USA West 2009 // Posted on 05 September 2009 by Peter Aspeslagh
De Verenigde Staten hebben altijd tot mijn verbeelding gesproken. Vorig jaar was ik er voor de eerste keer op bezoek. Toen lag de nadruk op het noordoosten van het land, met New York als magische toegangspoort. The city that never sleeps. Van een groot deel van de Amerikanen kwamen hier de ouders, grootouders, overgrootouders of betovergrootouders het beloofde land binnen. Confer Ellis Island. Ik kon dus niet anders dan aan de wallen van New York City aanmeren.
Het vervolg van de trip bestond uit een rondrit langs een aantal hoogtepunten uit de ruime omliggende regio: Washington DC, Shenandoah National Park, Great Smoky Mountains National Park, Nashville, Chicago, de Niagara Falls en New York State. Best of the East dus. Het was een ideale kennismaking met de USA, maar voor spectaculaire landschappen, die dit land toch zo mooi maakten, moest je elders zijn. De Appalachen waren een weinig opwindend middengebergte, Tennessee-Kentucky-Indiana landbouwstaten, Ohio was een industriebekken en de Niagara Falls stukken overrated. New York City, Washington DC en Chicago waren elk op hun eigen manier verbluffende steden, maar de USA is meer dan steden alleen. Voor de adembenemende zichten diende je naar Californië, Nevada, Arizona en Utah af te reizen. In 2009 zou Best of the West het motto worden.
De rondrit werd in 2008 door Trek America in goeie banen geleid. Alles was goed georganiseerd, maar in dat soort van reizen is je bewegingsvrijheid beperkt. Je overnacht in een zo goedkoop mogelijke locatie (lees: tent), je volgt een vooraf uitgestippelde route, je wordt geacht lol te maken met een groep en je reist met een busje. Leuk, maar niet het summum om dit land te bezoeken. We namen er dit jaar de goede elementen uit over en perfectioneerden het concept: van camping naar camping, met zelfgekozen gezelschap, met een eigen huurauto en zonder vast reisschema. We hadden vage to do’s vooropgesteld: een aantal Nationale Parken in Arizona en Utah doorkruisen en in een tweede fase de Californische kust met Los Angeles en San Francisco aandoen. Campings waar mogelijk; ho(s)tels indien nodig. Om zo weinig mogelijk tijd te verliezen – veertien dagen zijn zo voorbij – hadden we Las Vegas als startpunt uitgekozen; de finishlijn zou in San Francisco liggen. Las Vegas is nu eenmaal het dichtste grote centrum bij de Nationale Parken. Qua vlucht reserveerden we bij Connections een goedkope Brussel-San Francisco-Brussel-verbinding, met daar in de heenreis nog een interne vlucht San Francisco-Las Vegas bovenop.
Het westen van de Verenigde Staten was vanuit Brussel toch een heel eind vliegen. Delta Airlines had na tien uur in het vliegtuig een tussenlanding in Atlanta voorzien. We vertrokken om 10u30 in Brussel en kwamen om iets na acht Belgische tijd in de grootste stad van Georgia aan. De kortste verbinding tussen beide steden deed het luchtruim van Groot-Brittannië aan en ging via Dublin en het Ierse achterland de oceaan in. Jammer dat we het kaartje maar af en toe te zien kregen. Het was toch even lachen toen bleek dat Nuuk, de hoofdplaats van Groenland, niet ver uit de weg lag. Het Amerikaanse continent werd in Labrador aangesneden, gevolgd door een tweetal uur diep in Québec. Eventjes vond ik het jammer om hier niet te landen, maar La Belle Province zal voor een andere keer zijn. Eenmaal de Grote Meren overgestoken ben je verrassend snel in Atlanta. De service van Delta was correct en vriendelijk zoals het hoort. Hier geen overdreven gegesticuleer en gespeelde hartelijkheid zoals de Indische dames en heerschappen van Jet Airways, maar hartelijke zakelijkheid van de Amerikanen. Neen, dit is geen contradictie: service met een glimlach en een snelle en correctie bediening is dat wat we verlangen. Niets minder, niets meer.
Het contrast met de bediende aan de grenscontrole kon niet groter zijn. De wellevendheid van de grijzende vijftiger had het gehalte van een, dixit JMDD, natgeregend kartonnen bekertje. Hij staarde met bril scheef op de neus apathisch voor zich uit. De man bleek alsnog te kunnen spreken, maar zijn vocabularium bleef beperkt tot “thumb”, “fingers” en “watch the camera”. Zo’n gedrag heeft ook haar voordelen: wegens het half doofstomme karakter van de man konden ons ook geen lastige vragen à la “wat komt u hier doen?” worden gesteld. We raakten zonder problemen dit land binnen. Raar dat je elke keer de complete procedure dient te ondergaan.
