablanca te reizen om van de rijke Arabische cultuur te genieten. Wat zou de West-Europese cultuur zonder Al-Andalus geweest zijn?
Tags: al-andalus, andalusië, cordoba, giralda, granada, juderia, karel V, marques de viana, mezquita, minaret, moskee, sefardim, synagoge
We hadden de smaak van de jamón echt wel te pakken. Ons ontbijt op een terrasje van een rustig café recht tegenover het Archivo de Indias bestond eens te meer uit toast en ham, samen met een Spaanse koffie of vers geperst fruitsap. Uit het vuistje is de ham malser; tussen een ciabatta moet je toch al handig met de tanden kunnen manoeuvreren om het sneetje hesp in stukjes te bijten. Zoniet dreigt de lap vlees in één hap in de mond te verdwijnen en dat kan niet de bedoeling zijn. We moeten ons de Spaanse way of life nog wat eigen maken. Het tapasritme zal best in een hogere versnelling worden gezet.
Het Alcázar was ten tijde van de Romeinen en de Visigoten niet meer dan een vesting of fort. Pas in het begin van de tiende eeuw werd de plek door de Moorse gezagshebbers met de bouw van een echt kasteel verfraaid. Na de reconquista gaven de christelijke koningen het bouwwerk een upgrade tot een luxueus paleis, dat tot op de dag van vandaag een officiële residentie van de Spaanse koning is. Daarbij hadden ze een aantal architecten in dienst die er voor hebben gezorgd dat het Alcázar één van de belangrijkste getuigen van de Mudejár-stijl is, een samengaan van Christelijke en Moorse invloeden. Later, in de zestiende eeuw, liet – de in Gent geboren – Karel V elementen uit de gotiek en de renaissance aan het Alcázar toevoegen. Vijf eeuwen later is het een ontegensprekelijk hoogtepunt van de symbiose tussen de Christelijke en Islamitische cultuur. Geen clash of civilizations hier. Het Alcázar als incarnatie van het begrip integratie.
Je kan dit paleis met een gids bezoeken, maar het is veel beter om jezelf in de uiterlijke en culturele schoonheid van dit oord onder te dompelen. Door op eigen ritme met een bondige reisgids van compartiment naar compartiment te flaneren haal je meer uit je bezoek dan een geleide visite waar meestal hoofdzaken niet van bijzaken worden onderscheiden. De vele stilstanden zijn bovendien dodelijk voor mijn rug. Zelf op stap dus, met de imposante Puerto del León als vertrekpunt. De toegangspoort brengt je via een lange tuin met sinaasappelstruiken aan het Patio de la Montería, dat een open ruimte voor het Palacio Mudéjar is. De naam spreekt voor zich: het paleis omvat een combinatie van schitterende Moorse en Christelijke elementen. De stijl wordt magistraal doorgetrokken in het meest bekende deel van het Alcázar, het Patio de las Doncellas – de patio van de maagden. In 2004 vond men hieronder nog een kleine tuin die bijna vijfhonderd jaar door een gewelf was overspannen.
De tuinen zijn al even indrukwekkend als het paleis zelf. De oudste delen dateren uit de zestiende en zeventiende eeuw, terwijl de lange tuinen buiten de muren pas vorige eeuw werden aangelegd. Een constructie tussen twee perken deed ons aan een tafereel uit Angkor denken, maar daar heeft het hoegenaamd niets mee te maken. Medio november is er nog veel groen te zien in de tuin. Dit gecombineerd met het oranje van de sinaasappelstruiken, het rood en het geel van de muren en de geometrische figuren van de muursteentjes maken van de tuin van het Alcázar één groot kleurenspectrum. Onvergetelijk. Dit is meer dan terecht geklasseerd als werelderfgoed.
