Cultuur // Posted on 22 August 2010 by Peter Aspeslagh
Ontelbare steden en gemeenten in West- en Oost-Europa dragen ongewild littekens van de tweede wereldoorlog én de gevolgen ervan mee. Sommige plekken, die gespaard bleven van bombardementen, hebben ‘slechts’ een gedenkteken voor de gesneuvelde dorpelingen. Elders werd een deel van de stad door funeste pesterijen van deze of gene zijde tot puin herleid. Nog anderen, zoals Berlijn, werden een symbool van de twintigste eeuw. En Warschau, tja, dat was total destruction. Als er in de stad hier en daar nog een halve muur recht stond, dan werd het Joodse getto letterlijk met de grond gelijk gemaakt. Hoog tijd voor een bezoek.
Hoewel de stad na de oorlog met veel ijver werd heropgebouwd was het kwaad geschied. In de toekomst zou het oude Warschau nog slechts een verre kopie van het origineel zijn. Bovendien was het nieuwe regime van plan om de Poolse hoofdstad te verfraaien met haar eigen architecturale finesses: een reeks balkvormige huizenblokken ging voortaan de stad omcirkelen alsof ze een nieuwe Duitse invasie moest tegenhouden. Vandaag de dag wonen er nog steeds honderdduizenden mensen in woonkernen die het levende bewijs van die vier verloren decennia vormen. Men kan dus verwachten dat Polen na al die tijd met een totaal verkrachte hoofdstad zit opgescheept. Niets bleek minder waar te zijn.
Communisten
De communisten hebben uiteraard hun stempel op Warschau gedrukt. Zoals in de meeste Oost-Europese steden bleef men ook hier niet gespaard van stalinistische bouwwerken. Het ging niet enkel om anonieme blokken waar mensen moesten samenhokken. Ook de partij kreeg haar hoofdkwartieren in een bepaalde stijl voorgeschoteld. Het PKiN – het Pałac Kultury i Nauki (Paleis van Cultuur en Wetenschap) – domineerde de skyline van de stad. De 237 meter hoge toren behoorde lange tijd tot de hoogste van Europa en vormt de kers op de taart van een complex waar in een gigantisch auditorium onder meer de partijcongressen plaatsvonden. Ondanks het ijzeren gordijn werden in dit cultuurpaleis ook meer wereldse en westerse gasten ontvangen. In 1967 speelden de Stones er als enige rockband in dat decennium aan de andere kant van dat gordijn. Mick en Keith bereikten er echter de Poolse fans niet mee, want alle tickets werden gereserveerd voor partijleden. Naar verluidt was de band in vorm, maar alle uitbundige KP’ers – voor zover die bestonden – werden tijdens het concert manu militari gedwongen terug neer te zitten. Als tegenreactie op de censuur stormden Mick Jagger en co de straat op om de échte fans, die de zaal niet binnen mochten, op singles te trakteren. Those were the days… je zou bijna heimwee krijgen naar de tweedeling nu heroïsche taferelen van illustere bands beperkter en beperkter worden. Achttien jaar later kreeg Leonard Cohen er de kans om drie uur lang zijn oeuvre aan het land te verkopen, maar de Canadees vermeed elke controverse.
Na het verdwijnen van het ijzeren gordijn was er even sprake om het Paleis met de grond gelijk te maken. Het was immers hét symbool van het oude regime. Gelukkig doken langzamerhand andere wolkenkrabbers op, zodat het Paleis niet langer het uitzicht van de stad bepaalt. Vandaag kunnen we het nog steeds beklimmen, want de dertigste verdieping is toegankelijk voor het publiek. Het geeft een uniek panorama over de stad. Cynische Polen vinden dit uitkijkplatform de mooiste plaats van Warschau: je kan er de toren zelf immers niet zien. Tijd heelt echter heel wat wonden. Ondertussen hebben de meeste inwoners van deze stad zich met het gebouw verzoend en blijft het integraal deel uitmaken van het patrimonium van Warschau.
