USA West 2009 // Posted on 17 September 2009 by Peter Aspeslagh
Zoals gevreesd was de nacht in het Sunset Beach State Park koud. Toen we opstonden was het zeil van onze tent doorweekt van de dauw. We hadden het ondertussen wel gehad wat kamperen betrof. De resterende twee nachten zouden we in een hostel in San Francisco verblijven. Eén van de tenten was zelfs zo krakkemikkig geworden dat we ze ter plekke in een vuilnisbak achterlieten. De racoons, die we eigenlijk gezien noch gehoord hadden, mochten er naar hartelust mee spelen. Op naar de bewoonde wereld. Lees: de Starbucks, dit keer in Santa Cruz.
Iedereen was wat zenuwachtig. Onze Jeep moest vanavond immers worden ingeleverd in het Car Rental Center van het San Francisco International Airport. Hoe hondstrouw de Commander ook is geweest, we konden hem niet snel genoeg kwijt zijn. Een simpele aanrijding is zo gebeurd. Ondanks onze verzekering weet je maar nooit waarover op het einde nog gediscussieerd zal worden. We waren van plan om de Golden Gate Bridge nog met de wagen over te rijden en onze bagage af te zetten in het hostel, maar daarna zou het over en uit zijn.
Santa Cruz lag op een honderdtwintigtal kilometer van San Francisco. Het grootste deel van dit traject bestaat uit het doorkruisen van de Bay Area, zoals de agglomeratie rond San Francisco heet. Naast San Francisco zelf zijn San José en Oakland de voornaamste centra van dit verstedelijkte gebied. Ook Silicon Valley behoort hiertoe. Op de snelweg tussen San José en San Francisco passeerden we langs illustere namen als Mountain View en Palo Alto, waar onder meer Google en Facebook een adres hebben. Ook Stanford University beslaat er enkele vierkante mijlen. Hier wonen de brains en de strategen die met het internet een fortuin vergaarden.
Het verkeer verliep smooth. We reden vlotjes door en onder de stad naar de Golden Gate Brigde. De brug was net een trofee, want na enkele duizenden kilometer door Nevada, Arizona, Utah en California hadden we het eindpunt van de reis bereikt. Meteen was de toon gezet voor een ontspannende finale in San Francisco. We hadden al veel positiefs over deze stad gehoord. De verwachtingen waren dan ook hooggespannen, al werd ons gezegd om op te passen voor de portemonnee. San Francisco staat bekend als de tweede duurste stad van de Verenigde Staten, na New York City.


Aan de overkant van de Golden Gate Bridge was een ruime parking waar de honderden toeristen met plezier foto’s namen van de brug. Het is dan ook één van de meest bekende attracties van dit land. De lichte bries maakte het gezellig, want we waren duidelijk opnieuw in een meer maritiem klimaat terecht gekomen. Ondanks de charme van de hitte in Las Vegas voelde ik me meer op mijn gemak in het frissere San Francisco.
Vorig jaar was de Brooklyn Bridge al een leuke ervaring, maar dit is andere koek. De Golden Gate Bridge is bijna drie kilometer lang en toen de brug in 1937 was afgewerkt kreeg die meteen de titel van langste hangbrug ter wereld. Pas in 1964 werd een groter exemplaar gebouwd in New York City en sindsdien hebben nog zeven andere bruggen dat voorbeeld gevolgd. De Golden Gate Bridge blijft echter de meest tot de verbeelding sprekende hangbrug of, sterker nog, de meest imposante brug tout court.
Een brug als deze is uitnodigend voor mensen die een sprong in het water willen doen, al is dat wel hun laatste. Een ideale plek om zelfmoord te plegen. Heel wat mensen die geen uitweg meer uit hun problemen zagen hebben hier een eind aan hun leven gemaakt. De overheid is zich bewust van dit probleem en doet er zo te zien alles aan om de wanhopigen duidelijk te maken dat, ondanks alles, in het water springen geen valabele optie is. Ze worden er met een bordje voor gewaarschuwd: Crisis counseling. There is hope. Make the call. The consequences of jumping from this bridge are fatal and tragic. De telefoon die er onder hangt kan de desperate man of vrouw alsnog redden van een gewisse dood. Het is maar de vraag in welke mate het helpt.
Het dambordpatroon van een Amerikaanse stad maakte het navigeren bijzonder eenvoudig. Bij elk kruispunt staat de naam van de straat die wordt gedwarst immers in grote letters boven de rijweg. We reden dus vlot naar ons hostel op de hoek van Post Street en Jones Street. Parkeren was een andere zaak, maar een blok verder, in Geary Street, konden we dan toch veilig, zij het tegen betaling onze Jeep kwijt. De Commander werd compleet leeg gemaakt en gepoetst. Het was een moment om onze bagage te hergroeperen en klaar te maken voor de overtocht. We checkten in en klaar was kees. Nu nog de wagen terugbrengen naar de luchthaven en ons bezoek aan San Francisco kon beginnen. Althans: dat dachten we.
