Binnenland // Posted on 01 March 2009 by Peter Aspeslagh
In 1999 maakten de Franstalige liberalen, toen nog PRL, na lange tijd opnieuw deel uit van de federale regering. Hun boegbeeld, Louis Michel, eiste als tegengewicht voor de VLD met buitenlandse zaken de meest prestigieuze portefeuille op. Zijn secondant was de jonge Didier Reynders; de spring-in-’t-veld kreeg in Verhofstadt I de niet onbelangrijke functie van Financiën toegewezen. De Luikenaar kwam vlot over en charmeerde Vlamingen al snel met zijn voortreffelijk Nederlands, zij het dat hij in het begin nogal wat moeite had met het in de juiste volgorde plaatsen van woorden.
Verhofstadt I, een regering die voor eens en voor altijd had afgerekend met de tsjevendictatuur, kreeg alle krediet en vierde rond de eeuwwisseling hoogtij. Het kon niet op. De vlotte jongens en meisjes (althans die van liberalen en socialisten) vormden een stijlbreuk met het verleden en daar had men zo te zien nood aan. Didier Reynders paste perfect in dat plaatje en ging er voor zorgen dat het anders werd. Hij liet zich graag filmen en fotograferen in het bijzijn van de groten der aarde, maar zijn administratie, die een gigantische renovatie nodig had, zag weinig van een changement waarvan Reynders’ grote voorbeeld, Nicolas Sarkozy, later zijn handelsmerk maakte. De liberaal viert dit jaar een decennium financiën, maar weinigen zullen ons bevestigen dat hij op dit departement voor een copernicaanse revolutie heeft gezorgd. Ook zijn afhandeling van de Fortis-crisis was niet meteen een toonbeeld van goed bestuur. Aftreden? Nooit van gehoord. De Minister in Didier Reynders kan niet op algemeen applaus rekenen.
Toen Verhofstadt I in Verhofstadt II veranderde en medio 2004 zelfs in Verhofstadt 2.5 verdween Louis Michel van het Belgische politieke toneel en werd poulain Reynders de numero uno van de MR, de federatie van PRL, FDF en MCC. Hij cumuleerde na enige tijd zijn ministerschap met het voorzitterschap van de partij en maakte zich de onbetwiste leider van de MR. Hij deed er alles aan om te verzekeren dat zijn positie na een mogelijke comeback van Michel in de Belgische politiek onaantastbaar zou zijn. De partijvoorzitter in Didier Reynders zou ervoor zorgen dat zijn wil wet is. Als ooit iemand van de MR geroepen zou worden tot een eervolle functie in dit land ging dat Didier Reynders en niemand anders dan Didier Reynders zijn. Le parti, c’est moi.
Tijdens de federale verkiezingen van 2007 behaalde Reynders’ formatie een relatieve overwinning. De PS was afgestraft en meteen speelde hij de Waalse eerste viool. De formatiesaga en de communautaire ontploffingen die op de verkiezingen volgden hebben hem meer dan eens in beeld gebracht bij de keuze van een mogelijke eerste minister, maar het is nooit zover gekomen. Het moet zijn ego enorm hebben gestreeld, maar in de gegeven omstandigheden was het niet haalbaar om de Zestien in te palmen. Maar toch: Didier Reynders was incontournable in de Wetstraat en daar genoot hij van. De machtspoliticus in Didier Reynders kon alvast moeilijk verbergen dat hij zichzelf tot het selecte clubje van potentiële eerste ministers rekende.
Ten slotte heb je nu de Didier Reynders die de sterke man van Wallonie-Bruxelles wil worden. Nu blijkt dat het toch niet realistisch is om ooit leider van een federale regering te worden zet hij zijn zinnen op de absolute leiding van de Franstalige component van dit land. Als het in de regionale verkiezingen van juni meezit zal hij met plezier Rudy Demotte uit het Elysette verdringen. Didier Reynders zal van daaruit, zij het op kleinere schaal, alles in het werk stellen om als enige te kunnen beslissen over het zijn of het niet zijn van een ploeg bestuurslieden en over het inzetten van de schaarse middelen. Als het niet lukt op federaal niveau, dan zal het met deze man wel op regionaal niveau anders worden. De machtswellusteling in Didier Reynders heeft torenhoge ambities.
Quo vadis? Reynders heeft het voorbije decennium continu gepoogd om rond zijn persoon een independent kingdom op te bouwen. De man geniet van de macht op alle niveau’s binnen de regering en binnen zijn partij. Lijkt hij daar aan een plafond te komen, dan zoekt hij binnen het politieke bedrijf een nieuwe uitdaging waar hij het centrum van de belangstelling zal zijn.
Het is maar de vraag of het een slechte zaak zou zijn mocht Reynders op zeven juni het federale niveau voor het regionale inruilen. Als Minister van Financiën heeft hij bewezen dat zijn machtspolitiek en bekwaam vakministerschap niet verenigbaar zijn. Als onberekenbare vice-premier was hij weinig constructief om tijdens de recente anni horribiles in de diverse dossiers tot een aanvaardbare oplossing te komen. Als partijvoorzitter heeft hij alle moeite van de wereld om de broze evenwichten binnen de MR te bewaren. Het projectiel genaamd FDF doet er alles aan om de voorzitter het vuur aan de schenen te leggen; Reynders’ poging tot verbreding door het aantrekken van Rudy Aernoudt is een fiasco gebleken. In die optiek zou het geen verkeerde zet zijn mocht de man naar Namen trekken, maar kunnen onze Waalse vrienden dit zichzelf wel aandoen? Om het met de gevleugelde woorden van de vice-premier te zeggen: we zullen zien…