Dag 10: Terug naar school

Peru 2007 // Posted on 23 April 2007 by Peter Aspeslagh

Bij het ochtendgloren zit Walter Meekes een kop thee te drinken in de lobby van ons hotel in Cusco. Walter is directeur van Hope, een ontwikkelingsorganisatie die zich bezig houdt met het bouwen van en voorzien in scholen, gezondheidsvoorzieningen etc. in het ruime gebied rond Cusco. Hij zegde in 1990 zijn onderwijzersbestaan in Nederland adieu en trok naar de arme wijken van Cusco om er goede werken te verrichten. Langzamerhand groeide Hope uit tot een serieuze onderneming en vandaag staat hij aan het hoofd van een 34-koppige equipe. Op basis van ingezamelde fondsen uit het vaderland probeert Hope zoals gezegd een aantal voorzieningen te creëeren.

Walter neemt ons mee naar een bergdorpje op drie kwartier rijden van Ollantaytambo. Een klein landwegje brengt ons er heen. We stijgen naar 3800m hoogte, meer dan een Eiffeltoren hoger dan Cusco, om een herkenbare meeteenheid te gebruiken. We gaan er een school bezoeken die met hulp van Hope werd gebouwd. Señor Walter wordt er met open armen ontvangen met onze groep in zijn kielzog.

Het is een middelbare school met – gezien de locatie – redelijke faciliteiten. Dit dorp is bijzonder ver afgelegen van de buitenwereld; er is enkel een satelliettelefoon. Internet is er nog niet, gsm-ontvangst evenmin. Men was aan het kijken om een internetverbinding te bestellen, maar de kost was naar verluidt voorlopig te groot.

De leerlingen krijgen er ons inziens behoorlijk onderwijs. Restanten op een schoolbord informeren ons over het feit dat men er les heeft gegeven over de Vietnamoorlog. Men vindt het er echter vooral belangrijk dat de kinderen in een eigen culturele traditie worden opgevoed, ver weg van de Spaanstalige Peruviaanse beschaving. Het behouden van de eigenheid is natuurlijk een goede zaak, maar hierdoor blijven de kinderen wel kansen missen. Kansen op sociale promotie en verdere studies worden er niet door bevorderd. Ons inziens legt dit ietwat een hypotheek op het doorbreken van het isolement van de streek.

Naast onderwijs probeert men er ook te voorzien in eigen voeding. Er worden heel wat planten en kruiden geteeld; we hoorden ook enkele varkens knorren in een stal. Toevallig – of precies niet – moesten die beesten op dat moment gewogen worden. Dat ging heel eenvoudig: men neme een grote plastieken zak, men steke het dier in die zak en men hange de zak aan een geïmproviseerde weeghaak. Het deponeren van de beesten in de zak was geen sinecure. Waarschijnlijk is er enkel in een slachthuis meer geknor te horen.

Zoals overal werden wij er vriendelijk ontvangen. In een pauze bood men ons een kop thee aan (warm water met een kruidenblad). De lachende kinderen vroegen ons mee te voetballen. Misschien hadden we dat beter niet gedaan, want de ijle lucht op die grote hoogte had implicaties op onze ademhaling. Mijn voetbalspel stelde overigens weinig voor, doch dit terzijde.

Na ons bezoek aan de school zagen we een aantal mannen en vrouwen die een akker aan het bewerken waren. Hun ploeg leek ons nogal primitief. Het was niet meer dan een magere schep met enkele handvaten. Men was zo gastvrij om ons de kans te geven het ding uit te testen, wat we met veel enthousiasme deden, vaak tot hilariteit van de landbouwers. Een kleine fooi was in dit geval natuurlijk obligaat, zij het dat een van de mannen ons boudweg zegde dat hij hiermee een pint ging drinken. Letterlijk drinkgeld. Oops. We hebben hier een blauwtje gelopen; zonder het te weten gaven we hem een vrijgeleide om zich te bezatten. Met alle gevolgen van dien.

Na de middag bezochten we in Chinchero (het dorpje van het marktje) een technische school die eveneens met hulp van Hope werd gerenoveerd. Ook hier werd señor Walter met veel egards ontvangen. De school kan je min of meer vergelijken met een VTI bij ons. We zagen een lokaal waar jongens hout bewerkten. Elders verdiepten ze zich in autotechniek, terwijl in een andere klas meisjes een richting kleding volgden. Vooral bij die laatste werden we hartelijk ontvangen. An, Sara en Isabelle kregen elk een cadeautje mee naar huis. Plots hoorden we een baby wenen. Een meisje ging naar achteren en haalde fier haar kindje van achter een doek om het wat te troosten. Tienermoeders en onderwijs: het kan. Chapeau. Wij kunnen hier misschien nog iets van leren.

Share

Leave a Reply

Twitter

Meeuw (Oostende, 13/5/2012) - http://t.co/G9fm5HOz #oostende