Let me in the sound // Posted on 16 July 2009 by Peter Aspeslagh
U2 heette oorspronkelijk The Hype en misschien waren ze beter bij die naam gebleven. Hypen kunnen ze immers als geen ander. De tournee die No line on the horizon moet promoten zou alle bestaande standaarden omgooien: een stage in het midden van het stadion, rondomrond – 360° – kan publiek zitten en ook de videowall – hoog boven de band – zou een ronde vorm hebben en voor iedereen zichtbaar zijn. Het geheel wordt opgehangen aan een stalen constructie die “the claw” (de klauw) wordt genoemd. Als je er voor staat lijkt het op een ruimteschip, kijk je er vanuit de hemel op neer, dan neemt het eerder de vorm van een spin aan. Ambitieus, dat zeker, maar dat heeft ook een hoog over-the-top-risico. De band heeft al een aantal keren tegen de grens van het absurde aan gezeten en dus blijft het voor U2 steeds balanceren op een slappe koord. U2 zou U2 niet zijn als ze de uitdaging niet aanging. Iedereen hield zijn hart vast en hoopte dat het concept zou aanslaan.
Op 11 juli zagen we hun eerste show in Parijs en het vijfde van de tour. Ze hadden al twee nachten Camp Nou en twee in San Siro achter de kiezen. Zijn de kinderziektes er al uit of zal er in het Stade de France over voetangels worden gevallen? We waren benieuwd.
Over het voorprogramma alvast niets dan lof. De Kaiser Chiefs zijn al één van mijn favoriete groepen en ze hebben, net als U2, een sterke live-reputatie. De band van Ricky Wilson tovert de ene hit na de andere uit haar hoed. Ruby, I predict a riot, Oh my God, Never miss a beat en al die anderen zijn ondertussen zo in het collectieve muziekgeheugen ingeburgerd dat je je afvraagt of ze wel nog in het voorprogramma van een band passen. 40 euro voor twee supergroepen in een gigantisch stadion met een schitterende akoestiek is zoals een nieuwe iPhone die je voor honderd euro in een Belgische zaak op de kop kan tikken. Zelfs onze plaatsen, relatief hoog aan de achterkant van de klauw, waren stukken beter dan het petiterige zitje in het Koning Boudewijnstadion tijdens de Vertigo Tour, waar de akoestiek soms zelfs slechter was dan in Vorst Nationaal, waar het kaartje 75 euro kostte en waar het voorprogramma (The Killers en Snow Patrol) weinig indruk maakten. U ziet het: dit keer krijg je wel degelijk waar voor je geld. De Kaiser Chiefs hadden het ganse U2-publiek op hun hand. Zo zie je maar dat een charismatische frontman, goede muziek en begeesterende teksten dé formule tot echt succes zijn. Ze mogen wat mij betreft uitgroeien tot de volgende U2. Goed begonnen is half gewonnen.
Op de tonen van Bowie’s Space Oddity komt U2 op de scène en bijt met Breathe de spits af. Het is een enigszins gewaagde opener, want het is niet het meest toegankelijke nummer van de nieuwe plaat. U2 goes Bob Dylan. De Ieren hebben blijkbaar vooral naar producer Brian Eno geluisterd. De Canadees vindt dit immers het beste nummer dat de band ooit maakte. Met No line on the horizon, de titeltrack van de nieuwe plaat, vertraagt het ritme een eerste keer. Ik had liever de alternatieve up-tempo versie No line on the horizon 2 – een B-side van lead single Get on your boots – gehoord, maar zover kwam het niet. NLOTH 2 is het logische vervolg op de sequentie Elevation-Vertigo en kon het stadion meteen in vuur en vlam zetten. Niet dus, maar dat gebeurt wel met Get on your boots en Magnificent. Dat eerste nummer heeft de hoogste drumfrequentie die U2 ooit haalde en bereikt met een fantastische Let me in the sound een onwaarschijnlijke climax. Magnificent is misschien wel het beste nieuwe nummer en ook de meest typische U2-song. Het Stade de France gaat uit de bol. Starten met vier nieuwe songs: het was al van Zoo TV geleden.
