USA West 2009 // Posted on 14 September 2009 by Peter Aspeslagh
Na New York is de agglomeratie van Los Angeles de grootste van de Verenigde Staten. Toch was de skyline op het eerste zicht niet zo indrukwekkend. Chicago, dat in bevolkingsaantal stukken kleiner is, heeft een veel uitgebreider arsenaal aan wolkenkrabbers. In Los Angeles was niets te zien dat ook maar in de buurt van de Sears Tower of aanverwante toppers kwam. Onze verwachtingen van downtown L.A. waren dus niet bijster hoog gespannen, maar we konden geen deftig oordeel vellen zonder het gezien te hebben.
De metro was alvast net en efficiënt. Het treintje bracht ons vanuit Hollywood meteen in Union Station, het grote centrale station nabij El Pueblo de los angeles, het historische centrum van de stad. Het Pueblo stelde jammer genoeg niet zoveel voor. Het was vooral een straat waar veel kraampjes met souvenirs het zicht belemmerden. Het kleine kerkje en klooster waren dan weer wél een bezoekje waard. Net zoals overal in Latijns-Amerika is het vereren van een mariafiguur – in de meeste gevallen een ordinaire pop – een centraal punt van gebed. Het ding staat in een Lourdesachtige grot en wordt warm gehouden door honderden typische kaarsen die in langwerpige glazen bokalen verpakt zitten. Tijdens onze tocht langs de campings in de nationale parken hadden we zelf twee exemplaren bij ons. Niet als engelbewaarder, maar het waren de enige deftige kaarsen die we in de Walmart te pakken kregen. Ze bleken goed te werken, totdat de extreme hitte in Vegas het kaarsvet in een abstracte vorm herschiep. Exit kaarsen. In het klooster in L.A. waren ze alvast wel nog in goede staat.
In downtown L.A. merk je onmiddellijk op dat dit een stad is die in twee delen uiteen valt. Rond Broadway – editie L.A. – vonden we vooral de armere Latino’s. Zowat alles was er Spaanstalig. De huizen waren minder hoog en nauwelijks afgewerkt. Ze deden me bij momenten denken aan een doorsnee wijk in Lima. Weinig luxe, enkel het essentiële. Het extravagante Las Vegas was plots heel ver weg. In Los Angeles komt een uitgesproken sociale stratificatie duidelijker aan de oppervlakte. De Hispanics staan hier onderaan de sociale ladder en doen de jobs die de andere bevolkingsgroepen niet meer willen doen. Het was even ontnuchterend als verbazend. De Amerikanen pakken deze diversiteit echter pragmatisch aan. Hoewel het Engels de officiële taal is, zijn de opschriften in veel winkels of openbare gebouwen doorgaans tweetalig Engels-Spaans.
De rijkere, Angelsaksische en zakenbuurt bevond zich rond Figueroa Street. De ene grote building na de andere, al was het stukken bescheidener dan in The Big Apple of Windy City. Of het smaakvol was laten we in het midden, maar dit was niet meteen het meest opwindende stuk van onze reis. Wellicht was er mits een betere voorbereiding van een bezoek aan het centrum van Los Angeles meer te zien, maar als je zo wat rondwandelde door de brede straten was er eigenlijk niets dat specifiek je aandacht trok. Anonieme blokken. Zelfs de Starbucks van de dag was geen succes, want men had er niet eens de nodige toiletten. Terug naar Hollywood.
