USA West 2009 // Posted on 08 September 2009 by Peter Aspeslagh
Het verschil met Lake Mead was duidelijk voelbaar: konden we in Nevada wegens de hitte nauwelijks de slaap vatten, dan moesten we hier onze slaapzak tot bovenaan toeritsen. Het was een koude nacht geweest. Bovendien bleven de verhalen over de elks nog rondhangen. Voor we er erg in hadden stonden we nabij de sanitaire voorzieningen oog in oog met twee prachtexemplaren. Was het dat nu? Blijkbaar wel. De beestjes gingen rustig hun gang en zochten tussen de bomen naar wat planten. Ze waren duidelijk niet van plan om ons als prooi te aanzien. Groot uitgevallen herten, meer niet…
Bij het wachten op een vacante douche lazen we in een lokale krant goed nieuws: zowel Kim Clijsters als Yanina Wickmayer hadden in New York de halve finales van de US Open gehaald. Comeback Kim was er warempel in geslaagd om één van de Williams-zusjes naar huis te spelen en dat was hot news in Arizona. De douches zelf waren minder om over naar huis te schrijven. Een timer-mechanisme zorgde ervoor dat je voor één minuut water 25 dollarcent diende te betalen. Mijn twee dollar gingen precies geen acht minuten mee. De waterstralen stopten abrupt.
Voordat we onze tocht naar Cedar Ridge op de South Kaibab Trail begonnen checkten we onze watervoorraad. Het was alweer vroeg warm. Beneden waren geen koelkasten of fonteintjes. Hoogstens een geïmproviseerd toilet. Onze fles werd helemaal gevuld met kraantjeswater, maar het is nog maar de vraag of dat veel effect had. De smaak was erbarmelijk. Het was alsof je bij elke slok de helft van een olympisch zwembad leegdronk.
In het perspectief van de totale canyon lag Cedar Ridge niet zo heel diep. Het was maar een deeltje van de trail door het natuurfenomeen, maar eiste toch wat fysieke inspanning. Het tracé tussen de rotsen ging steil naar beneden en de geïmproviseerde trappen maakten het onmogelijk om vloeiend door te lopen, maar al bij al waren we nog in een redelijke conditie toen we het eindpunt bereikten. Het duurde nauwelijks een uurtje. Pas toen we in de canyon stonden en om ons heen keken beseften we dat het grote werk nog moest komen. What goes down must go up. De beklimming zou een ander paar mouwen worden.
Onderweg jaagde men mij de stuipen op het lijf met de mededeling dat een slang ons pad had gekruist. Ik had het onding gelukkig zelf niet gezien, maar medewandelaars wel. Ze stelden iedereen meteen gerust: “Don’t worry, it’s just an ordinary garden snake”. Men is hier zo te zien wel meer gewoon, maar de immer behulpzame Amerikanen hadden mij het slangenverhaal op dat moment beter niet verteld. Hier zitten wel degelijk zo’n beesten. In de toch wel zware terugkeer naar de trail head zei overigens iemand dat we best uitkeken voor de aanwezige schorpioen. De Grand Canyon, een avontuur voor kinderen van zeven tot zevenenzeventig… Het is weinig opbeurend om te zien hoe sommige van die bengels zich gedragen. Een jong koppel sleurde letterlijk hun uk mee de canyon in. Het kind werd zowaar naar beneden getrokken. Op zo’n jonge leeftijd in deze temperatuur dergelijke fysieke inspanningen laten leveren is onverantwoord. U ziet het: vakantie, het maakt het beste en het slechtste in de mens los.
Met deze hike hadden we toch een klein deeltje van de canyon gevoeld. Je moet deze plek aan den lijve ondervinden. Het was alsof we in de hel afdaalden. De kloof van de Colorado was echt wel larger than life, maar we konden er geen eeuwigheid blijven. Onze jeep zette koers richting Monument Valley, dat ander natuurwonder. Het Grand Canyon National Park is zo groot dat we ons nog een tijdlang aan de snelheidsbeperkingen moesten houden. Pas als we de entréehokjes achter ons lieten konden we het gaspedaal deftig indrukken en kwamen we in een ander landschap terecht. De canyon maakte plaats voor een rotsachtige woestijn, waar we links van ons nog uitlopers van de Colorado zagen.
Onderweg werd duidelijk dat we in een nieuw stukje Amerika waren terecht gekomen: een indianenreservaat. De mensen zagen er overal anders uit dan in de nationale parken of in de stadjes in Arizona. De Navajo Nation, een opnieuw bloedhete plaats, omvat een groot deel van het noordoosten van Arizona met uitlopers in Utah en New Mexico. Monument Valley ligt in de Nation. We reden er dus dwars door. Langs de weg staan vaak kraampjes waar mensen typische Indianen-craftwork verkopen. Leuke snuisterijen en een noodzakelijke bron van inkomsten voor een bevolkingsgroep die nog steeds onder discriminatie te lijden heeft. Armetierig was het hier niet, maar de levensstandaard ligt ogenschijnlijk onder het Amerikaanse gemiddelde.
Gelukkig zijn er in deze streek hier en daar stedelijke centra, zodat we af en toe een benzinevoorraad konden inslaan. Ongelooflijk: onze slee stond bijna weer droog. Maar goed: liever iets vaker tanken dan midden in de woestijn te moeten bedelen om brandstof. Overigens riskeer je er op sommige plaatsen in dit land, zoals in Californië, nog een boete bovenop. Verboden om droog te staan.
De stadjes luisteren hier naar welluidende namen als Cameron, Tuba City of Kayenta. In Tuba City waren nogal wat winkels. Toen we in een zaak navraag deden over de dichtstbijzijnde camping keek men ons aan alsof we van een andere planeet kwamen. Het scheelde natuurlijk niet veel, maar in dit reservaat vielen we wel degelijk op. De man die ons desalniettemin vriendelijk te woord stond wist dat er tussen Tuba City en Kayenta één camping was. Hij was naar verluidt zelf nog maar enkele keren in de belendende gemeente geweest. We vonden uiteindelijk de splinternieuwe gratis campground aan het Navajo National Monument. Bij de mannelijke helft van de groep was er eventjes twijfel of het wel een goed idee was om in deze verlaten plek in the middle of nowhere te overnachten, maar onze bezwaren werden al snel ontkracht. Inderdaad. Schitterend is het hier en we bleken ook niet helemaal alleen te zijn. Wat verder kampeerde een groep jongeren die historische sites in Nationale Parken hielp opknappen. Onze aanwezigheid ging niet onopgemerkt voorbij. Men hoorde ons praten en vroeg zich af van waar die luidruchtige karavaan afkomstig was. Een verkenner werd op pad gestuurd. “Exjuus mee, can I aaask yoouuu a questionn? Where arrre yoouuu frrrom?” De man had een opvallend Frans accent en kon dat niet onder stoelen of banken steken. “Oh, frrom Belgiummm. We thought somesing like thzat.” Vijf minuten later kwam een tweede krijger op ons af. “Hello, I heard you were from Belgium? Ik ben ook een Belg.” Van Wervik met name. De wereld is klein: twaalfduizend kilometer van huis ontmoet je iemand die op een boogscheut van jezelf woont. Hij was student en maakte deel uit van het restauratieteam. “Gewoon gegoogled.” Zo zie je maar: je kan op de meest diverse manieren op de camping van het Navajo National Monument terecht komen. Zélfs via Google…