Bruxelles mon amour
Het Brusselse schietincident van vorig weekend, waarbij een agent zwaar gewond raakte, heeft een ware mediastorm ontketend. Plots wou niemand meer zwijgen over het onveiligheidsgevoel en de onleefbaarheid van sommige delen van het hoofdstedelijk gewest. De politie durft een aantal wijken niet meer in; kleine en grote onregelmatigheden worden haast altijd geseponeerd. Mensen worden overvallen en scholen moeten wegens een te groot risico verhuizen. Boefjes controleren de straat, de informele economie profiteert van de chaos. Het hoeft geen betoog dat er in Brussel een probleem is dat acuter en acuter wordt. Om een waardige hoofdstad van Europa te blijven moet er een en ander gebeuren. De ordediensten moeten meer middelen krijgen en op elkaar worden afgestemd. Ook bij justitie vraagt men versterking om de dossiers te kunnen blijven opvolgen. Of beter: te kunnen opvolgen, want vaak is van vervolging geen sprake. Althans, zo klonk het aan Vlaamse kant.
In de Franstalige pers werd er veel minder aandacht besteed aan het incident en haar gevolgen. Men begreep precies niet waar die Vlamingen zich druk over maakten. Dit gebeurt toch zo vaak? Doorzeefd worden met kogels uit een machinegeweer, dat hoort nu eenmaal bij een grootstad. De schietpartij was dus niet meer dan een fait divers, maar wel één dat door de Vlamingen natuurlijk weer werd misbruikt om greep op de hoofdstad te krijgen. Ze kunnen het immers niet hebben dat Franstaligen Vlaamsche grond besturen. Met een eengemaakte politiezone, hét wondermiddel van die Vlamingen, zouden ze meteen een extra lepel hebben om in de pap te brokken. De Franstalige politici speelden het spelletje mee en deden elk voorstel af als steekvlampolitiek. Dat laatste is het misschien wel een beetje, maar meer nog dan de wedijver tussen de taalgroepen was de inherente onwil om de problemen aan te pakken hallucinant om zien. Een onverschillige Freddy Thielemans sprak letterlijk over een fait divers, terwijl zijn collega uit Molenbeek, Philippe Moureaux, zijn dédain ten opzichte van de naïeve Vlaamse kijker niet onder stoelen of banken kon steken. Als je arrogantie met wijn kan vergelijken, dan schonken beide mannen ons een Château Petrus van 1935 in. Nog een geluk dat de FDF-armada niet aan het woord kwam.
Maar laten we eerlijk zijn: Vlaanderen heeft lange tijd Brussel links laten liggen. Het was een verfranste stad en wat hadden zij daar nog te zoeken? Een deel van de Vlaamse beweging zou Brussel nooit of te nimmer laten vallen; een ander deel couldn’t care less. De Brusselse Vlamingen zelf deden wat ze konden en namen over het algemeen een gematigde houding aan, want uiteindelijk moet je samen leven en, soyons sérieux, wie zijn wij om iemand op basis van taal als vijand te aanzien? Wederzijds respect moet groeien.
Daarmee zijn de problemen niet van de baan. Integendeel. Men zoekt nu halsoverkop naar maatregelen die tijdelijk voor een pacificatie kunnen zorgen. Zero tolerance is een lapmiddel, maar het werd meteen getorpedeerd door de magistratuur: wij hebben niet voldoende middelen om snel genoeg de dossiers af te handelen. Op zich geen onterechte stelling, maar hiermee was de discussie weer gesloten. Het is alsof de elpee blijft haperen: déjà vu, déjà entendu. En als er meer middelen zullen zijn, dan zal er weer een probleem opduiken qua taalexamens en taalpariteit. Er is dus geen lapmiddel voor de huidige problemen. Het blijft ploeteren en dat kunnen we – als kinderen van Magritte – alsnog begrijpen. Dat men de discussie op lange termijn niet fundamenteel wil voeren is veel en veel erger. Het tegen beter weten in blijven beschermen van minuscule independent kingdoms en kleine machtsbastions is onvergeeflijk. Wat ben je met een fier RSCA als de helft van de stad in lichterlaaie staat? Kan je Molenbeek nog leefbaar houden als de straat door jongerenbendes wordt gecontroleerd? Is het überhaupt moreel verantwoord om een meer efficiënte inzet van de schaarse ordetroepen tegen te houden? Neen, driewerf neen, maar dit is een Belgische context. De één wil niet inbinden voor de ander. Men blijft in de loopgraven zitten. Dit non is echter veel erger dan het ondertussen legendarische non van Reynders en Milquet in augustus 2007. Dit is geen slecht toneel meer. Dit is een bijzonder knap staaltje van verschuilpolitiek: door zich achter valse argumenten te verstoppen verzuimt men om de zaak op te lossen. Dit was al van lang voor de dertigste van januari het geval, maar het obstinate en manifeste non na een toch niet banaal incident is des te triest.
