Autosport // Posted on 10 September 2006 by Peter Aspeslagh
Michael Schumacher zet een punt achter zijn carrière als F1-piloot. Na een uitzonderlijke loopbaan van 15 jaar stopt hij met misschien een achtste wereldtitel. Behalve het meest aantal gereden wedstrijden heeft hij zowat alle records gebroken. Zijn erelijst is te lang om op te noemen. Hij won in al die tijd tot nog toe 90 GP’s (tweede in de all-time-list is Alain Prost, met maar 51 overwinningen), brak onlangs Ayrton Senna’s mythische record van 65 pole-positions, stond ontelbare keren op het podium, reed meer snelste ronden dan wie dan ook en zo kan ik nog wel een eindje doorgaan. Maar boven alles werd hij zeven keer wereldkampioen. Sinds het annus horribilis 1994, toen Ayrton Senna verongelukte en het ene drama na het andere zich voltrok, domineerde Schumacher de sport.
Schumacher’s verhaal is ook een beetje het mijne. Enige maanden voor zijn debuut in augustus 1991 begon ik als twaalfjarig manneke de F1 te volgen en doe dat ever since. Misschien niet meer op een even maniakale manier als tien à vijftien jaar geleden, maar toch: eens de revs go up ben ik niet meer te houden en moet voor het scherm zitten. Iedereen heeft zo zijn zwakke kanten.
Anyway, de Duitser debuteerde tijdens de GP van België in 1991 en dat in de bloedmooie Jordan-Ford EJ191. Heel toevallig trouwens, want hij verving er de Belg Bertrand Gachot. De man was in Londen onzacht met een taxi-chauffeur in aanraking gekomen en spoot hem een pepper-spray in de ogen. Balans: enkele maanden cachot voor Gachot. Jordan moest tussen de GP van Hongarije en België op zoek naar een vervanger en vond die in de 22-jarige Schumacher. De man had al één en ander bewezen in de Formule 3 en reed voor Mercedes in het Sport-Prototype-kampioenschap (dat overigens al lang niet meer bestaat, maar da’s een te technisch verhaal). Als eerste van het Duits-Oostenrijkse triumviraat Schumacher-Heinz-Harald Frentzen-Karl Wendlinger kreeg hij een kans om zich in de koninginneklasse te bewijzen. En hoe: Schumacher plaatste zijn Jordan meteen als 5de op de startgrid! De dag nadien moest hij de strijd jammer genoeg al na een halve kilometer staken, maar hij had een ongelooflijke indruk gemaakt. Prompt lijfde het Benetton-Ford-team hem in. Veertien dagen later, in Monza, scoorde hij meteen al zijn eerste punten. A star was born.
Schumacher bleef tot eind 1995 bij Benetton. Eén jaar na zijn debuut, opnieuw in Francorchamps, scoorde hij zijn eerste overwinning (augustus 1992), toen hij in de regen Nigel Mansell kon voorblijven. Hij sloot het jaar als derde in het WK af. Het jaar nadien was voor Schumacher niet zo spectaculair, maar hij werd toch mooi vierde in de eindtabellen, mét een overwinning in Estoril (Portugal).
Toen Alain Prost eind 1993 zijn helm aan de haak hing werd hij bij het alles dominerende Williams-Renault-team door zijn eeuwige rivaal Ayrton Senna vervangen. Die had het niet onder de markt: in de eerste twee GP’s van 1994 viel de Braziliaan steeds door eigen fout uit. Tweemaal was zijn dichtste belager ene Michael Schumacher, die ervan profiteerde om de overwinning te pakken. Tijdens de derde GP, in Imola (GP van San Marino), sloeg het noodlot echter toe. Op zaterdag, tijdens de kwalificaties, verongelukte de Oostenrijkse debutant Roland Ratzenberger. Na twaalf jaar viel er nog eens een dode te betreuren in de sport. Dat was nog maar een luguber voorsmaakje, want de dag nadien gebeurde het ondenkbare. Ayrton Senna, die al tegen een achterstand van 20 punten aankeek, stond opnieuw op de pole en had zijn start niet gemist. Hij leek op weg naar de overwinning, tot hij na een aantal ronden in de Tamburello, een lange linkse bocht, plots rechtdoor ging. De charismatische Braziliaan, een levende legende, was op slag dood. Verschrikkelijk. Zelf ben ik hier maanden van onder de indruk geweest en krijg nog steeds rillingen als ik er aan terugdenk. 1 mei 1994, die vermaledijde dag…
Meteen was Schumacher zijn voornaamste rivaal voor de titel kwijtgeraakt, hoe je het nu ook draait of keert. Toch kon Senna’s teamgenoot Damon Hill tijdens de zomer het tij enigszins keren. Bovendien kreeg Schumacher voor weinig zwaarwichtige redenen een schorsing van twee wedstrijden aan zijn been, zodat alles in de laatste GP, die van Australië in Adelaïde, moest worden beslist. Met een controversiële move kegelde Schumacher toen Hill en zichzelf uit de race. Of er kwade wil in het spel was kan ik niet met zekerheid zeggen, maar, zoals bij zovele van Schumacher’s races, bleef er twijfel bestaan of de Duitser wel hoffelijk was geweest.