Toen we naar de Jeep terugkeerden vroegen we ons eventjes af of we wel in de juiste straat waren terechtgekomen. Ja, we waren correct, maar waar was onze Jeep? Onze wagen stond inderdaad voor die kerk, maar, waar was hij naartoe? “Your car has must have been towed away”, zei een passant spontaan, “You have to pick it up at the towing yard. It will cost you about 200$.”. Hoe kan dat nu? We hadden toch betaald? We waren zelfs nog drie minuten van de deadline. Inderdaad, maar onderaan de parkeermeter hing een sticker waarop stond dat enkel commerciële voertuigen tot de parkeerplaats waren toegelaten. Onze Commander behoorde niet tot deze categorie. Weg ermee. U begrijpt dat enige paniek zich van ons meester maakte. De wagen werd binnen enkele uren terug op de luchthaven verwacht, maar we waren hem kwijt. Hoe zouden we dat aan de eigenaars van de wagen verkopen? Was de wagen wel degelijk weggesleept en niet gestolen?
Bij dat soort paniekaanvallen zoek je een openbare telefooncel om het towing yard op te bellen. In de verste verte vind je er geen. Na enkele minuten keerde de rede gelukkig terug: laten we naar het hostel gaan en daar kijken hoe we de zaak aanpakken. Aefie, de Ierse dame die het loket bediende, stelde ons gerust: “It’s very common here. Call this number and you’ll get your car back. It maybe takes some time for the car to arrive at the towing yard.”. We mochten van geluk spreken. Ons vehikel stond in een towing yard. We namen een taxi richting dat oord en raapten tweehonderd dollar bij elkaar.
De taxichauffeur – “I’m from Russia” – vertelde ons een andere strategie te hanteren: geef het wegtakelen eerst aan bij de politie, “It will cost you about 300$”. De man was zo vriendelijk om ons aan het zogenaamde politiekantoor nabij het towing yard af te zetten, maar dat bleek een gerechtshof te zijn. Gelukkig waren er ook enkele tot op de tanden bewapende agenten aanwezig, die ons na veel vijven en zessen konden meedelen dat we toch best rechtstreeks richting towing yard gingen. De Russische cab driver zat er dus naast. Behalve een jammerlijke ingreep in de portefeuille zou ons probleem normaliter snel zijn opgelost. Normaliter, want “Wie heeft de sleutels? Ik niet. Jij? Nee. Maar ik ook niet. Niemand dus. Zeg dat het geen waar is… We hebben ze vast in de taxi laten liggen…” Paniekaanval nummer twee.
Opnieuw konden we op mentale clementie rekenen, want ook nu kwam de rede, zij het na het slaken van enkele vierletterwoorden, op kousevoeten terug. We hadden nu al de ganse reis minutieus op onze sleutels gelet. Het was dus bijzonder onwaarschijnlijk dat we ze zomaar in een taxi hadden verloren. In het eerste het beste café was men zo vriendelijk om ons het telefoonnummer van het hotel te geven. Tot onze grote opluchting zei Aefie dat de sleutels er nog lagen. Ze dacht al dat we iets waren vergeten. Van dan af aan gingen we efficiënt te werk. De groep werd opgesplitst: de enen gingen de paperassen in het towing yard afhandelen, terwijl de anderen met een taxi op en af naar het hostel snelden om de sleutels te gaan halen. Ditmaal was een Indische taxichauffeur van dienst. “It will cost you more than 300$”, aldus de brave man die ons handig door het hectische verkeer in San Francisco laveerde. De prijs bleef maar stijgen. Uiteindelijk kregen we onze Jeep terug voor de luttele som van 373 dollar. Jammer, maar we sprongen een gat in de lucht dat de Commander heelhuids terug in onze handen was. We konden niet snel genoeg aan het San Francisco International Airport zijn. In het drukke verkeer was het drie kwartier lang bibberen, maar eind goed al goed: we hadden het gehaald en waren een avontuur rijker, al was dat niet voor herhaling vatbaar. Oef…
Een grote last was van onze schouders gevallen. We namen de skytrain en de BART – de Bay Area Rapid Transit – terug naar San Francisco en konden met enkele uren vertraging eindelijk aan ons bezoek aan de stad beginnen. Nabij Powell Street stapte de grote meute af. Het leek op het eerste zicht alsof we in Antwerpen waren aanbeland, want downtown San Francisco had iets heel herkenbaars. Gezelligheid? Misschien wel. Dit was in ieder geval totaal anders dan het grauwe Los Angeles. Deze stad leefde.
Union Square, zowat de Grote Markt van San Francisco, was uiteindelijk niet zo groot, maar wel een ontmoetingsplek waar heel wat inwoners van de stad samen kwamen. Tijdens een kleine wandeling door de stad kom je al snel in andere wijken terecht. Voor we er erg in hadden stonden we aan de grote toegangspoort tot Chinatown. Enkele straten verder sta je in het business district dat hoofdzakelijk uit hoogbouw, doorspekt met tramsporen en niveauverschillen bestaat. Het zicht op California Street was indrukwekkend. Ook dit is New York City of Chicago niet, maar sommige wolkenkrabbers in San Francisco mochten er zeker zijn.
Morgen meer van dat. We waren blij dat deze dag voorbij was, want het avontuur met onze weggetakelde Jeep kon slechter zijn afgelopen. If you’re going to San Francisco, be sure to know where to park your car…