Binnenland // Posted on 31 May 2008 by Peter Aspeslagh
Karel De Gucht is geen gewoon politicus. Hij heeft in het verleden al vaak ten gepaste en ongepaste tijd zijn eigen overtuiging politiek proberen te vertalen. Dat is niet meteen verwonderlijk voor een politicus, zij het dat het vaak tegen de partijlijn in was of niet strookte met de discretie die zijn job eigen is. Zijn gedrag is wellicht veroorzaakt door een mix van zijn aangeboren parler vrai, zijn ambitie om binnen Open VLD de leiding in handen te nemen en zijn afkeer van Christen-Democraten.
Ter herinnering
Het recente conflict met de Congolese regering is niet de eerste aanvaring. In het begin van zijn ministerschap mochten we aan onze noorderburen gaan uitleggen dat hun eerste minister geen mix van Harry Potter en brave stijfburgerlijkheid was. Eerst verklaarde De Gucht dat zijn woorden verdraaid waren, tot de journalist in kwestie het bandje vrijgaf. Ons diplomatiek korps was not amused. Het leverde De Gucht op CNN zelfs de weinig eervolle vermelding van notoriously blunt foreign minister op.
Dat verbeterde niet toen de minister zich laagdunkend uitliet over de – jawel – Congolese politici en zich ronduit afvroeg of er in onze voormalige kolonie wel bekwame bewindslieden waren. Het leidde tot enkele bewogen weken op Buitenlandse Zaken. Ook de toenmalige eerste minister, Guy Verhofstadt, had zijn handen vol met damage limitation. Desalniettemin verhoogde De Gucht het Belgisch engagement in Centraal-Afrika en dat was niet meteen een slechte keuze. Onder zijn impuls normaliseerden de relaties met de Verenigde Staten, want die hadden na 9/11 een ferme deuk gekregen (hoewel dit ons bij onze avonturen in Lima niet meteen slecht uitkwam).
Diplomatie en parler vrai
Wat De Gucht zegt is, behalve de uitlatingen over Jan-Peter Balkenende, meestal niet meteen verkeerd. Natuurlijk loopt Congo niet over van sluwe vossen à la De Gucht. Toen hij openlijk vragen stelde bij het verhogen van het democratisch gehalte van Congo in het licht van de Belgische investeringen voor de verkiezingen ging hij echter serieus uit de bocht. Hij deed er nog een schepje bovenop door in de Zevende Dag te verkondigen dat “als dat neokolonialisme is, dan ben ik een overtuigd neokolonialist”. Het was de ware Karel De Gucht op zijn best, maar, euh, die man is wel het hoofd van de Belgische diplomatie. Een accumulatie van weinig diplomatieke uitspraken deed de boel ontploffen. De minister van buitenlandse zaken werd persona non grata in Congo en maakte voor Kabila en de zijnen de weg vrij voor het opvoeren van een nummertje spierballengevecht. Parler vrai en diplomatie gaan niet altijd samen en dat zou de machtspoliticus in Karel De Gucht moeten weten. Yves Leterme mag puin ruimen, alsof hij nog niet genoeg te doen heeft. De eerste gesprekken met premier Gizenga schenen alvast veelbelovend te zijn. Het moet voor onze eerste minister alvast een unieke ervaring zijn geweest om te onderhandelen met een man die ooit vice-premier was in de regering-Lumumba, op het moment dat moeder Leterme zwanger was van haar toekomstige premier. Of hoe puin ruimen je in contact brengt met een stuk levende geschiedenis, maar dat is dan ook het enige voordeel van de recente crisis.
Het rapport van De Gucht
Wat heeft Karel De Gucht nu bereikt? Hij heeft alvast zijn eigen politiek profiel aangescherpt. De Gucht is en blijft De Gucht. Zijn aanhangers binnen Open VLD zullen hem nu nog inspirerender vinden. Dat staat altijd goed in de strijd om de macht in de partij, want die is na het (tijdelijke) vertrek van Verhofstadt nog steeds niet openlijk beslecht. Het helpt ook naar buiten toe. Fans die geen liberale roots hebben, maar een stem voor de persoon uitbrengen, zullen dit nu misschien met nog meer overtuiging doen. Concurrent CD&V – die hij ooit dacht te kunnen laten imploderen – moet de kastanjes uit het vuur halen. Yves Leterme kan zich ondertussen niet met zijn kerntaken bezig houden, wat Open VLD maar al te graag in de verf wil zetten. Ten slotte zit onze diplomatie met een kater. Haar hoofd heeft hen nogmaals in verlegenheid gebracht en dat is weinig motiverend.
Dit zijn natuurlijk allemaal leuke mijmeringen. We moeten met onze twee voeten op de grond blijven. Het diplomatiek incident is voor een groot deel een kwestie van retoriek en spierballengevecht. Een inderdaad hoogstens semi-democratisch regime kan opnieuw de aandacht van de echte problemen afleiden. Is het niet precies dat wat De Gucht wou vermijden?