Dag 1 // Brussel – Malaga – Sevilla
Als je low budget wil reizen moet je er wat voor over hebben. Goedkope luchtvaartmaatschappijen krijgen doorgaans ongehoord vroege vertrekuren toegewezen. Onze vlucht naar Malaga zette al om kwart over zes koers richting Andalusië zodat de nacht bijzonder kort was. De Starbucks in Zaventem verlichtte enigszins de pijn, maar we zaten toch met kleine oogjes in de verouderde Boeing. Grappig: geen LCD-schermen hier, maar grote lichtbakken die boven de middengang hingen. Het lettertype was rechtstreeks van teletekst afgekeken en de weinige reclames van vluchten richting Berlijn, Stuttgart of Leipzig hadden duidelijk hun beste tijd gehad. Niet getreurd: de onhippe infrastructuur van jetairfly.com was degelijk, want uiteindelijk hadden we daarvoor gekozen. Net als de vele andere, voornamelijk oudere passagiers overigens. Ze gingen in grote getale aan de Costa del Sol overwinteren, of er op zijn minst een warme november van maken.
Onze Opel Zafira stond al klaar. Een ruim monovolume moest volstaan om vijf mensen en bagage vier dagen door Andalusië te gidsen. Comfortabel, met genoeg beenruimte, airco en een leuke radio. Enkel het lawaai van de motor kon beter. Het toerental schoot nogal gauw de hoogte in, maar dat weerspiegelde zich niet meteen in de snelheid van het vehikel. Waren we de koppeling nog niet gewoon? Misschien. Het leek na enkele kilometer niet te verbeteren. Onze chauffeur had al voor hetere vuren gestaan, totdat de wagen tijdens een beklimming op de eerste rijstrook dienst weigerde. Stelt u zich eens voor: je geeft plankgas op een helling met een meute zenuwachtige Spanjaarden in de nek, maar komt van het ene moment op het andere stil te staan. De bestuurder behield zijn kalmte en wist het Spaanse temperament tijdelijk een halt toe te roepen. We lieten de wagen naar de derde rijstrook afzakken en konden aan een hoofdstuk helpdeskconverseren beginnen. Acuut gevaar was er niet meer, althans niet voor ons die aan de rand van de snelweg stonden. De nerveuze Spanjaarden raceten soms ternauwernood aan de gewonde Zafira voorbij. Als dat maar goed afloopt…
De Spaanse helpdesk van Hertz bleek beter te werken dan de gecombineerde assistentie van Electrabel en Proximus. Hier krijg je ten minste meteen een échte stem aan de lijn. Tien minuten Mozart kan men zich in deze omstandigheden niet veroorloven. Een klein half uur later kwam een takelwagen ons voertuig uit haar weinig weinig comfortabele positie bevrijden en bracht een taxi gezelschap met bagage terug naar de luchthaven van Malaga.
Zafira II was duidelijk meer in vorm en bleek wél in staat om hellingen op te rijden. Met twee uur vertraging en een avontuur rijker konden we eindelijk naar Sevilla rijden. Het zit mij duidelijk niet mee wat de combinatie auto en reis betreft. Ik was nog maar net bekomen van de tow away-belevenis in San Francisco en nu gebeurt dit. Whatever. Dat is het leuke aan reizen.
Het zonnige tracé tussen Malaga en Sevilla was bochtig en liep deels door een dor heuvellandschap en een vallei. In het glooiende massief kwamen de mooie herinneringen aan het fantastische Californië weer boven, maar we zagen dat je ook in Zuid-Europa – medio november – van een gelukzalig klimaat kon genieten. Vanaf Antequera kwamen we in een uitgestrekte maar even dorre vallei terecht, waarin wijnranken en olijvenstruiken voor brood op de plank zorgen.
Sevilla is na Madrid, Barcelona en Valencia de vierde grootste stad van Spanje en heeft een agglomeratie van bijna anderhalf miljoen inwoners. De autosnelweg brengt je meteen aan de rand van de binnenstad. Om het hotel te vinden moesten we bij gebrek aan deftige kaart op de tast navigeren, maar dat bleek duidelijk géén goede keuze te zijn. Na enkele decameter waren we hopeloos verloren gereden in een vreemde stad met piepkleine wegjes, nauwe steegjes, een oneindig aantal straten met eenrichtingsverkeer en tientallen verkeerslichten. Pas na veel vijven en zessen raakten we op bestemming. Het zware werk zat er op voor vandaag.