Joden

Na de invasie van Polen begonnen de nazi’s hun plannen voor de jodenvervolging in het land te concretiseren. Hoewel de Wannsee-conferentie pas begin 1942 het definitieve antwoord op het Joodse vraagstuk gaf was men in Polen al lang begonnen met de voorbereidingen. Het grootste deel van de Joodse bevolking van Warschau en omstreken werd al enkele jaren stelselmatig in een getto gedreven. Dat bevond zich net ten westen van de oude stad in een in beslag genomen wijk. Drie jaar lang werden Joden er in vastgehouden en systematisch in bosjes naar het vernietigingskamp van Treblinka gestuurd. Velen werden meteen na hun aankomst vergast of geëxecuteerd. Medio 1943 brak bij de resterende uitgeputte bewoners een opstand uit. Voor de nazi’s was dit de gedroomde aanleiding om het getto helemaal te ontruimen. De grote middelen werden ingezet. Nauwelijks iemand werd gespaard. Het is haast ondenkbaar dat in deze dynamische wijk, waar vandaag moderne huizenblokken, puike wolkenkrabbers en bloeiende bedrijven uit de grond schieten, nog geen zeventig jaar geleden een half miljoen mensen werden geprepareerd om op een industriële wijze te worden afgemaakt. Dit alleen al maakt een bezoek aan Warschau noodzakelijk. De Poolse overheid brengt deze verschrikkelijke feiten voor de bezoeker keurig in beeld. Nooit zal het getto worden vergeten. Net zoals het tracé van de Berlijnse muur in de Duitse hoofdstad met stenen in de grond is vereeuwigd kan je in Warschau de grenzen van het getto volgen. Gedenktekens en plannetjes tonen hoe het er ooit uitzag. Het is tekenend voor deze stad: je kan gewoon niet om de tweede wereldoorlog heen. De horror van de oorlog is nergens zo tastbaar aanwezig als hier. Bijzonder aangrijpend.
Het getto is na de ontruiming dan wel helemaal met de grond gelijk gemaakt, een tweetal pakhuizen zijn om een of andere reden ontsnapt aan het inferno. Vandaag staan ze er nog steeds. Het zijn de laatste zichtbare getuigen van wat hier ooit is gebeurd. De lamentabele staat van de gebouwen maakt het nog zoveel realistischer. De overheid is gelukkig volop bezig met ze te verstevigen, maar hopelijk krijgen ze geen té ver doorgedreven restauratie. Deze gebouwen moeten niet in hun oorspronkelijke staat worden hersteld. In de huidige vorm zijn ze een blijvend litteken van de terreur die hier ooit plaatsvond. Het drama van Warschau is daarvoor te erg geweest.
Groen
De nieuwe wijk in het oude getto en de stalinistische huizenblokken stoppen aan de Marszałkowska, een grote weg en centrale noord-zuid-as van de stad, waaronder de enige metrolijn is gelegen. Het openbaar vervoer wordt hier nog hoofdzakelijk verzorgd door trams en bussen die weliswaar heel frequent de revue passeren. Vanop de Marszałkowska kan je alle richtingen uit. Aan de overkant van de avenue brengen veel Varsovieten hun zonnige zaterdag door in het Ogród Saski, het park van de Saksen. Het groen is omnipresent in de Poolse hoofdstad. Mensen zoeken er verkoeling of willen eventjes hun klamme flat in het zoveelste woonarsenaal verlaten. Parken zijn hier ideale plekken om stoom af te laten en de dagelijkse sleur achter je te laten.

Even bezuiden het centrum ligt nog een prachtig voorbeeld van hoe een park een stad kleur en leven kan geven. Het Park Łazienkowski – park van de koninklijke baden – is een collectie van paleizen, tempels en orangerieën in een klein bos en langs kaarsrechte kanalen. Het Pałac na Wodzie – paleis op het water – is het meest bekende en dateert uit de zeventiende eeuw. Honderd jaar later werd het even de residentie van de koning. Het paleis bevindt zich op een kunstmatig eilandje in een kanaal dat met twee kleine bruggen met het vasteland is verbonden. De bootjes in het meer en de pootjebadende Polen lijken recht uit een schilderij van een pittoreske plaats in het Lake District te zijn geplukt. Het belendende bescheiden amphitheater maakt het zelfs mogelijk om in dit idyllisch kader klassieke stukken op te voeren. De schoenmakers blijven bij hun leest: muziek is de roeping en specialiteit van de Oost-Europeanen. Bij het Chopin-monument speelt een pianist onder een baldakijn werken van de grote meester. Chopin 360°: honderden Polen zitten rond de pianist en genieten van dit zondagse intermezzo. Luidsprekers laten het geluid galmen in de rest van het park. Een audience is verzekerd, want vele gezinnen grijpen elke kans aan om hun warme flat op een zonnige zondag te verlaten. Een parkwandeling is beter dan te smelten op de tiende verdieping van het elfde huizenblok in het twaalfde district.

