USA West 2009 // Posted on 06 September 2009 by Peter Aspeslagh
Als er een warme dag op til is, zie je de klare blauwe lucht al van ‘s morgens vroeg verschijnen en voel je dan al de eerste hitte opduiken. Vandaag in Vegas waren we relatief laat wakker – remember: we waren meer dan een etmaal onderweg en zaten pas om 2 uur ‘s nachts lokale tijd in bed – zodat de Farenheit’s al serieus de hoogte waren ingeschoten. Het was niet warm, maar om 9 uur al heet. Heter dan een piekdag in België. Gelukkig maakte een miniem windje alles draaglijker, want anders val je hier bijna van je stokje. Letterlijk. Las Vegas bevindt zich midden in de woestijn. Het is aanpassen geblazen. De ganse reis werden we door airco’s verwend en in het maritieme San Francisco waren de temperaturen stukken meer ‘moderate’ dan hier. We slaan ons er wel door.
Ondertussen was er al een eerste incident gebeurd. Eén van onze délégués zag zijn bagage in Vegas niet van de band rollen. Tekst en uitleg van United leerde ons dat het kleinood nog in San Francisco stond; met de eerste vlucht op zondagmorgen zou de koffer alsnog in Las Vegas arriveren. Voordat we onze wagen gingen afhalen moesten we dus eerst nog een ommetje langs de luchthaven maken.
Tijdens de busrit langs Maryland Boulevard maakten USA-neofieten meteen kennis met het feit dat Amerikanen niet langer uitgeweken Europeanen waren. Iedereen werd hartelijk ontvangen op de bus en er kon steeds een lach van af. Het was ook opvallend hoeveel bejaarden gebruik maken van het openbaar vervoer. Looprekje incluis. Geen verwende belbus-adepten hier, maar mensen met maturiteit die niet zeuren over het feit dat de opstap enkele centimeter te hoog is en dat de chauffeur vandaag toch wat nors is. Zelfs toeristen – men herkenne hen aan fototoestel en rugzak – kregen een glimlach. I like it. Ook de bus driver zou wellicht moeilijk kunnen aarden op het oude continent. Elke drie haltes – het waren er veel – stapte de man een halve minuut uit de bus om een sigaretje te roken. Niemand die klaagt. “Sorry guys!”, was zijn enthousiaste excuus. U begrijpt dat dit een boemelbus was, maar wat kon het ons schelen? We waren per slot van rekening met vakantie.
United was er blijkbaar toch niet in geslaagd om de koffer op de eerste vlucht te krijgen. De gebruikelijke excuses ten spijt zat er niets anders op dan te wachten op de volgende vlucht, want de man aan de balie had ons bevestigd dat de tas nog steeds effectief gelocaliseerd was en bijgevolg bestond. Verlies zou niet enkel verlies van klederdracht inhouden, maar ook van kampeergerief, wat vanaf vanavond essentiële gebruiksvoorwerpen gingen worden. De Walmarts zijn op zondag dan wel open, maar het zou letterlijk een streep door de rekening zijn.
De auto die we hadden gereserveerd was wel op de afspraak. In het Car Rental Center stond een witte Jeep Commander op ons te wachten. Inderdaad, een jeep van het merk Jeep mét automatische versnellingsbak én nummerplaat van Maryland. Het is in dit land gebruikelijk om de dingen makkelijk te maken als het ook moeilijk kan. Waarom nog riskeren om stil te vallen als een alternatief, dat niet veel duurder is, dit euvel kan vermijden? Automatiques dus en dat was voor onze chauffeurs toch even aanpassen, maar flexibiliteit mag, zelfs op vakantie, geen probleem zijn. Het was wel even wennen, want een wagen van dat kaliber was impressionnant.
Door de bagage-setback konden we niet anders dan nog enkele uren in Las Vegas te blijven. Omdat de resterende koffers nog in het hostel lagen, dienden we de stad in de Jeep van zuid naar noord te doorkruisen. Het was in deze context enigszins irritant dat onze kaart eerder elementair te noemen was, dus zou het grotendeels op de tast moeten gebeuren. We namen het veilige voor het onveilige en maakten gebruik van de weg die wél op onze tekening stond: de Strip. Inderdaad, de beroemde Strip, oftewel de Las Vegas Boulevard. De hoofdstraat van deze parochie toonde meteen wat we de avond voordien uit het vliegtuig zagen: het ene onvoorstelbare hotel na het andere. Dat het extreem zou zijn vermoedden we al, maar de realiteit overtrof alle superlatieven. Kitsch, inderdaad, maar – en ik schaam me haast om dit te zeggen – fantastische kitsch. Decadenter kan niet, maar dat men er überhaupt in geslaagd is om op zo’n schaal foute etablissementen te bouwen tart alle verbeelding. Meer nog: dit is industrial decadence. Wat ooit begonnen is met één casino langs een spoorlijn werd later – deels door de maffia – uitgebouwd tot een pretpark voor volwassenen in ongekende proporties. Alles is er: Parijs, mét Eiffeltoren en Arc de Triomphe, Venetië, Luxor en een heuse imitatie van enkele New Yorkse wolkenkrabbers, omzoomd door een onnavolgbare rollercoaster. Dan zwijgen we nog over Excalibur, Monte Carlo, de Bellagio, het gigantische MGM en Treasure Island. Je komt ogen te kort. Dit is werelderfgoed. Ik was zo onder de indruk dat ik foto’s vergat te nemen. Volgende week, na ons rondje door de parken, komen we hier terug om de sfeer op te snuiven.
