Peru 2007 // Posted on 16 April 2007 by Peter Aspeslagh
Enkele jaren geleden stond op de cover van National Geographic een foto van een archeologische vondst in een buitenwijk van Lima. Een dertigtal mummies werden opgegraven en naar de Verenigde Staten overgebracht. De vindplaats, een lagere school, bleef met quasi lege handen achter. Sterker nog, de buurt moest voor de kosten van de opgravingen opdraaien. Wij namen er een kijkje
Het openbaar onderwijs in Peru is van lage kwaliteit. De leerkrachten worden slecht betaalt, er is nauwelijks didactisch materiaal voor handen, de gebouwen zijn in slechte staat, kortom, er zijn veel noden. In het bewuste schooltje in een der armere menselijke nederzettingen – eufemisme voor krottenwijk – geeft het lerarenkorps elke dag weer het beste van zichzelf om de kinderen in elementair onderwijs te voorzien. We woonden een les bij. Op een bepaald ogenblik vroeg de leerkracht wat de studenten later wilden worden. De antwoorden waren legio, want er zaten dokters, advocaten, verple(e)g(st)ers, informatici en zelfs een voetballer in spe tussen. Het is jammer genoeg heel onwaarschijnlijk dat een van die kinderen zijn of haar droom in vervulling zal zien gaan, want met hun beperkte middelen en kwaliteitsmaatstaven kan men er gewoonweg niet in slagen om in beter onderwijs te voorzien.
Als afscheidscadeau hadden we voor de kinderen en de leerkracht balpennen meegebracht, want daar hadden ze echt wel een tekort aan. Ze lachten allemaal zo vriendelijk toen we de pennen overhandigden. Ook de leerkracht knikte zeer onderdanig zijn hoofd. Hij was ons enorm dankbaar. Voor een balpen…
In de vooravond werden we verwacht bij onze collegae van de Partido Popular Cristiana. De JONGCD&V-delegatie werd in eerste instantie in hoogst verwarrende omstandigheden ontvangen. Slechts een iemand uit hun groep sprak Engels, wat de communicatie niet echt vlotjes deed lopen. Bovendien moesten we van het ene lokaal naar het andere verhuizen wegens dubbele boekingen. In de grootst mogelijke verwarring vroegen ze ons om iets te komen vertellen over ons land aan een groepje geinteresseerden. De beleefdheid vereiste dat we hierop ingingen en hebben een klein half uur een tachtigtal Peruvianen op een introductie in de Belgische Politiek getrakteerd. Na een tijdje hadden we de zaal op onze hand. Zo kregen we massaal veel applaus toen we verkondigden tegen de oorlog in Irak te zijn. Men was ons heel dankbaar, want ze hadden nog een aantal cadeaus in petto. Wij hebben hen als tegenprestatie een JONGCD&V-vlag gegeven. Ongelooflijke mensen, die Peruvianen!