Veertien jaar

Autosport // Posted on 01 May 2008 by Peter Aspeslagh

Eén mei staat over het algemeen bekend als de Dag van de Arbeid, maar voor autosportfans is het vooral de dag waarop de wereld in 1994 eventjes stil stond. Op die vermaledijde zondag verloor de Formule 1 haar halfgod, genaamd Ayrton Senna. Time flies: het is vandaag dag op dag veertien jaar geleden dat de man zich in het Italiaanse Imola zo hard pijn deed dat geen hulp meer kon baten.

Nadat Senna’s eeuwige rivaal Alain Prost eind 1993 zijn helm aan de haak had gehangen kreeg de Braziliaan eindelijk een superieure Williams-Renault in handen waarmee hij na drie jaar terug om de wereldtitel kon vechten. In 1992 kwam hij nauwelijks in het spel voor, terwijl zijn McLaren-Ford het jaar daarop op kapitale momenten veel te traag was, hoezeer hij ook schitterde in de GP van Europa in Donington. Hij had op een ondergeregend Brits circuit iedereen op een ronde gezet; rivaal Alain Prost moest maar liefst zeven keer naar de pits (!) en werd in een rechtstreeks duel op een overgetelijke manier vernederd. Senna won ook in Brazilië, Monaco, Japan en Australië, maar Prost had al in het Portugese Estoril, de op twee na laatste race, de wereldtitel in handen.

1994 zou het jaar van Senna worden, maar nog voor de seizoensstart in Interlagos ging een en ander verkeerd. Hoewel hij schijnbaar op zijn dooie gemak naar een vierde kampioenschap zou rijden, was Senna na de wintertests niet helemaal overtuigd van het potentieel van de Williams-Renault FW16. De wet van de remmende voorsprong had wellicht toegeslagen: door hun superioriteit van de voorbije jaren was men minder aandacht gaan besteden aan het innovatieve aspect. Men was niet ter plaatse blijven trappelen, maar Senna had er meer van verwacht. Ook elders was het niet al koek en ei. Bij Benetton-Ford was de Fin JJ Lehto ternauwernood aan de dood ontsnapt tijdens een crash. Met een lichtjes gebroken nek zat de man eventjes in de lappenmand.

Desalniettemin kon Senna in Interlagos, voor eigen fans, met gemak naar de pole rijden. Hij werd daarbij op de hielen gezeten door dat jonge, 25-jarige talent, genaamd Michael Schumacher. De Benetton-Ford van de Duitser, nu niet meer in het Camel-geel, maar in het keurige groen-blauw van Mild Seven en Benetton, bleek een reële concurrent te zijn. Senna leek echter voor zijn thuispubliek makkelijk naar een overwinning te rijden. Tot vijftien ronden voor het einde was het enige wapenfeit van de race een verschrikkelijke crash van debutant en Nederlander Jos Verstappen, die zelf tijdelijk het stuurtje van de man met de gebroken nek, JJ Lehto, had overgenomen. Na een duwtje van de Noord-Ier Eddie Irvine werd onze noorderbuur nonchalant de lucht in gekatapulteerd. Irvine hield er een schorsing van enkele races aan over. Maar goed: iedereen kwam ongedeerd uit het ongeval en dat was dat.

De Brazilianen speelden nog wat met special effects, zoals een hartslagmeter die live het aantal slagen per minuut van hun held, Ayrton Senna, registreerde. Wij konden zien dat dit tot 150 eenheden per minuut opliep en dat steeg nog toen Senna een vijftiental ronden voor het einde eventjes concentratie verloor en een pirouette maakte. Over en uit. De Braziliaan had zijn motor laten uitvallen en dat betekende het einde van de race. Een F1-wagen kan immers niet autonoom worden gestart. Schumacher nam de leiding over en won met gemak.

Enkele weken later was het circus naar het Japanse Aida afgezakt. Bernie Ecclestone had een leuke cheque ontvangen van de heer Tanaka, die eigenaar was van een klein circuit op een onherbergzame plaats op de archipel. Geen nood: de cheque was groot genoeg om een licentie én Grand Prix te krijgen. De piste was nog geen vier kilometer lang, had nauwelijks inhaalmogelijkheden en een kleine pitstraat, maar ontving toch het grootste spektakel ter wereld. De race werd “Pacific Grand Prix” gedoopt, want de GP van Japan was immers aan Suzuka toegekend. Niemand was ooit al op de plaats geweest of had er gereden. Of toch: debutant Roland Ratzenberger (Simtek-Ford), een jonge Oostenrijker, was hier met een Japanse raceserie al langs geweest, maar de snelheid en souplesse van die wagens waren niet te vergelijken met een F1-bolide de dato 1994.

Opnieuw realiseerde Senna de pole. Ik herinner me dat ik zowel op vrijdag als op zaterdag vroeg was opgestaan om de kwalificaties te volgen. Die waren toen nog over twee dagen gespreid. Het reglement was simpel: de snelste tijd op vrijdag of op zaterdag telde. Was het droog op vrijdag en regende het op zaterdag, dan werd enkel met de tijd van vrijdag rekening gehouden. Het kwam er dus op aan om op beide dagen een zo snel mogelijke tijd te realiseren. Daarom diende ik ook twee dagen op een vroeg uur uit de veren te zijn, maar gelukkig was het paasvakantie dus dat verzachtte de pijn enigszins. Maar niet getreurd: Senna stond weer vooraan.