Bij het verlaten van metrostation Hollywood/Highland zochten we naar de bus richting Farmers Market. Dit bekende winkelcentrum zou een ervaring op zich zijn. Bovendien, en dat was minstens even belangrijk, bevond zich daar de enige echte Apple Store van L.A. Een ietwat oudere man zag dat we niet onmiddellijk de juiste buslijn vonden en, zoals dat hier de gewoonte is, bood hij ons spontaan zijn diensten aan. “Where are you from?”, de traditionele openingszin, mocht ook hier niet ontbreken. Hij bleek zelf van South Dakota te komen, maar woonde al decennia in Burbank, ten noorden van Los Angeles. Tourists? Hij raadde alvast aan om niet deel te nemen aan dure rondritten door rijke suburbs van L.A. met villa’s van celebrities die je wellicht toch niet allemaal kent. “Take the subway to Universal City or the bus to Farmers Market…” Bovendien moesten we op onze hoede zijn. “Los Angeles is a dangerous city. There are lots of security people around. You don’t notice them. Everyone can be an undercover police officer.” Er woont hier natuurlijk nogal wat bekend volk en er worden nogal wat films gemaakt, maar haalde de man cinema en werkelijkheid niet door elkaar? Misschien wel. Tot onze grote verbazing bleek hij al negentig te zijn. Hij liet ons met graagte foto’s van zijn ook al oudere zonen zien, waarvan het hem hoog zat dat één nog steeds niet de liefde van zijn leven had gevonden. Wat was dan het geheim om zo oud te worden? “Always come home at night and never eat microwave.” Met een glimlach namen we afscheid van de lieve opa. Hij zette ons op de juiste bus. Negentig, maar nog lang niet versleten. En zeker niet te oud om te helpen en een praatje te slaan…
Amerikaanser dan Farmers Market kan een winkelcentrum niet zijn. Het leek wel een kapitalistische oase in een afgelegen en grauwe suburb. Opnieuw waren alle grote ketens en merken in overvloed vertegenwoordigd. Een kitscherige tram vervoerde de bezoeker van de ene kant van koopjesparadijs naar de andere. Ik trok me eventjes terug in de grote Barnes & Noble. De memoires van Edward Kennedy, nog niet lang overleden, lagen er voor een vriendenprijsje te koop en daar konden we niet aan weerstaan. Het food court van Farmers Market was er één om u tegen te zeggen. De ‘palmier’, dat grote koekje uit suiker en bladerdeeg, was delicieus. Het was eventjes zoeken naar de vertaling van de naam van de delicatesse. Vorig jaar in New York zei men daar een “Elephant” tegen, maar aangezien ik de dame niet wou schofferen door een olifant te vragen maakte ik gebruik van mijn wijsvinger om de lekkernij in kwestie te identificeren. Een olifant, waar halen ze het.
Universal City, waar de gelijknamige studio’s zich bevonden, was evenzeer één groot shoppingparadijs als je niet echt een filmfan was of te laat kwam om het park deftig te bezoeken. Meer van hetzelfde dus. Gelukkig was er nog het Hard Rock Café, waar je een ‘Classic Tee’ met “Hollywood” op kon kopen. Ondanks het feit dat een belangrijk deel van L.A. louter rond entertainment, potsierlijke luxe en oppervlakkige commercie draait, mogen we het kind niet zomaar met het badwater weggooien. Wellicht was er nog veel meer te zien, maar dat ging voor een andere keer zijn. De tijd begon te dringen.
Het was onze bedoeling om in het Malibu State Park te kamperen. De badplaats lag op een steenworp van L.A. en de rust van een park ging ons goed doen. Op weg naar Malibu passeerden we door een ganse reeks TV-series: Beverly Hills, Bel Air, Santa Monica en Sunset Boulevard moest je willens nillens door. Eventjes waagden we het om een chique wijk van Beverly Hills binnen te rijden, maar kwamen met onze Commander al snel vast te zitten in een doodlopende straat. Een jongedame met een luxueuze zwarte Audi leek zo te zien bang van een witte Jeep, want toen we naderden reed ze vliegensvlug terug haar oprit op en sloot de poort. Paparazzi? Neen. Dag Allemaal en Story zijn onze broodheren niet. Hier hadden wij niets te zoeken.
Het was al donker toen we in Malibu arriveerden. Het State Park, dat iets hoger in de bergen gelegen was, was slecht aangeduid. De duisternis maakte het werk er niet makkelijker op. U kan het al raden: na een half uur waren we hopeloos verkeerd gereden in de donkere heuvels rond Malibu. Inderdaad, die heuvels waar nogal eens bosbranden durven uitbreken. Om de haverklap waarschuwden verkeersborden ons voor het warme gevaar. Aan de pikdonkere weg en de beklimmingen leek maar geen einde te komen. Waar waren we? Het werd plots wel héél stil in de Jeep, waarvan de benzinetank ook stilaan minder ging wegen. Dit was een scary moment. Na een klein uur zagen we eindelijk weer licht en beweging. Oef. We konden niet snel genoeg terug naar de kust rijden. Een motel in Malibu bracht soelaas. We waren dan wel een avontuur rijker, maar het was absoluut niet voor herhaling vatbaar. Malibu: een tocht door het donker…