Dag 2 // Sevilla – Cordoba

Andalusië 2009 // Posted on 12 November 2009 by Peter Aspeslagh

DSC_4800We hadden de smaak van de jamón echt wel te pakken. Ons ontbijt op een terrasje van een rustig café recht tegenover het Archivo de Indias bestond eens te meer uit toast en ham, samen met een Spaanse koffie of vers geperst fruitsap. Uit het vuistje is de ham malser; tussen een ciabatta moet je toch al handig met de tanden kunnen manoeuvreren om het sneetje hesp in stukjes te bijten. Zoniet dreigt de lap vlees in één hap in de mond te verdwijnen en dat kan niet de bedoeling zijn. We moeten ons de Spaanse way of life nog wat eigen maken. Het tapasritme zal best in een hogere versnelling worden gezet.

DSC_4808Het Alcázar was ten tijde van de Romeinen en de Visigoten niet meer dan een vesting of fort. Pas in het begin van de tiende eeuw werd de plek door de Moorse gezagshebbers met de bouw van een echt kasteel verfraaid. Na de reconquista gaven de christelijke koningen het bouwwerk een upgrade tot een luxueus paleis, dat tot op de dag van vandaag een officiële residentie van de Spaanse koning is. Daarbij hadden ze een aantal architecten in dienst die er voor hebben gezorgd dat het Alcázar één van de belangrijkste getuigen van de Mudejár-stijl is, een samengaan van Christelijke en Moorse invloeden. Later, in de zestiende eeuw, liet – de in Gent geboren – Karel V elementen uit de gotiek en de renaissance aan het Alcázar toevoegen. Vijf eeuwen later is het een ontegensprekelijk hoogtepunt van de symbiose tussen de Christelijke en Islamitische cultuur. Geen clash of civilizations hier. Het Alcázar als incarnatie van het begrip integratie.

DSC_4932Je kan dit paleis met een gids bezoeken, maar het is veel beter om jezelf in de uiterlijke en culturele schoonheid van dit oord onder te dompelen. Door op eigen ritme met een bondige reisgids van compartiment naar compartiment te flaneren haal je meer uit je bezoek dan een geleide visite waar meestal hoofdzaken niet van bijzaken worden onderscheiden. De vele stilstanden zijn bovendien dodelijk voor mijn rug. Zelf op stap dus, met de imposante Puerto del León als vertrekpunt. De toegangspoort brengt je via een lange tuin met sinaasappelstruiken aan het Patio de la Montería, dat een open ruimte voor het Palacio Mudéjar is. De naam spreekt voor zich: het paleis omvat een combinatie van schitterende Moorse en Christelijke elementen. De stijl wordt magistraal doorgetrokken in het meest bekende deel van het Alcázar, het Patio de las Doncellas – de patio van de maagden. In 2004 vond men hieronder nog een kleine tuin die bijna vijfhonderd jaar door een gewelf was overspannen.

DSC_5001De tuinen zijn al even indrukwekkend als het paleis zelf. De oudste delen dateren uit de zestiende en zeventiende eeuw, terwijl de lange tuinen buiten de muren pas vorige eeuw werden aangelegd. Een constructie tussen twee perken deed ons aan een tafereel uit Angkor denken, maar daar heeft het hoegenaamd niets mee te maken. Medio november is er nog veel groen te zien in de tuin. Dit gecombineerd met het oranje van de sinaasappelstruiken, het rood en het geel van de muren en de geometrische figuren van de muursteentjes maken van de tuin van het Alcázar één groot kleurenspectrum. Onvergetelijk. Dit is meer dan terecht geklasseerd als werelderfgoed.

Als je de poort van het Alcázar achter je dicht trekt word je aan een reality check onderworpen. De pracht, de praal, de grootsheid én de klasse van het paleis maken er een wereld op zich van. Duizend en één nacht in Al-Andalus. Daarbuiten wacht de stad. De betovering is verbroken en aan de Starbucks tweehonderd meter verderop zien we dat we in het moderne Sevilla zijn terecht gekomen. De smalle straatjes gingen haast ongemerkt over in brede boulevards, omzoomd door art nouveau-gebouwen en grote paviljoenen. In de grote Antigua Fábrica de Tabacos bevindt zich nu de Universidad de Sevilla. Een indrukwekkend netwerk van gangen en gangetjes in een oude tabaksfabriek huisvest nu de lokale universiteit, die, aldus een aantal Erasmussers die we er ontmoetten, best aangenaam is. Leuven of Sevilla? Hmmm…

DSC_5167DSC_5107Net buiten de stad kan het aandenken aan de grote Ibero-Amerikaanse tentoonstelling van 1929 niet bombastischer zijn: het gigantische Pabellon de España moest de grootsheid van het moederland weerspiegelen. Op de muur van de halve cirkel is elke grote stad van het land in azulejos weergegeven. In 1992 werd hier in de buurt ook een wereldtentoonstelling georganiseerd, maar daar was het Spaans paviljoen al stukken bescheidener. De tentoonstelling heeft, net als de Olympische Spelen van datzelfde jaar in Barcelona, de stad geen windeieren gelegd. Tegenwoordig bevindt zich op die locatie het grootste wetenschapspark van Andalusië. Sevilla heeft zich met brio op de wereldkaart gezet, moest dat nog nodig geweest zijn.