Op zondag mistte hij zijn start compleet. Het kleine circuit maakte het zo chaotisch dat hij in de eerste bocht met de Ferrari-stand-in Nicola Larini ineenhaakte. Larini verving Jean Alesi, die zich ook al tijdens testritten had verwond. Zijn optreden was van korte duur. Samen met de voormalige wereldkampioen droop hij af. Schumacher won opnieuw en dat voor de Ferrari van Gerhard Berger en de Jordan-Ford van Rubens Barrichello, de enige nog actieve piloot die er toen al bij was. Het was voor Rubinho zijn allereerste podiumplaats.

Bij het Europese seizoensbegin, in Imola ter gelegenheid van de GP van San Marino, keek Senna al tegen een achterstand van 20 punten aan. Hij stond onder druk, want Williams kon het zich niet veroorloven om door dat jonge Duitse talent te worden overtroefd. Senna voelde zich bovendien niet goed in zijn vel. Hij miste de sfeer van bij McLaren, waar hij toch zes seizoenen voor had gereden. Bovendien had hij er een goede relatie met teambaas Ron Dennis opgebouwd, wat een niet te onderschatten voordeel is in een harde wereld als de F1. In de nieuwe Williams-omgeving probeerde hij – sorry – zijn draai te vinden. Een deficiet van twee overwinningen was niet bevorderlijk voor het zelfvertrouwen.

Op vrijdag was het meteen raak. De jonge Rubens Barrichello, een persoonlijke vriend van Senna, maakte een doodssmak tegen de bandenmuur. Behalve een stijve nek en een momentje van bewusteloosheid kwam Barrichello er met de schrik van af. Wisten wij veel dat dit het allerlaaste sprankeltje geluk was vóór twee dramatische dagen…

Op zaterdag kwam de kwalificatie traag op gang. De eerste wagen die het circuit betrad was de Simtek van debutant Roland Ratzenberger – de breedlachende debutant die als enige ervaring op het circuit van Aida had. Hij legde een outlap af, draaide de rechte lijn op en kwam op snelheid om de langgerekte Tamburello-bocht op volle kracht te nemen. Dit lukte aardig, maar toen zag ik een stuk van de achtervleugel van de wagen wegvliegen. Het resultaat kan u raden. In de daaropvolgende bocht, de Villeneuve-bocht, verloor de wagen alle grip en ging rechtdoor, met alle gevolgen van dien. Toen ik zag dat de marshalls de man hartmassage toedienden wist ik hoe laat het was. Vreselijk om live op tv iemand te zien sterven. Een uur later las ik op teletekst – van het internet was nog geen sprake – dat de man overleden was. Voor het eerst sinds 1986, toen de Italiaan Elio de Angelis tijdens testritten op het circuit van Le Castellet verongelukte, stierf iemand in een F1-wagen. In race-omstandigheden was dat al van 1982 geleden, toen een andere Italiaan, Ricardo Paletti, op de startgrid in Montréal werd verpletterd. Senna had op vrijdag de pole gereden en daar bleef het bij. Met de crash van Ratzenberger was het spektakel op zaterdag voorbij.

Senna belde die namiddag verschillende keren met zijn vriendin in Portugal, Adriana Galisteu. Hij was erg geschrokken door de gebeurtenis en zag het niet meer zitten. Hij dacht aan stoppen, maar goed: dit was F1 en daar is geen ruimte voor impulsieve beslissingen. De ganse paddock was in shock. Niemand had zin om de dag nadien de GP van San Marino te rijden, maar het volk wilde een race. Daar kon zelfs Bernie niet tegenop.

In de warm-up op zondagmorgen volgde de Franse commerciële zender TF1 Senna een rondje met een camera die op de wagen was gemonteerd. De Braziliaan gaf tijdens het rijden via de radio commentaar bij de bochten. Als inleiding sprak hij zijn oude rivaal, Alain Prost, toe: “First of all, I want to say hello to Alain. Alain, we all miss you…”.

Na een briefing en een maaltijd werden de wagens naar de start grid geleid. Senna mediteerde wat in de wagen, zoals we dat van hem gewoon waren. De start eistte een opperste concentratie en daar had de Braziliaan nood aan. Om 14u02 schoten de wagens uit de startblokken, maar een crash met de onfortuinlijke JJ Lehto – de man die enkele maanden voordien zijn nek brak en in Imola zijn comeback maakte – bracht de pacecar op het circuit. Enkele rondjes lang was het treintje rijden, waarna de meute weer ging racen. Senna verzilverde zijn pole, op de voet gevolgd door Michael Schumacher. Om 14u18 reed hij plots rechtdoor daar waar het circuit een bocht naar links maakte. Het was over en uit.

Enkele dagen later werd Ayrton Senna in Sao Paulo begraven, in aanwezigheid van vriend en vijand, waaronder Alain Prost. Meer dan een miljoen mensen begroetten de stoet langs het tracé van de begrafenis naar de laatste rustplaats. Veertien jaar geleden…

Share

Leave a Reply

Twitter

Absoluut geen fan, maar manier waarop Ludo VC verhaal deed was best indrukwekkend.Voilà, zo was het, en nu terug naar orde vd dag #koppen