Het centrum van de stad is al bij al relatief klein. Alle bezienswaardigheden liggen dicht bij elkaar, maar het is echt wel zoeken naar de route. Hier geen dambordpatroon: geen enkel huizenblok heeft een rechte hoek. Het is veeleer een labyrint van kleine steegjes, waar het verschrikkelijk warm is. Op deze 11 november – een werkdag in Spanje – is het T-shirt-weer.
Barrio de Santa Cruz, de Joodse wijk – het Juderia – is een getuige van de eeuwenlange Joodse aanwezigheid in de stad. Al heel vroeg waren hier Joodse gemeenschappen die er afwisselend relatieve tolerantie en doorgedreven vervolging konden ervaren. De Iberische Joden, de Sefardim – Sefarad is Hebreeuws voor Spanje – genoten vanaf de Conquista van een zekere vrijheid, maar werden na verloop van tijd uit het maatschappelijke leven geweerd. Na de Reconquista voltrok zich een analoog proces. Gelukkig is de Joodse erfenis niet verdwenen. De wijk sluit naadloos aan op de tuinen van het Alcazar, maar daarover morgen meer.
De kathedraal van Sevilla is één van de grootste ter wereld en staat op de plaats waar de Almohaden in de twaalfde eeuw een moskee hadden gebouwd. Na de val van Sevilla in 1248 namen Christenen het bouwwerk in bezit en hielden er hun eredienst. De minaret – de Giralda – deed dienst als kerktoren, ook nadat op de plaats van de moskee een gigantische kathedraal was verrezen. De ruimte is overweldigend: in een rechthoek van 126m op 83m kan veel gebeden worden. En vereerd, want in de Puerta de los Principes ligt de monumentale tombe van Christoffel Colombus. In 1899 werden zijn stoffelijke resten vanuit Cuba terug naar de oude wereld overgebracht en hier ten grave gedragen. Mooi zijn ook de Capilla Real, met de tombes van Fernando III en Alfonso X, de Sacristia Mayor en de Cabildo, waar de lokale kerkfabriek vergaderde. Vanop de Giralda, die je niet met trappen maar via hellende vlakken dient te beklimmen, heb je een schitterend zicht over de stad.
Sevilla puilt uit van de Tapasbars. In een klein straatje worden we vriendelijk begroet door Terry. Samen met haar man en dochter baat ze er het kleine etablissement El Pasaje uit. Hapjes in overvloed: we proeven er van gambas, mini-brochettes, spinazietaart en meer van dat lekkers, samen met de obligate cerveza’s en Spaanse wijn. Een betere plaats om onze culinaire geneugten te starten was moeilijk denkbaar. We vroegen dochter Anastasia waar we een typische Flamencobar konden vinden. Ze gaf ons een goed adresje. Moeder Terry liet tussendoor trots weten dat dochterlief zelf héél bedreven is in de dans, maar een demonstratie zou voor een andere keer zijn.
De Flamencobar op het Plaza de las Mercedarias was niet meteen zichtbaar of bleek niet (meer) te bestaan. Misschien waren we beter Anastasia’s advies niet gevolgd? We hielden het maar op een wijntje en/of thee nabij het gezellige Santa Maria la Blanca, vergezeld van lekkere jamon. Jawel, de Serranoham is hier een ware belevenis. Ze is zo mals dat ze haast op je tong smelt. Verrukkelijk. Ze zou ons de ganse reis blijven achtervolgen. In de ban van de jamon.
Pepe Pelegrio, de zingende waard van het café naast ons hotel, kwam op het late uur helemaal tot leven. Hij deed geen moeite om zijn muzikaal talent voor ons te verbergen. De man kon met bijhorende gesticulering de lokale gezangen perfect te berde brengen. Onze cerveza’s werden gevuld en nog eens gevuld. Als afsluiter schonk hij ons hoogstpersoonlijk een Alfonso, een lokale likeur, in. Lekker, maar de breedlachende Pepe Pelegrio mocht ook iets zuiniger zijn geweest…
Tags: alcazar, andalusië, california, giralda, malaga, opel zafira, sevilla








Ik zal de complimenten over de service doorgeven aan mijn Spaanse collega’s!
Leave your response!