Als je de poort van het Alcázar achter je dicht trekt word je aan een reality check onderworpen. De pracht, de praal, de grootsheid én de klasse van het paleis maken er een wereld op zich van. Duizend en één nacht in Al-Andalus. Daarbuiten wacht de stad. De betovering is verbroken en aan de Starbucks tweehonderd meter verderop zien we dat we in het moderne Sevilla zijn terecht gekomen. De smalle straatjes gingen haast ongemerkt over in brede boulevards, omzoomd door art nouveau-gebouwen en grote paviljoenen. In de grote Antigua Fábrica de Tabacos bevindt zich nu de Universidad de Sevilla. Een indrukwekkend netwerk van gangen en gangetjes in een oude tabaksfabriek huisvest nu de lokale universiteit, die, aldus een aantal Erasmussers die we er ontmoetten, best aangenaam is. Leuven of Sevilla? Hmmm…

Net buiten de stad kan het aandenken aan de grote Ibero-Amerikaanse tentoonstelling van 1929 niet bombastischer zijn: het gigantische Pabellon de España moest de grootsheid van het moederland weerspiegelen. Op de muur van de halve cirkel is elke grote stad van het land in azulejos weergegeven. In 1992 werd hier in de buurt ook een wereldtentoonstelling georganiseerd, maar daar was het Spaans paviljoen al stukken bescheidener. De tentoonstelling heeft, net als de Olympische Spelen van datzelfde jaar in Barcelona, de stad geen windeieren gelegd. Tegenwoordig bevindt zich op die locatie het grootste wetenschapspark van Andalusië. Sevilla heeft zich met brio op de wereldkaart gezet, moest dat nog nodig geweest zijn.
Door ons krappe tijdsbestek was het afgelopen wat Sevilla betreft. De transfer naar Cordoba duurde nauwelijks twee uur langs een goed tot zeer goed onderhouden autosnelweg. De stad was niet zo groot als Sevilla, maar met haar meer dan 320.000 inwoners kon je Cordoba niet tot een provinciestad veroordelen. Het zou een affront van jewelste zijn, want in de tiende eeuw was Cordoba even de grootste stad van West-Europa, met een bevolkingsaantal die op haar hoogtepunt een half miljoen zielen telde. In 711 viel de stad, waar Seneca van afkomstig is, voor de Moren, die van Cordoba hun hoofdstad op het Iberische schiereiland maakten. Enkele decennia later werd de dynastie van de Ommayaden er opgericht, waarvan Abd er-Rahman III in 929 zichzelf tot kalief uitriep. Hiermee bezegelde hij de feitelijke onafhankelijkheid van Al-Andalus ten opzichte van de kalief van Bagdad. Cordoba groeide uit tot een multicultureel centrum waar wetenschap op het allerhoogste niveau door Christenen, Arabieren en Joden werd bedreven. Een eeuw later was de dominantie al weer voorbij: na een machtsstrijd viel de dynastie van de Ommayaden in Cordoba en verschoof het zwaartepunt in Al-Andalus naar Sevilla. Desondanks bleef Cordoba een centrum van intelligentsia, hoewel het na de machtsovername van de christelijke koningen (1236) een groot deel van haar bevolking verloor. Cordoba deemsterde weg en leefde pas in de negentiende eeuw, met een beginnende industrialisatie terug op tot de mooie grote stad die het vandaag is.
Het is in Cordoba minder moeilijk navigeren dan in Sevilla. Het oude stadscentrum bevindt zich netjes naast de ringweg en is, ondanks alle eenrichtingsverkeer, toch goed met de wagen te bereiken. De auto wordt er niet op een haast maniakale wijze uit de stad gebannen, zoals dat in België meer en meer het geval is. In piepkleine straatjes en steegjes is er natuurlijk geen gevaar van gemotoriseerde vierwielers, maar het is dan ook logistiek onmogelijk om er een auto te ontvangen. Ze laten ons toe om snel via het Juderia naar het Mezquita te wandelen. In de ‘moskee’ gaan we morgen uitgebreid op bezoek, maar de gevel van het gebouw is bijzonder imposant dat we er ook nu niet kunnen naast kijken.
Heiligschennis behoort niet tot onze dagelijkse gewoontes, maar soms breekt nood wet. De magen knorren; America is glad to serve us. De lokale Burger King bevindt zich recht tegenover de meer dan twaalf eeuwen oudere Mezquita. Enkele meter scheiden werelderfgoed van culinaire mainstream, maar ook dat hoeft niet per se een slechte zaak te zijn. De Triple Whopper zorgt ervoor dat we er weer voor enkele minuten tegen konden. Niets geeft meer voldoening dan bij zonsondergang op een brug over de Guadalquivir de tanden in drie hamburgers tegelijk te zetten.