Ondanks alle romantiek is ook hier het meeste erfgoed niet meer origineel. Dat geldt a fortiori voor het oorspronkelijke stadscentrum, dat verdeeld is in de oude stad en de nieuwe stad. Het zuidelijke Stare Miasto dateert uit de dertiende eeuw en is een bevoorrechte getuige geweest van de bloei en het drama van Warschau. Het centrale plein, Rynek Starego Miasta, was lange tijd de spil van de stad waar het voornaamste handelsverkeer plaatsvond. Bij de heropbouw werden zoveel mogelijk restanten van de ruïnes gerecupereerd. Een steenworp verder, op Plac Zamkowy, staat de Kolumna Zygmunta – een aandenken aan koning Sigmund die de Poolse hoofdstad van Krakau naar Warschau verplaatste – en het voormalige koninklijk paleis. Het spreekt voor zich dat het in alle straten ertussen wemelt van kerken. De Katedra św. Jana – St.-Janskathedraal – is na de verwoesting tijdens de tweede wereldoorlog een stuk soberder heropgebouwd. Het front doet ons denken aan de Marktkirche St. Georgii et Jacobi in Hannover (baksteengothiek). De andere kerken zijn barok van aard, maar, we moeten het in den treure herhalen, het zijn replica’s van wat er ooit stond. Is het stadscentrum van Warschau daarom minder waardevol? De perfect gerestaureerde omwalling van de stad geeft het dan wel een extra artificieel tintje waardoor de non-believers het historische centrum van de Poolse hoofdstad minder kunnen smaken. Je moet inderdaad steeds in het achterhoofd houden dat het ooit zo geweest is, maar dan met andere stenen die door honderden arbeiders in mensonterende omstandigheden werden opgebouwd. Dit is een reconstructie die de perfectie benadert, maar uiteindelijk is ook ons geliefde Ieper op die manier niet naar de geschiedenisboeken verwezen.
Stare Miasto is via de Ulica Freta met de Nowe Miasto verbonden. Echt jong is ze – de totale vernieling en heropbouw tijdens en na de tweede wereldoorlog buiten beschouwing gelaten – niet: al op het einde van de veertiende eeuw was hier een woonkern, zij het als een aparte gemeente. Pas vierhonderd jaar later fuseerde Nowe Miasto met de rest van Warschau, wat onder meer resulteerde in de afbraak van het overbodig geworden stadhuis. Dit stadsgedeelte ontwikkelde zich tot een haast even mooi centrum als de oude stad, maar werd tijdens de tweede wereldoorlog evenzeer met de grond gelijk gemaakt. Gelukkig werd ook hier alles steen na steen heropgebouwd. Kerk na kerk. Het straalt bovendien nog een ander aspect van Warschau uit: net als overal elders is het hier kraaknet. Zelden zo’n propere stad gezien. Ook langs de Krakowskie Przedmiescie, de chique avenue met het presidentieel paleis en de universiteit, is geen vuiltje te bespeuren. Politie des te meer, want de arm der wet lacht hier niet met nozems allerhande. Ze houden terloops een oogje in het zeil bij de treurende aanhangers van Lech Kaczyński, de verongelukte president. Dag en nacht – jawel – bidt men er voor de poorten van het presidentieel paleis. Wenen en bidden.
Warschau is dus best de moeite om een weekend in te spenderen. Er is een goede low cost verbinding en het prijsniveau is er bijzonder aangenaam naar Belgische normen. Een copieuze maaltijd voor twee personen in een van de betere zaken kost hier omgerekend zo’n 35 euro. Wie de Duitse keuken lust zal ook hier lekkere avonden beleven, al moet je ook pikante Hongaarse soep kunnen appreciëren, want die is ruimschoots aanwezig. Kortom, ook culinair heeft Warschau ons kunnen bekoren, al moet je uiteraard bereid zijn grote hoeveelheden naar binnen te werken. De Poolse hoofdstad is desalniettemin een aanrader.