De Jeep was groot, maar onze gecumuleerde bagage nog groter. Stapelen is toch niet zo evident als je de achteruitkijkspiegel volop wil laten functioneren. Bovendien moesten de gebeurlijke kampeerders een karrevracht aan proviand inslaan. De man in het hostel, een Brit van middelbare leeftijd, raadde ons de lokale Walmart aan. “Charleston Boulevard, that’s the nearest one, six miles to the right…” en gelijk had hij. Walmarts zijn een avontuur op zich, maar onze Auchan’s moeten niet onderdoen. Wellicht was deze editie in een buitenwijk van Las Vegas niet het grootste exemplaar, hoewel we er toch een tijdje over deden om een toertje langs de rekken te maken. Dit is Delhaize, Brico, AS Adventure en aanverwanten onder één dak, met een McDonalds op de gang. Er is bovendien, in tegenstelling tot bij ons, een afdeling wapens, waar een man nauwkeurig de karabijnen in de gaten hield. Ook munitie was er te koop, want als je een salvo hebt gelost, dien je het schiettoestel natuurlijk terug op te vullen. Er zijn aangenamere zaken, maar ook dat is eigen aan dit land.
Te lange leste had United het uiteindelijk toch voor elkaar gekregen. De reiskoffer was in Vegas geraakt en gaf in de late middag het startschot voor onze tocht. We besloten om in een eerste fase de Grand Canyon aan te doen, maar voor vandaag beperktere objectieven te stellen. Rond Lake Mead, ietwat buiten Las Vegas, waren enkele campings. Meer en campings: ideaal om vanavond nog in het water te duiken? We zullen zien.
Hier is het relatief vroeg donker. Rond zes uur ‘s avonds valt de nacht. Las Vegas mag dan wel een lichtoase zijn, elders is het na het invallen van de duisternis pikdonker. Het is niet aangewezen om dan nog verder rond te rijden. Omdat Lake Mead maar een twintig mijl rijden was hadden we nog net de tijd om de andere bezienswaardigheid uit de buurt, de Hoover Dam, te bezoeken. De dam ligt op de grens van Nevada en Arizona en moest ervoor zorgen dat de Colorado minder zou overstromen bij een grote aanvoer van smeltwater uit de Rockies. Lake Mead diende als reservoir; de Hoover Dam, die begin jaren dertig werd gebouwd, genereert vandaag meer dan 2000 megawatt aan hydro-elektriciteit. De constructie ervan schijnt niet vlekkeloos te zijn verlopen. Meer dan honderd arbeiders lieten het leven doordat ze omkwamen van de hitte in omleidingstunnels. Inderdaad, ook hier is het heet. Zéér heet. Hier een dag lang in open lucht fysieke arbeid verrichten is moordend, laat staan dat je in sauna’s van tunnels moet werken. Nu is de Dam een wonder om mee op te scheppen, toen was het een hel.
De art déco – afwerking van sommige delen van de dam zijn een bezienswaardigheid, waar vele toeristen op af komen. Het visitors center is zoals overal goed uitgebouwd, evenals de controle door de politie. Vrachtwagens mogen niet over de dam rijden en ook het aantal personenwagens is gelimiteerd. Er wordt geen enkel risico genomen. Dit is een kwetsbare plek. Je weet maar nooit wie hier op bezoek komt. Bovendien mogen voetgangers er ‘s nachts niet passeren.
Wellicht hebben een aantal mensen in het verleden iets te enthousiast een blik op de dam willen werpen, met alle gevolgen van dien. Om de vrachtwagens tussen Las Vegas en het noorden van Arizona toch op een deftige manier te laten passeren is men druk bezig om de dam van een ringweg te voorzien.
De zon was ondertussen al aardig aan het zakken. We keerden terug naar het reservoir van de Hoover Dam, Lake Mead. De Lake Mead National Recreation Area had een goedkope camping en een verlaten visitors center. Aan dat center stond een bordje met een Opgepast voor slangen-symbool. Dit pictogram was niet bevorderlijk voor het op zijn gemak voelen van een aan slangenfobie lijdende reiziger. De camping, enkele mijl verderop, was relatief verlaten, zodat ondergetekende ietwat voor een slangenaanwezigheid vreesde. Die vrees bleek uiteindelijk ongegrond, maar ik moest toch eventjes aan deze streek acclimatiseren. Je zou overigens gek moeten zijn om niet van deze campings gebruik te maken. Voor de luttele tien dollar konden we met vier mensen aan de oever van Lake Mead overnachten. Wie doet beter?
April 3rd, 2010 at 11:04:30
Mooie reis en uitgebreid verslag! Zelf ben ik ook naar Las Vegas en de Grand Canyon geweest en n.a.v. zelfs een websitje opgezet over
helikoptervluchten Grand Canyon. Mooie wereld aldaar!