De Calle de San Fernando brengt ons naar het mooie Plaza de la Corredera, waar we begroet worden door een schare muzikanten. Ze trekken niet enkel door hun voortreffelijk debiteren van Spaanse schlagers onze aandacht, maar ook door hun voorkomen: een oerspaanse klederdracht die met emblemen van van alles en nog wat is gelardeerd, gaande van een Portugese vlag, het wapenschil van Kopenhagen, een biljet van 500 euro tot de uitgestoken tong van de Rolling Stones. Het blijken geneeskundestudenten uit Pamplona te zijn die met hun groepje door Europa reizen om zich te amuseren. Ze waren zelfs in Brussel geweest. Gewapend met wat instrumenten brengen ze hun toch wel uitgebreide oeuvre te berde en dat wijkt, toegegeven, enigszins af van de gepropageerde Stones. Ze geven ons in het midden van het prachtige Plaza de la Corredera een privéconcert. Hun gitarist kon wellicht uit sommige van onze gelaatstrekken afleiden dat onze muzikale smaak in andere genres was gelegen en toverde eventjes een riff van Smoke on the water van Deep Purple uit de snaren, maar daar bleef het bij. Ze speelden wat ze speelden en waren daar reuzefier op. We trakteerden de mannen op een pint en onszelf op wat tapas, die niet konden tippen aan het menu van Terry en Anastasia in Sevilla. Ach, wat doet het er toe? Spanje op zijn best…
Tags: al-andalus, alcazar, andalusië, bagdad, cordoba, deep purple, guadalquivir, juderia, kalief, rolling stones, sevilla, smoke on the water, yves leterme
Als je low budget wil reizen moet je er wat voor over hebben. Goedkope luchtvaartmaatschappijen krijgen doorgaans ongehoord vroege vertrekuren toegewezen. Onze vlucht naar Malaga zette al om kwart over zes koers richting Andalusië zodat de nacht bijzonder kort was. De Starbucks in Zaventem verlichtte enigszins de pijn, maar we zaten toch met kleine oogjes in de verouderde Boeing. Grappig: geen LCD-schermen hier, maar grote lichtbakken die boven de middengang hingen. Het lettertype was rechtstreeks van teletekst afgekeken en de weinige reclames van vluchten richting Berlijn, Stuttgart of Leipzig hadden duidelijk hun beste tijd gehad. Niet getreurd: de onhippe infrastructuur van jetairfly.com was degelijk, want uiteindelijk hadden we daarvoor gekozen. Net als de vele andere, voornamelijk oudere passagiers overigens. Ze gingen in grote getale aan de Costa del Sol overwinteren, of er op zijn minst een warme november van maken.
Onze Opel Zafira stond al klaar. Een ruim monovolume moest volstaan om vijf mensen en bagage vier dagen door Andalusië te gidsen. Comfortabel, met genoeg beenruimte, airco en een leuke radio. Enkel het lawaai van de motor kon beter. Het toerental schoot nogal gauw de hoogte in, maar dat weerspiegelde zich niet meteen in de snelheid van het vehikel. Waren we de koppeling nog niet gewoon? Misschien. Het leek na enkele kilometer niet te verbeteren. Onze chauffeur had al voor hetere vuren gestaan, totdat de wagen tijdens een beklimming op de eerste rijstrook dienst weigerde. Stelt u zich eens voor: je geeft plankgas op een helling met een meute zenuwachtige Spanjaarden in de nek, maar komt van het ene moment op het andere stil te staan. De bestuurder behield zijn kalmte en wist het Spaanse temperament tijdelijk een halt toe te roepen. We lieten de wagen naar de derde rijstrook afzakken en konden aan een hoofdstuk helpdeskconverseren beginnen. Acuut gevaar was er niet meer, althans niet voor ons die aan de rand van de snelweg stonden. De nerveuze Spanjaarden raceten soms ternauwernood aan de gewonde Zafira voorbij. Als dat maar goed afloopt…
De Spaanse helpdesk van Hertz bleek beter te werken dan de gecombineerde assistentie van Electrabel en Proximus. Hier krijg je ten minste meteen een échte stem aan de lijn. Tien minuten Mozart kan men zich in deze omstandigheden niet veroorloven. Een klein half uur later kwam een takelwagen ons voertuig uit haar weinig weinig comfortabele positie bevrijden en bracht een taxi gezelschap met bagage terug naar de luchthaven van Malaga.
Zafira II was duidelijk meer in vorm en bleek wél in staat om hellingen op te rijden. Met twee uur vertraging en een avontuur rijker konden we eindelijk naar Sevilla rijden. Het zit mij duidelijk niet mee wat de combinatie auto en reis betreft. Ik was nog maar net bekomen van de tow away-belevenis in San Francisco en nu gebeurt dit. Whatever. Dat is het leuke aan reizen.
Het zonnige tracé tussen Malaga en Sevilla was bochtig en liep deels door een dor heuvellandschap en een vallei. In het glooiende massief kwamen de mooie herinneringen aan het fantastische Californië weer boven, maar we zagen dat je ook in Zuid-Europa – medio november – van een gelukzalig klimaat kon genieten. Vanaf Antequera kwamen we in een uitgestrekte maar even dorre vallei terecht, waarin wijnranken en olijvenstruiken voor brood op de plank zorgen.