Wat moet je nu zeggen aan mensen – Vlamingen, zoals ze die ook wel noemen – die geïnteresseerd zijn om in de hoofdstad te komen wonen? U wordt hier minder overvallen dan in Johannesburg? Moorden zijn bij ons niet zo gebruikelijk? Louis Vuitton heeft handtassen op overschot? U mag blij zijn dat u gezond bent? In de naburige gemeente is het criminaliteitspercentage tien eenheden groter? Welnu, ik ben zo’n zogenaamde Vlaming die graag in een iets grotere stad wil wonen waar veel te beleven is, waar een goed uitgebouwd cultuuraanbod is, waar je veel verschillende soorten mensen tegenkomt en vrienden kan maken, ongeacht hun taal en huidskleur. Hoe wil je nu dat iemand die stap neemt als de diverse overheden verzuimen om ook maar in de verste verte aan structurele oplossingen voor reële problemen te werken. Er zijn natuurlijk ook veel buurten waar géén moeilijkheden zijn, maar waar die wel bestaan, daar moeten ze met man en macht worden aangepakt.
Onze opeenvolgende staatshervormingen hebben het er niet makkelijker op gemaakt. De bevoegdheden zijn tot in het absurde verspreid geraakt om compromissen te forceren. In de gegeven omstandigheden was dat een te verdedigen stelling, maar eenmaal de gemoederen zijn bedaard moet een rationalisering worden overwogen. Federalisme is een perpetuum mobile. Een eindpunt, zeker in een Belgische context, is niet voor morgen, maar soms roept de realiteit hoogdringendheid in. Een nieuw pact voor Brussel zou geen overbodige luxe zijn. De stad verdient het niet om tot een Europees district te worden gedegradeerd, maar een kleine twee dozijn burchten zijn in een moderne metropool evenmin aanvaardbaar. We moeten er naar streven dat het gewest alle bevoegdheden verkrijgt die van bovenlokaal belang zijn. Daarvan is de politie de belangrijkste exponent. Wat de taalsamenstelling en politieke verhoudingen betreft moet alles minstens bespreekbaar zijn – leve de realpolitik – zolang iedereen op voldoende respect kan rekenen. Dat dit institutionele spitstechnologie vereist spreekt voor zich, maar als men er in slaagt om een aantal bevoegdheden te homogeniseren en te coördineren binnen een besluitvaardig apparaat zetten we stappen in de goede richting. Bij sollicitaties voor onderhandelaar (m/v) is een pragmatische geest een doorslaggevende voorwaarde.
En ja, hoezeer ik deze federatie in het hart draag, dit keer is het een grotendeels Franstalig korps dat een zware verantwoordelijkheid draagt. Zij hebben het per slot van rekening op vele plekken voor het zeggen en moeten dan ook met initiatieven over de brug komen. Alles steeds op conto van een (extreem-)rechts Vlaams complot blijven schrijven is niet meer ernstig. Het geeft blijk van zwakte. In een internationale context is dit ronduit belachelijk en dat kan Brussel als hoofdstad van Europa niet veroorloven. Haar imago is al genoeg aangetast.
Desalniettemin blijf ik in de stad geloven. Ze heeft te veel troeven en is te mooi om zomaar te worden opgeofferd op het altaar van koppigheid en arrogantie. Hebben we echt een nieuw Heizeldrama nodig voordat alle partijen tot een deftig gesprek bereid zullen zijn?
Tags: anderlecht, brussel, brussels hoofdstedelijk gewest, eengemaakte politiezone, molenbeek, philippe moureaux, politie








Leave your response!