Duitsland 2009 // Posted on 14 December 2009 by Peter Aspeslagh
Frankfurt ligt op een goede vierhonderd kilometer van België en dat is, ondanks de schitterende Autobahn, toch al gauw vier uur rijden. Op een vrije maandag doen we er in een besneeuwd Duitsland liever nog wat langer over. Tussenstops zijn geed doodzonde. De eerste, de legendarische Nürburgring, ligt midden in het Eifelgebergte. Onderweg kunnen we een blik werpen op Wiesbaden en het mooie Koblenz, op de ‘confluence’ van de Moezel en de Rijn. Voer voor een volgende trip.
De ‘Ring is een monument. Het autocircuit behoort tot de meest legendarische van de wereld. Al van in de jaren twintig vinden hier de meest diverse races plaats. De meer dan twintig kilometer lange Nordschleife rond de Nürburg, een oud slot, was een permanent circuit, maar stond bekend als levensgevaarlijk. Naast uithoudingsraces maakte de piste tot 1976 deel uit van het Wereldkampioenschap Formule 1, maar het zware ongeval van Niki Lauda dat jaar maakte daar een definitief einde aan. Door de crash vloog de Ferrari van de Oostenrijker en regerend wereldkampioen in brand. Lauda kon niet tijdig uit zijn wagen klimmen en raakte over een groot deel van zijn lichaam zwaar verbrand. Collega’s deden er alles aan om hem snel uit zijn weinig comfortabele positie te bevrijden, maar het kwaad was geschied. Lauda was opgegeven; men diende hem de laatste sacramenten toe. De moedige man was echter niet van plan om de pijp aan maarten te geven en overleefde. Sterker nog: zes weken later stond hij opnieuw aan de start van een race, waarin hij uiteindelijk nog vierde werd. Wegens een schitterend voorseizoen stond hij nog steeds aan de leiding van het kampioenschap; de ondertussen opnieuw koele Oostenrijker vond het zonde om de kans op een tweede wereldtitel te laten schieten. Hij bleef aan kop tot in de laatste Grand Prix op het circuit van Fuji in Japan, maar de extreme regenval deed hem besluiten om niet te starten. De demonen van de Nürburgring speelden hem parten. Lauda verloor zijn wereldtitel aan de Brit James Hunt, maar had een ongelooflijk statement gemaakt: van quasi-dode tot bijna-wereldkampioen. Zijn carrière was gered; het jaar nadien won Lauda opnieuw het WK om dat na een korte break in 1984 voor een derde maal te doen. Hij gaat echter nog méér de geschiedenis in als de man die op de Nordschleife haast in de fik opging én het circuit voor Formule 1-races ongeschikt maakte.
Nog steeds wordt de grote Nürburgring gebruikt voor uithoudingsraces allerhande. De jaarlijkse 24-uursrace brengt vele Duitsers op de been en laat zelfs veredelde amateurs toe om deel te nemen. Just for fun, net zoals de vele toeschouwers die er een leuk weekendje uit in juni van maken. Vaak vindt de 24 uur van de Nürburgring de week na die van Le Mans plaats, zodat fans twee weken na elkaar verwend worden.
Midden jaren tachtig bouwde men op deze plaats een nieuw, modern circuit. De ‘nieuwe’ Nürburgring kan in de verste verte niet tippen aan het charisma van zijn grote broer, maar het is de levensverzekering van deze plek. De Nürburgring is zowat de bakermat van de autosport in Duitsland. Het zou jammer zijn mocht dit erfgoed, want dat is het, verloren gaan. Dat doet het niet. De Formule 1 is teruggekeerd; de races op het nieuwe circuit hebben, vooral bij regenweer, toch al spannende namiddagen opgeleverd. Vandaag, een koude maandag in december, is er niets te beleven. We kunnen niet op de piste, want die is ondergesneeuwd. De grote Ring Boulevard, met shops, monorail én Subway is wel open, maar ook hier is, behalve een aantal mooie wagens, niets opzienbarend te zien. We moeten maar eens terugkeren.
Bonn, op een steenworp van de ‘Ring, was tussen 1949 en 1990 de hoofdstad van West-Duitsland. De kleine stad doet bij het binnenrijden aan Engeland denken. Vreemd, inderdaad, maar de wijken hebben, voorwaar, stijl. We hadden het hier nog niet eerder gezien. Gezellig zelfs, maar de vreugde is van korte duur, want eenmaal in de stad is het weer grauw en grijs. Behoudens enkele straten in het historische centrum is Bonn een doorsnee Duitse stad. Alhoewel: elders heeft men géén geboortehuis van Ludwig von Beethoven. Ook de universiteitsgebouwen en de kleine kerk mogen er zijn, maar verwacht geen wonderen. Bonn is een namiddagje waard. Daarna kunt u een ander centrum aandoen. Dit land is het dan toch waard.