Het Hartsfield-Jackson Atlanta International Airport is de grootste luchthaven ter wereld, maar toch liep alles efficiënt en zonder problemen. Voor de transfer naar een ‘domestic flight’ moest de bagage opnieuw worden ingecheckt. Met een shuttle-metro werd je naar de juiste terminal gebracht en klaar was kees. Daarom heb ik zo’n bewondering voor dit land: ondanks alle haast paranoïde restricties en controles gaat alles er snel en efficiënt. Lange wachtrijen – als die er al zijn – worden niet stapvoets, maar in looppas genomen; de bewegwijzering is vloeiend. Kortom, we zaten al snel op de Boeing destination San Francisco. Het was een klein vliegtuigje en net als tijdens de transatlantische overtocht hadden we maar zelden last van turbulentie. Van de aan boord zijnde kleine kinderen des te meer: het exemplaar voor ons krijste als een kat in een auto. Enkele stoelen verder moesten we een dame tolereren die voor haarzelf wellicht een dubbel ticket had betaald. Ze at continu chips en slaatjes met bijhorende vettige saus. Het is natuurlijk makkelijk om een karikatuur te maken, maar in deze werd de couleur locale alle eer aangedaan. Onvoorstelbaar. Bij het lezen van een artikel over de Health Care Reform in de New York Times enkele dagen later daagde de vrouw spontaan in onze verbeelding op. Een columnist vroeg zich af of we in de ganse discussie niet beter de omgekeerde redenering zouden maken: laten we de Amerikanen gezonder leren eten. Dit zou de kosten voor de health care automatisch drastisch doen dalen. Makkelijk gezegd, maar duidelijk bijzonder moeilijk gedaan.
De vlucht van Atlanta naar San Francisco werd tot groot jolijt grotendeels in klare lucht afgewerkt. We kregen een gratis panorama over Georgia, Alabama, de Mississippi, Arkansas, Kansas, Oklahoma, Colorado, Utah, Nevada en Californië. Het hoefde geen betoog dat de voortdurende wisseling van landschap een lust voor het oog was. De landing in San Francisco zorgde eventjes voor knikkende knieën toen bleek dat we tot op een decameter van de landingsbaan nog boven water hingen. De piste begon letterlijk op de oever van de San Francisco Bay. Niets aan de hand, maar voor first timers hier was het een creepy moment. We konden echter op verzachtende omstandigheden rekenen, want het was voor ons bioritme toen al half vier ‘s morgens. Californië verschilt negen tijdszones van Brussel. Het was er dus negen uur vroeger en dat merkten we, maar nog was ons avontuur niet over. De transfer naar Vegas vertrok pas om kwart voor elf ‘s avonds lokale tijd. Vier uur doden op een saaie luchthaven. Enkel het gebruik van de AirTrain om van terminal te veranderen zorgde voor wat afwisseling én de mogelijkheid om de benen te strekken, want dat had de delegatie na vijftien uur vliegtuig meer dan nodig. Het was een ware marteling om tot hier te geraken. Een lekkere, warme soep – u kunt hier inderdaad ook gezond eten – kikkerde ons wat op, want lichamelijk ben je na een marathonvlucht echt wel geradbraakt: de gewrichten doen pijn, de spijsvertering is verstoord en de buik doet lastig. Je moet er wat voor over hebben.
Alles is in onze context, als ordinaire toeristen, natuurlijk relatief, maar het leed werd nog wat verlengd door de lange wachttijd aan die ijskoude gate in het San Francisco International Airport. Het wachten op onze vlucht van United Airlines richting Las Vegas bleef maar duren. Gelukkig was het opvallend warm in het vliegtuig; we waren allemaal wakker om de landing in Vegas met argusogen te volgen. Het is geen wonder dat astronauten Sin City vanuit de ruimte kunnen waarnemen. Je kan gewoon niet naast de lichtoase in de woestijn kijken. Het is overweldigend. Omdat we vanuit het zuidwesten kwamen dienden we na verloop van tijd een bocht van 180 graden te maken, zodat we om te landen het fenomeen nog beter konden bewonderen. Schitterend, zeker in het donker.
In het McCarran International Airport zie je meteen in wat voor oord je bent terecht gekomen. Onvoorstelbaar: we hadden nog maar net voet aan wal gezet en daar waren al de eerste jackpots. Niet één, niet twee, niet tien, maar tientallen, zoniet honderdtallen. In het holst van de nacht was het er opvallend rustig, maar je kwam alvast meteen in de stemming. Alhoewel: we hadden er voorlopig geen oog meer voor. Bij u was het al 9u30 op zondagmorgen, bij ons was het iets na middernacht. Gelukkig vonden we een taxi die ons snel naar het hostel in Fremont Street kon brengen. Onderweg, vanop de ring, straalden de neonlampen onverstoorbaar de lucht in. This is Vegas. We zouden het geweten hebben.