Home » Cultuur

Lisboa

23 February 2005 No Comment

Tussendoortjes, ze bestaan. In het mooie Lissabon bijvoorbeeld. Het was voor mij een eerste vliegtrip, dus was de zenuwachtigheid mij al een aantal dagen naar het hoofd gestegen. Het leek me niet evident om je lot in handen van – bekwame – piloten te leggen, die echter een toestel besturen dat altijd mankementen kan vertonen… Kort gezegd: de gedachte zelf dat zo’n ijzeren vogel kan neerstorten boezemde mij grote angst in. Dit bleek achteraf niet gegrond. Bij TAP, Portugal Airlines, werden mijn angsten snel ontkracht. Het was spectaculair om de lucht in te gaan en op zo’n korte tijd van de ene wereld naar de andere te vliegen.
Het is werkelijk zo: in Lissabon waan je je in een totaal andere wereld. Vanaf onze de eerste stappen op het Restauradores-plein merkten we onmiddellijk dat dit niet het oude vertrouwde België was. De multiculturaliteit straalt er van af. Alle bevolkingsgroepen zijn er in quasi gelijke mate vertegenwoordigd: blanken, mulatten en zwarten lopen er door elkaar, en dat op een heel harmonische wijze. We kunnen er alvast een voorbeeld aan nemen. Nochtans is het niet allemaal peis en vree. De armoede is omnipresent in het straatbeeld. Op elke hoek van de straat staan bedelaars die ons met de moed der wanhoop de hand reiken voor enige eurocenten. Je hart breekt telkens, maar het is nu eenmaal onmogelijk om iedereen wat te geven. Portugal heeft qua ontwikkeling – als dat woord al op z’n plaats is – zeker enkele decennia achterstand op België. Hoewel Westers comfort wel degelijk bij een groot deel van de bevolking aanwezig is, valt een even grote groep nog steeds buiten de prijzen. Rijke toeristen met digitale fototoestellen, dure gsm’s en exclusieve kleding lopen er naast arme stakkers met nauwelijks enige recyclage-jeans rond hun lichaam. Zo’n maatschappelijke dualiteit had ik nog nooit aan den lijve ervaren. Vorig jaar was ik in Catalonië en daar was de situatie, hoewel niet optimaal, toch stukken voorspoediger dan in Portugal. Toch blijft men niet bij de pakken zitten. Men neemt er des te meer initiatief dan bij ons. De verkopers van geroosterde kastanjes, schoenpoetsers en uitbaters van kleine winkeltjes zijn niet te tellen. Hun ondernemingszin en enthousiasme is niet te stuiten. En daarbij blijft men heel vriendelijk. Nooit of te nimmer hebben we een kwaaie reactie van een Portugees of Portugese kunnen opmerken. Jonge Portugezen staan in de tram spontaan op om ouderen te laten zitten. De mensen zijn bovendien heel fier (veel gewone mensen mooi opgemaakt of in hemd en das) en laten geen gelegenheid voorbijgaan om te zeggen wie ze zijn. Als je dan nog in het Portugees probeert (probeert!) te antwoorden glimlachen ze nog eens extra. In de oude Moorse wijk Alfama poogde een man met wandelstok ons uit te leggen dat hij 91 was, maar nog steeds te been. Obrigado Senhor! Mét de glimlach. Prachtig. Nog zoiets typisch voor Lissabon: het aantal bejaarden is er niet te tellen. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat er in de stad weinig toekomst voor jonge mensen is, maar toch domineren oudere mensen het straatbeeld.
Toch moet je op je hoede blijven. Bij alle restaurants klampen de obers je aan op een manier die nogal opdringerig overkomt. Dat zal wel een Portugese gewoonte zijn en daar zijn wij, temperamentloze Belgen, niet mee vertrouwd. En ze spreken alle talen, tot het Nederlands toe… Alle argumenten zijn goed: “This is the place where Amalia Rodriguez, the great Fado singer, began her career.” Allemaal goed en wel, maar het pakte niet. Een gebrek aan enthousiasme en inlevingsvermogen in hun commerciële rol kan je hen allerminst verwijten. Ook in de restaurants zelf zijn ze genereus. Als je plaatsneemt aan tafel, zetten ze er onmiddelijk brood, boter, geitenkaas en gerookte ham neer. Dat is allemaal te betalen. Enkel als je het expliciet weigert neemt men het weg. Het duurde ons een volle geitenkaas en een bord Portugese ham om tot dat besef te komen. Maar het smaakte.
De stad ligt verspreid over verschillende heuvels en dalen, die via steile straatjes, trappen en tramliften (elevadores) met elkaar verbonden zijn. Het centrum is geconcentreerd tussen de Tejo (of Taag, de grote rivier waaraan Lissabon gelegen is) en het Praça de Restauradores. Het Praça do Comercio, aan de oevers van de Tejo, symboliseert de grootsheid waarmee de stad na de grote aardbeving van 1755 heraangelegd werd door Marques de Pombal. Dit was de toenmalige “eerste minister”, die met bijzonder harde hand over het land regeerde, zodat hij de koning naar de tweede plaats verdrong. Pombal is te vinden op een groot beeld, samen met onder andere die andere grote Portugees, Vasco da Gama, de man die als eerste via Kaap de Goede Hoop naar India voer. Die laatste ligt overigens begraven in het Mosteiro dos Jeronimos in Belem, nabij Lissabon. (zie foto’s)
