Onbekend België // Posted on 30 October 2007 by Peter Aspeslagh
Noem me maar een cynicus, maar in tijden van communautaire hoogspanning heb ik poolshoogte genomen bij dé symbolen van de wafelijzerpolitiek: het hellend vlak van Ronquières en de scheepslift van Strépy-Thieu. Ik wist niet dat het me ooit ging overkomen, maar moest de ganse dag aan Bart De Wever denken. De brave man had een tijdje geleden, in het aimabele gezelschap van Marc Reynebeau, eveneens een bezoekje gebracht aan een van de wonderen der Belgische technologie, meer bepaald de scheepslift van Strépy-Thieu. Hiermee wou hij het absurde karakter van sommige economische transfers aan de kaak stellen.

De scheepslift is een gigantisch bouwwerk en het grootste ter wereld in zijn soort. Op geen enkele andere plaats overbruggen schepen een dergelijk hoogteverschil in enkele meters. Het niveauverschil bedraagt 73,15 meter. De constructie sleepte 20 jaar aan (van 1982 tot 2002) en kostte wellicht miljarden en miljarden oude Belgische franken. Het impliceerde ook de aanleg van een nieuw en verbreed Canal du Centre, die het kanaal Brussel-Charleroi met Mons en het noorden van Frankrijk verbindt. Met de ene scheepslift werden een viertal andere, stukken kleinere liften vermeden. Of de kolos al dan niet weinig wordt gebruikt, kan ik niet bevestigen, maar gisteren zagen we alvast een schip de afdaling maken. Qua techniek is dit wellicht een meesterwerk, maar je kan natuurlijk vragen stellen bij de opportuniteit van dit alles. Als ik eens wat tijd heb pluis ik de Parlementaire Handelingen uit, want dit moet heel zeker tot pittige discussies in onze assemblée hebben geleid. Meer info kunt u hier lezen.

Nauwelijks twintig kilometer verder zien we een ander symbool: het hellend vlak van Ronquières. De laatste Henegouwse gemeente vóór Waals-Brabant, op een steenworp van Ittre (waar Marc Dutroux zijn dagen slijt en Ben Allal af en toe eens langskomt), herbergt een 1500m lange rail waarop schepen omhoog worden gehesen. Onder een hoek van 5 graden verscheept men de vaartuigen naar het vervolg van het kanaal Brussel-Charleroi dat 67,50m hoger ligt. Zowat iedereen stelde ook hiervan het nut in vraag, maar na een bouwperiode van 6 jaar werd het ding in 1968 effectief in gebruik genomen.

Zoals u kan zien slaat ook hier de tand des tijds toe. Hoewel de constructie voor toeristen perfect toegankelijk werd gemaakt, lijkt het hellend vlak zelf serieus aan restauratie toe. Ook de dakwerken, waarvan de bouwstijl ons duidelijk aan het verleden doet denken, zijn door roestvorming aangetast. Nochtans gaat het qua activiteit niet meteen de slechte kant uit. Jaarlijks worden er meer dan 5000 schepen bediend. Sinds de jaren negentig is er zelfs een toename te merken. Gelukkig maar, want dit moet opnieuw een enorme investering zijn geweest.
Ik wil onze Waalse vrienden hiermee niet lastig vallen. De streek heeft duidelijk geleden onder het economisch verval. De mensen kijken hier blijkbaar enorm op naar hun twee wereldwonderen. Of het sop de kool waard was valt te betwijfelen. Misschien kunnen de heer Reynders en mevrouw Milquet in hun vrije uurtjes nog eens een kort bezoekje brengen aan Strépy-Thieu en Ronquières vooraleer hun eisen op tafel te leggen. Wallonië verdient een échte economische relance.