DSC_5299Door ons krappe tijdsbestek was het afgelopen wat Sevilla betreft. De transfer naar Cordoba duurde nauwelijks twee uur langs een goed tot zeer goed onderhouden autosnelweg. De stad was niet zo groot als Sevilla, maar met haar meer dan 320.000 inwoners kon je Cordoba niet tot een provinciestad veroordelen. Het zou een affront van jewelste zijn, want in de tiende eeuw was Cordoba even de grootste stad van West-Europa, met een bevolkingsaantal die op haar hoogtepunt een half miljoen zielen telde. In 711 viel de stad, waar Seneca van afkomstig is, voor de Moren, die van Cordoba hun hoofdstad op het Iberische schiereiland maakten. Enkele decennia later werd de dynastie van de Ommayaden er opgericht, waarvan Abd er-Rahman III in 929 zichzelf tot kalief uitriep. Hiermee bezegelde hij de feitelijke onafhankelijkheid van Al-Andalus ten opzichte van de kalief van Bagdad. Cordoba groeide uit tot een multicultureel centrum waar wetenschap op het allerhoogste niveau door Christenen, Arabieren en Joden werd bedreven. Een eeuw later was de dominantie al weer voorbij: na een machtsstrijd viel de dynastie van de Ommayaden in Cordoba en verschoof het zwaartepunt in Al-Andalus naar Sevilla. Desondanks bleef Cordoba een centrum van intelligentsia, hoewel het na de machtsovername van de christelijke koningen (1236) een groot deel van haar bevolking verloor. Cordoba deemsterde weg en leefde pas in de negentiende eeuw, met een beginnende industrialisatie terug op tot de mooie grote stad die het vandaag is.

DSC_5317Het is in Cordoba minder moeilijk navigeren dan in Sevilla. Het oude stadscentrum bevindt zich netjes naast de ringweg en is, ondanks alle eenrichtingsverkeer, toch goed met de wagen te bereiken. De auto wordt er niet op een haast maniakale wijze uit de stad gebannen, zoals dat in België meer en meer het geval is. In piepkleine straatjes en steegjes is er natuurlijk geen gevaar van gemotoriseerde vierwielers, maar het is dan ook logistiek onmogelijk om er een auto te ontvangen. Ze laten ons toe om snel via het Juderia naar het Mezquita te wandelen. In de ‘moskee’ gaan we morgen uitgebreid op bezoek, maar de gevel van het gebouw is bijzonder imposant dat we er ook nu niet kunnen naast kijken.

Heiligschennis behoort niet tot onze dagelijkse gewoontes, maar soms breekt nood wet. De magen knorren; America is glad to serve us. De lokale Burger King bevindt zich recht tegenover de meer dan twaalf eeuwen oudere Mezquita. Enkele meter scheiden werelderfgoed van culinaire mainstream, maar ook dat hoeft niet per se een slechte zaak te zijn. De Triple Whopper zorgt ervoor dat we er weer voor enkele minuten tegen konden. Niets geeft meer voldoening dan bij zonsondergang op een brug over de Guadalquivir de tanden in drie hamburgers tegelijk te zetten.

DSC_5341De Calle de San Fernando brengt ons naar het mooie Plaza de la Corredera, waar we begroet worden door een schare muzikanten. Ze trekken niet enkel door hun voortreffelijk debiteren van Spaanse schlagers onze aandacht, maar ook door hun voorkomen: een oerspaanse klederdracht die met emblemen van van alles en nog wat is gelardeerd, gaande van een Portugese vlag, het wapenschil van Kopenhagen, een biljet van 500 euro tot de uitgestoken tong van de Rolling Stones. Het blijken geneeskundestudenten uit Pamplona te zijn die met hun groepje door Europa reizen om zich te amuseren. Ze waren zelfs in Brussel geweest. Gewapend met wat instrumenten brengen ze hun toch wel uitgebreide oeuvre te berde en dat wijkt, toegegeven, enigszins af van de gepropageerde Stones. Ze geven ons in het midden van het prachtige Plaza de la Corredera een privéconcert. Hun gitarist kon wellicht uit sommige van onze gelaatstrekken afleiden dat onze muzikale smaak in andere genres was gelegen en toverde eventjes een riff van Smoke on the water van Deep Purple uit de snaren, maar daar bleef het bij. Ze speelden wat ze speelden en waren daar reuzefier op. We trakteerden de mannen op een pint en onszelf op wat tapas, die niet konden tippen aan het menu van Terry en Anastasia in Sevilla. Ach, wat doet het er toe? Spanje op zijn best…

Share

Leave a Reply

Twitter

Absoluut geen fan, maar manier waarop Ludo VC verhaal deed was best indrukwekkend.Voilà, zo was het, en nu terug naar orde vd dag #koppen