Lissabon is niet enkel een oude stad, maar bruist van dynamisme. Het organiseren van de wereldtentoonstelling in 1998 beweest dat zo’n groots evenement voor een modernisering van de stad kan zorgen. De locatie ervan, waar veel paviljoenen intussen zijn afgebroken, is een pool van ontwikkeling geworden. Er vindt een reconversie plaats. Zo wordt het voormalig Portugees paviljoen in de komende jaren ingenomen door regeringsambtenaren. Een Oceanarium, dat we bezochten, is een nieuwe toeristische troef voor de stad. De Torre Vasco da Gama, nabij de gelijknamige brug, biedt de geïnteresseerde kijker een prachtig zicht op de stad. De moeite waard. Het hele evenement gaf ook aanleiding tot het bouwen van een trein- en metrostation met bijhorende metrolijn. Expo ’98 was voor Portugal wat Expo ’58 voor Brussel betekende.
Wie Lissabon zegt, zegt ook ontdekkingsreizen. De stad was lange tijd de poort naar de nieuwe wereld. Christoffel Columbus verbleef lange tijd in de stad en huwde er. Hij probeerde de Portugese vorst van te overtuigen een reis naar Indië te financieren, maar dat ging niet door. Vasco da Gama had meer succes (cf. supra). Ook Hendrik De Zeevaarder, die zelf nooit veel op zee gevaren heeft, maar vooral mensen in zijn zeevaartschool opleidde in navigatietechnieken, wordt nog altijd geëerd als één van de grote helden uit de Portugese geschiedenis. Hij heeft een gigantisch standbeeld in Belem (“Bethlehem”). Op een boogscheut van Henrique o Navegador bevindt zich de Torre de Belem. Dat is zowat het beroemdste bouwwerk van Lissabon en bij uitbreiding gans Portugal. Van daaruit vertrok men naar de nieuwe wereld. Het gebouw zelf stelt niet veel voor; ik ga het vooral herinneren aan de plaats waar ik nogal hard met mijn hoofd tegen het plafond stootte. Maar toch, je moet het gezien hebben. Het Mosteiro dos Jeronimos, waarvan reeds sprake en eveneens in Belem, is een bijzonder indrukwekkende abdij, gesticht naar aanleiding van Vasco da Gama’s reizen. De terugreis van Belem naar Lissabon werd echter overschaduwd door het zien van een lichaam van een persoon die net zelfmoord gepleegd had. Van de glorieuze ontdekkingsreizen kom je snel terug in de dagelijkse realiteit van de gewone Portugees.
Portugal is nog maar een goeie dertig jaar een democratie naar Westers model. De fascistoïde dictator Salazar regeerde tot begin jaren zeventig van de vorige eeuw met ijzeren hand. De vreedzame anjerrevolutie uit 1974 maakte hier komaf mee (na Salazar’s dood hield zijn opvolger Caetano het niet lang uit). Toch bleef Portugal een relatief ‘achterlijk’ land en wordt nog altijd aanzien als het armste land van West-Europa. In Lissabon is dat pijnlijk zichtbaar. De toetreding tot de EU in 1986 heeft het land echter geholpen en het is op de goeie weg.
Wat mij naast de multiculturaliteit nog het meest zal bijblijven is de melancholie. De Portugezen, en dan vooral in Lissabon, pronken met hun wereldrijk dat ze eertijds bezaten. Lissabon was hét centrum, het Rome van een rijk dat heerste over Brazilië, Angola, Mozambique, rijke steden langs de Indische Oceaan (Goa, Macao, …) en nog wat andere gebieden. Het is echter verleden tijd. Angola en Mozambique werden tijdens de dekolonisatiegolf van enkele decennia geleden afgestaan. Goa is al lang een Indische stad en Macao werd recentelijk (1999) aan China overgedragen). En dan is er Brazilië… Overal in in Portugal zijn er verwijzingen naar Brasil. Gaat het niet over de koffie, dan staat de samba centraal. En dan spreken we nog niet over het carnaval… O Brasil… Portugal en Brazilië hebben overigens voor een unicum in de wereldgeschiedenis gezorgd. Toen Portugal begin 19de eeuw door de Napoleontische legers bedreigd werd, werd de Portugese koning naar Rio de Janeiro verscheept. Vandaar regeerde hij verder over zijn rijk. Het centrum van zijn imperium werd naar de kolonie verschoven. Geen enkele koloniale mogelijkheid heeft dat ooit meegemaakt. In zijn megalomanie heeft Salazar een corcovado, een (verkleinde) replica van het christusbeeld uit Rio de Janeiro, laten bouwen aan de overkant van de Tejo. Het staat er nog. Christus kijkt nog altijd uit over Lissabon, maar men is er niet fier op, aangezien de dictatuur het beeld er geplaatst heeft.
Kortom, ik kan nog uren over Lissabon vertellen, maar dat brengt geen zoden aan de dijk. Het is aan u om die mooie stad te bezoeken en de sfeer op te snuiven. Lisboa é uma cidade bonita…


  • Share/Bookmark

Leave your response!

Add your comment below, or trackback from your own site. You can also subscribe to these comments via RSS.

Be nice. Keep it clean. Stay on topic. No spam.

You can use these tags:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

This is a Gravatar-enabled weblog. To get your own globally-recognized-avatar, please register at Gravatar.