Na het immer populaire Beautiful Day doet I still haven’t found what I’m looking for alles weer wat tot rust komen, evenals een akoestische versie van Desire uit Rattle & Hum. Met wat danspasjes van Billie Jean als eerbetoon aan de King of Pop begint Bono met een eerste preek en gaat – in uitgesteld relais – een conversatie aan met Frank Dewinne en zijn vrienden uit het ISS. Allemaal wel leuk, maar het doet niet echt ter zake. Een link-up met Teheran, net zoals ze dat tijdens Zoo TV met Sarajevo deden, was stukken interessanter geweest, maar misschien iets te delicaat. Weg met het ISS dus, maar goed: je wordt door astronauten in een ruimtestation aangesproken en dan nog is het niet goed. In a little while – how to turn a song about a hangover into a gospel song – koelt het wat af.
Met Unknown Caller in karaoke-vorm gaat het opnieuw de goede kant uit. Dit nummer doet het, in tegenstelling tot de verwachtingen, niet slecht in een live-setting. De fans komen pas echt weer op dreef met The unforgettable fire. Het nummer, vanop de gelijknamige plaat uit 1984, lag bijna twintig jaar onder het stof zodat het voor veel fans een blij weerzien was. Het zette de toon voor een rush die tot op het einde van de show zou duren. City of Blinding Lights en Vertigo zijn ondertussen al klassiekers, die ook de mogelijkheden van Bono’s ruimteschip showen: de videowall wordt een goede vijftiental meter uitgerokken en dat zorgt voor spectaculaire beelden. De fans genieten ervan.
“It’s time to pull your dance shoes on”, zei de frontman en begon met een dance-versie van I’ll go crazy if I don’t go crazy tonight. Ook Edge, Adam en Larry begonnen rond te wandelen en benutten op die manier het 360°-concept maximaal. Het was allemaal goed doordacht: bijzonder functioneel om iedereen maximaal in te zetten. Niet elke fan was even overtuigd door de wandelende percussie van Larry Mullen Jr., maar het was wat mij betreft super. Dit is wat Discothèque tien jaar geleden had moeten zijn.
Met Sunday Bloody Sunday, Pride (in the name of love), MLK en Walk on schoten ze opnieuw in hogere versnelling die je doet afvragen waar Bono zijn stemvolume blijft halen. De sequentie culmineerde met hun allerbeste live-nummer, Where the streets have no name. De fans wisten dat het zou komen en bij het rode scherm, dat zoals steeds de intro van het nummer aankondigt, stond iedereen recht. Saint-Denis ontplofte.
Ondertussen had Bono tijdens Walk on enkele speeches gegeven en Aung Sang Su Kyi nog maar eens in de kijker geplaatst. We zijn het ondertussen al wat gewoon. Ook bij Desmond Tutu’s video hadden we een dit-is-iets-te-veel-van-een-the-usual-stuff-gevoel. Misschien volgende keer op een andere manier messias spelen? One, de afsluiter van het eerste deel, ging op dat elan verder. Net zoals tijdens de vorige tours moest ook nu iedereen de gsm’s oplichten, wat een schitterend melkweg-effect gaf. Toegegeven, een goedkope truuk, maar het is wel indrukwekkend.
De encore begon met Ultraviolet, een echte crowd pleaser, want sinds Zoo TV niet meer vertoond. Dat was overigens een van de weinige nummers van Achtung Baby, toch wel hun magnum opus. With or without you en het lang uitgesponnen Moment of Surrender sloten de show waardig af.
U2360° is wel degelijk vernieuwend. Het werkt en geeft een nieuwe dimensie aan het begrip rock show. Inderdaad: Bono’s gepreek begint wat afgezaagd te worden, maar de mens is nu eenmaal zo. De rest van de show compenseerde dit voldoende. De vertolking van nieuwe en oude songs was schitterend, muziek en geluidskwaliteit waren beter dan ooit. Kortom, U2 is nog steeds relevant en dat is toch wat ze wilden aantonen. Maybe I’m biased, maar kom kijken en u zal hetzelfde zeggen.
De band heeft groot gelijk om België dit keer links te laten liggen. Wij hebben gewoon geen geschikte locatie om U2 in 360 graden te ontvangen. Ons land heeft dringend nood aan een écht stadion dat dergelijke evenementen aankan. Dit is niet goedkoop, maar we maken ons belachelijk door deze acts – ook Bruce Springsteen – geen aangepast infrastructuur te geven. Jammer, maar helaas. Op naar de Amsterdam ArenA, voor mijn tweede en laatste U2360. Volgend jaar opnieuw?