Het was een blijvende controverse in Schumacher’s carrière: hij speelde het spel altijd hard en kon op kapitale momenten zijn Duitse geduld verliezen. Zo ook in 1997, toen hij Jacques Villeneuve in bijna gelijkaardige omstandigheden van de baan reed, maar zelf aan het kortste eind trok. In Spa in 1998 ging hij David Coulthard bijna fysiek te lijf toen die naar zijn mening niet op tijd plaats ruimde om een aanrijding te vermijden. Schumacher heeft zich nooit veel vrienden gemaakt in het F1-milieu.
Het kon hem waarschijnlijk niet zoveel schelen. In 1995 werd hij voor de tweede keer met Benetton kampioen om het jaar nadien over te stappen naar Ferrari. Het legendarische Italiaanse team zat al enkele jaren in een depressie. Met de komst van Schumacher én teammanager Jean Todt en ingenieurs Ross Brawn en Rory Byrne werd een echt dream team opgericht. Een team dat tot op de dag van vandaag perfect heeft gefunctioneerd. Langzaam aan hebben ze Ferrari tot een allesoverheersend F1-team gemaakt. Schumacher was van 1996 tot 1999 vaak op achtervolgen aangewezen en moest toen respectievelijk Damon Hill, Jacques Villeneuve en Mika Häkkinen als wereldkampioenen naast zich dulden, hoewel hij toen al vaak een bedreiging vormde.
In 2000 wierp het vele werk zijn vruchten af. Schumacher werd wereldkampioen en bleef dat tot… oktober 2005, toen Fernando Alonso in zijn Renault de fakkel overnam. De jaren 2002 en 2004 waren zelfs allesoverheersend. In 2003 kreeg Schumacher felle weerstand van Kimi Räikkonen, maar kon het laken uiteindelijk naar zich toetrekken. In 2005 ging het minder, maar in 2006 is Schumacher op zoek naar zijn achtste en laatste wereldtitel. Na de GP van Italië en met nog drie wedstrijden te gaan is hij in de stand tot op twee punten van leider Alonso genaderd. De kans is dus heel reëel dat hij uiteindelijk met die achtste trofee gaat weglopen.
Daarna houdt hij er mee op. Schumacher is voor mij vaak een anti-held geweest, maar hij is statistisch gezien dé beste coureur aller tijden. Zijn palmares is ongeëvenaard en zal wellicht nooit kunnen worden verbeterd, althans toch niet zolang ik op deze aardbol zal rondlopen. Maar was hij dat ook los van alle cijfers en grafieken? Schumacher heeft steeds een dominant en goed gecoördineerd team rond zich kunnen bouwen en was hierin beter dan wie ook. Hij paste perfect in een goed geolied raderwerk. Komt daarbij dat hij in geen tijd een nieuwe wagen onder de knie kon krijgen en naar zijn goeddunken en vermogen kon afstellen. Bovendien kon je hem niet vaak op fouten betrappen. Maar toch blijf ik met een dubbel gevoel zitten. Een groot coureur, maar niet steeds even sportief ten opzichte van zijn concurrenten. In spannende omstandigheden sloegen de stoppen soms te veel door. Daarnaast evenaarde hij nooit het charisma en temperament van een Ayrton Senna of Gilles Villeneuve, noch het mythische van Juan Manuel Fangio, het polyvalente van Mario Andretti, de sérieux van Alain Prost of de nonchalance van Jacques Villeneuve. Hij was gewoon Michael Schumacher…