Sevilla is na Madrid, Barcelona en Valencia de vierde grootste stad van Spanje en heeft een agglomeratie van bijna anderhalf miljoen inwoners. De autosnelweg brengt je meteen aan de rand van de binnenstad. Om het hotel te vinden moesten we bij gebrek aan deftige kaart op de tast navigeren, maar dat bleek duidelijk géén goede keuze te zijn. Na enkele decameter waren we hopeloos verloren gereden in een vreemde stad met piepkleine wegjes, nauwe steegjes, een oneindig aantal straten met eenrichtingsverkeer en tientallen verkeerslichten. Pas na veel vijven en zessen raakten we op bestemming. Het zware werk zat er op voor vandaag.
Het centrum van de stad is al bij al relatief klein. Alle bezienswaardigheden liggen dicht bij elkaar, maar het is echt wel zoeken naar de route. Hier geen dambordpatroon: geen enkel huizenblok heeft een rechte hoek. Het is veeleer een labyrint van kleine steegjes, waar het verschrikkelijk warm is. Op deze 11 november – een werkdag in Spanje – is het T-shirt-weer.
Barrio de Santa Cruz, de Joodse wijk – het Juderia – is een getuige van de eeuwenlange Joodse aanwezigheid in de stad. Al heel vroeg waren hier Joodse gemeenschappen die er afwisselend relatieve tolerantie en doorgedreven vervolging konden ervaren. De Iberische Joden, de Sefardim – Sefarad is Hebreeuws voor Spanje – genoten vanaf de Conquista van een zekere vrijheid, maar werden na verloop van tijd uit het maatschappelijke leven geweerd. Na de Reconquista voltrok zich een analoog proces. Gelukkig is de Joodse erfenis niet verdwenen. De wijk sluit naadloos aan op de tuinen van het Alcazar, maar daarover morgen meer.
De kathedraal van Sevilla is één van de grootste ter wereld en staat op de plaats waar de Almohaden in de twaalfde eeuw een moskee hadden gebouwd. Na de val van Sevilla in 1248 namen Christenen het bouwwerk in bezit en hielden er hun eredienst. De minaret – de Giralda – deed dienst als kerktoren, ook nadat op de plaats van de moskee een gigantische kathedraal was verrezen. De ruimte is overweldigend: in een rechthoek van 126m op 83m kan veel gebeden worden. En vereerd, want in de Puerta de los Principes ligt de monumentale tombe van Christoffel Colombus. In 1899 werden zijn stoffelijke resten vanuit Cuba terug naar de oude wereld overgebracht en hier ten grave gedragen. Mooi zijn ook de Capilla Real, met de tombes van Fernando III en Alfonso X, de Sacristia Mayor en de Cabildo, waar de lokale kerkfabriek vergaderde. Vanop de Giralda, die je niet met trappen maar via hellende vlakken dient te beklimmen, heb je een schitterend zicht over de stad.
Sevilla puilt uit van de Tapasbars. In een klein straatje worden we vriendelijk begroet door Terry. Samen met haar man en dochter baat ze er het kleine etablissement El Pasaje uit. Hapjes in overvloed: we proeven er van gambas, mini-brochettes, spinazietaart en meer van dat lekkers, samen met de obligate cerveza’s en Spaanse wijn. Een betere plaats om onze culinaire geneugten te starten was moeilijk denkbaar. We vroegen dochter Anastasia waar we een typische Flamencobar konden vinden. Ze gaf ons een goed adresje. Moeder Terry liet tussendoor trots weten dat dochterlief zelf héél bedreven is in de dans, maar een demonstratie zou voor een andere keer zijn.
De Flamencobar op het Plaza de las Mercedarias was niet meteen zichtbaar of bleek niet (meer) te bestaan. Misschien waren we beter Anastasia’s advies niet gevolgd? We hielden het maar op een wijntje en/of thee nabij het gezellige Santa Maria la Blanca, vergezeld van lekkere jamon. Jawel, de Serranoham is hier een ware belevenis. Ze is zo mals dat ze haast op je tong smelt. Verrukkelijk. Ze zou ons de ganse reis blijven achtervolgen. In de ban van de jamon.
