Peru 2007 // Posted on 20 April 2007 by Peter Aspeslagh
De boog moet niet altijd gespannen zijn. Cusco, de hoofdstad van het Incarijk, verdient een uitgebreid bezoek. Onze reisleider noemt het de mooiste stad van Latijns-Amerika. Ik dacht dat Rio de Janeiro aanspraak maakte op deze titel, maar zal voorlopig mijn mening moeten bijstellen. Cusco is inderdaad een bijzonder mooie stad.
We bezochten samen met onze gids Daniel de voornaamste trekpleisters: de San Blaskerk, het Santo Domingoklooster met onderliggende Zonnetempel, … Ook in de kathedraal op het Plaza de Armas hielden we halt. Na de evenknie van Mexico-City is dit exemplaar het grootste van Latijns-Amerika. Noterenswaardig is de overdekte markt. Elke dag van de week komen de lokale handelaars hun waar aanbieden. De kraampjes zijn er per voedingswaar ingedeeld. Tussen de rijen door probeerden mensen op de grond hun weinige zaken aan de man te brengen. Ook hier armoede troef. Wij – natuurlijk gewapend met fototoestel – werden onmiddellijk aangeklampt, maar hielden onze soles ietwat in onze geldbeugel. Naar verluidt is het voor ons niet aangewezen om de voedingswaren te consumeren. Wij zijn immers niet immuun aan de bacteriën die hier de koopwaar sieren. Bovendien hebben we geen garantie dat het vlees, de vis of de groenten vers zijn. We nemen best geen risico.
Het is sowieso wat op eieren lopen, want een bezoek aan dit land houdt wel degelijk gezondheidsrisico’s in. We hebben ons allereerst moeten inenten tegen gele koorts en hepatitis. Nu we in Cusco zijn schuilt de hoogteziekte om de hoek. Volgende week in San Ramon, aan het begin van de jungle, moeten we preventief malariapillen slikken. Ten slotte gaat ook van diarree een eeuwige dreiging uit.
In Cusco trekken we het ons niet echt aan. Na de geleide bezoeken wagen we ons in een plaatselijk restaurantje waar ik lamsvlees met koriandersaus bestel. Dat valt goed mee. De Peruviaanse keuken is lekker. Basisingrediënten zijn cavia (of course), aardappelen, bonen, rijst, alpaca-vlees en dergelijke meer. Fruit is dan weer minder aanwezig. Qua drank moet u zeker de Pisco (lokale cocktail) eens proberen. Een leuke avond sluit je af met een Cusqueña. Voor wie de alcohol liever op stal laat is er nog altijd de Inca Kola, al is dit sap niet te drinken. Bweuh. Volledigheidshalve dien ik hierbij te zeggen dat in de Belgische delegatie de meningen hierover verdeeld zijn…