Pepe Pelegrio, de zingende waard van het café naast ons hotel, kwam op het late uur helemaal tot leven. Hij deed geen moeite om zijn muzikaal talent voor ons te verbergen. De man kon met bijhorende gesticulering de lokale gezangen perfect te berde brengen. Onze cerveza’s werden gevuld en nog eens gevuld. Als afsluiter schonk hij ons hoogstpersoonlijk een Alfonso, een lokale likeur, in. Lekker, maar de breedlachende Pepe Pelegrio mocht ook iets zuiniger zijn geweest…
Tags: alcazar, andalusië, california, giralda, malaga, opel zafira, sevilla
Het gonst dezer dagen van de geruchten over een mogelijke aanstelling van premier Herman Van Rompuy als eerste Europese president. Wat vorige week enkel door grapjassen en mensen op zoek naar aandacht werd gezegd was maandag plots wereldnieuws in België. Een uiteraard anonieme bron uit hogere diplomatieke kringen had volgens AFP laten weten dat over onze premier een consensus bestond. Alles zou er op wijzen dat hij de permanente voorzitter van de Europese Raad zou worden. Van Rompuy zou voor twee en een half jaar het gezicht van de Unie zijn. Dit was gesneden brood voor de pers.
Meteen spitsten alle kranten- en nieuwssites hun aandacht toe op de mogelijke promotie van onze premier. De man in kwestie hulde zich begrijpelijk in stilzwijgen en ging niet in op vragen over geruchten die er misschien niet eens waren. Ook Yves Leterme hield de lippen stijf op elkaar en citeerde enkel een verstandig man die ooit zei dat hij niet op hypothetische vragen antwoordde. Het ging bij de persmensen immers niet zozeer over Van Rompuy, maar wel over Leterme zelf. Als de premier plaats moet maken, volgt Yves Leterme dan zijn eigen opvolger op? De toon was gezet. Het proces van Leterme werd al gemaakt nog voor er ooit sprake was van Leterme II. Een déjà vu-gevoel? Wie weet.
De poll die in het begin van de week in De Standaard stond was nog een onschuldige gimmick. Je kon aangeven wie de beste opvolger voor Van Rompuy zou zijn. Guy Verhofstadt haalde het nipt voor Yves Leterme. Uit de reacties die er bij de poll en belendende artikels te lezen waren konden we afleiden dat de intellectuele maturiteit van de standaard.be-bezoeker omgekeerd evenredig was met het uiteraard nobele doel van de kwaliteitskrant. Het was een ordinaire scheldpartij waarbij men een vast bijzonder genuanceerd oordeel over de zaak uitsprak.
Hoe verder de week vorderde, hoe meer de media gingen gissen naar alle scenario’s die mogelijk op ons afkomen. Ministerposten werden verdeeld, de angst op permanente instabiliteit werd aangewakkerd en bij monde van John Crombez suggereerde de sp.a al vervroegde federale verkiezingen. Beatrice Delvaux stelt in Le Soir ante factum al een veto tegen Yves Leterme als Eerste Minister. Waar zijn we eigenlijk mee bezig? Wie verziekt de sfeer? Ik neem aan dat een deel van onze Waalse vrienden wel nuchter genoeg is om de platte volksmennerij van mevrouw Delvaux te doorzien. De dame reduceren tot quantité négligable getuigt van weinig respect, maar goed: ze doet haar journalistieke taak met dit opgestoken vingertje weinig eer aan.
Journalisten en politici zijn niet de enigen die zich druk maken om het mogelijke vertrek van Herman Van Rompuy. Ook de bookmakers hebben zich op de kwestie gestort. Er staat geld op zijn hoofd. Vertrekken is winnen, blijven is verliezen. Het doet me allemaal wat denken aan een vraag die Kardinaal Danneels in 2005 ten tijde van het conclaaf in Rome kreeg. Hij werd toen genoemd als mogelijke opvolger van Paus Johannes Paulus II. Toen hem werd gevraagd naar zijn mening over het feit dat hij bij de bookmakers hoog geklasseerd was, repliceerde de kardinaal met vier woorden: Ik ben geen paard. De vraagsteller stond met de mond vol tanden. Ik hoop dat niemand toen op Danneels had gegokt, want de brave man is uiteindelijk geen paus geworden. Herman Van Rompuy is ook geen paard. Laat de premier dus premier zijn.
Moeten we dan niet denken over wat komen gaat? Jawel, je moet altijd voorzienig zijn, maar je moet niet speculeren om te speculeren of gevolgen trekken uit dingen die nog niet zijn gebeurd. Daar heeft niemand baat bij.
Tags: De Standaard, godfried danneels, herman van rompuy, jean-luc dehaene, le soir, yves leterme