Zuiderzeetocht 2010 // Posted on 07 February 2010 by Peter Aspeslagh
Bij het ochtendgloren is Groningen een verlaten stad. We zagen het vorig jaar al in Den Haag: in Nederland moet je op zondag voor elf uur ‘s ochtends geen wonderen verwachten. Of toch: een ruim koffiehuis had de ogen al geopend en kon ons nog enigszins oplappen, want zelfs op de dag des heren is het in het hoge noorden bijtend koud. De geur en de temperatuur van de koffie zijn een vorm van genade.
De stad van Aletta
De stad en bij uitbreiding de gelijknamige provincie liggen in een uithoek van het land. Als Friesland al een andere wereld is, dan is Groningen the world beyond. Het behoort nu wel tot Nederland, maar is lange tijd een relatief onafhankelijk specimen geweest. Als Hanzestad kon Groningen in de middeleeuwen mee profiteren van een groot handelsnetwerk in noord- en oost-Europa, maar haar eigen uitstraling ging niet veel verder dan de omliggende gebieden, waar ze wel effectief iets over te zeggen had. Tijdens de Republiek was Groningen dan wel een pars pro toto, maar in realiteit bleven ze Stadjers, zoals ze zichzelf noemden, grotendeels hun eigen gangetje gaan met de grote Martinitoren als symbool van hun eigen macht.
Groningen heeft al sinds 1614 een universiteit. Vandaag de dag studeren er vijftigduizend studenten in de stad en dat is er aan te zien. Het academiegebouw kan de vergelijking met de Leuvense collega goed doorstaan. Je kan er bovendien in de vele boekhandels een volledige zaterdag vullen. Op het plein voor één van de colleges is een standbeeld aan Aletta Jacobs gewijd. Haar rol in de gelijkberechtiging van vrouwen bij de noorderburen is nauwelijks te overschatten. Aan de Rijksuniversiteit van Groningen werd de arts in 1879 de eerste gepromoveerde vrouw van het land. Daar worden de huidige studenten nog elke dag aan herinnerd, want het standbeeld staat midden in een buurt waar het ene studentencafé het andere opvolgt. Het is niet meer dan normaal dat de Belgische bieren hier hun Nederlandse equivalenten verdringen. In dit land heeft men toch enige smaak als het over het gerstenat gaat: indien mogelijk laat men eerder een bier van de zuiderburen inschenken dan dronken te worden door de Heinekens van deze wereld. Jammer, maar helaas…
Friesland
In Leeuwarden, de hoofdstad van Friesland, wordt een constante haast tot in het extreme doorgetrokken. We zagen al eerder dat je in de historische centra van Nederland ver moet zoeken om een niet-verzakt gebouw te vinden. In het hoge noorden is het niet anders, zij het dat het hier wel erg opvallend is. De Leeuwardse Oldehove, een nooit afgewerkte kerk die enkel een toren telt, heeft aan de top een inclinatiegraad van twee eenheden. Het moet niet elke dag Pisa zijn.
Het stadscentrum is opnieuw bijzonder puik, maar dat is het zoals in alle andere Nederlandse steden. Steeds komt hetzelfde stramien terug: straten met bordeaux klinkertjes, kleine verzakte huisjes, grachten, bruggetjes en fietsen die je net niet de dood injagen. Een rijk cultureel patrimonium, een spectrum aan erfgoed van de meest uiteenlopende christelijke denominaties, getuigen van een Joodse aanwezigheid. Rond dat centrum liggen meestal moderne kwartieren, uniforme wijken en zones waar verdomd veel activiteit is. Leeuwarden heeft bovendien – en dat kunnen weinige steden in Nederland zeggen – al een poging tot creatie van een skyline ondernomen. Je kan de stad al van in de verte zien liggen, want de Achmeatoren is niet minder dan 114 meter groot en meteen het hoogste gebouw van noord- en oost-Nederland. We kunnen maar hopen dat de toren nog wat broertjes en zusjes krijgt.
De borden langs de snelweg herinneren de modale bezoeker er al snel aan dat de Friezen een eigen taal en cultuur hebben. Plaatsnamen à la Sexbierum, Stiens, Dongjum en aanverwanten zijn niet meteen voor de hand liggende toponiemen. Met een verwijzing naar Franeker kunnen we niet anders dan terugdenken aan die mooie winterse dagen waarin de Elfstedentocht Friesland op de wereldkaart zette. Als kind keek ik met veel belangstelling naar de bevroren kanalen en kanaaltjes waar dappere mannen en vrouwen tweehonderd kilometer lang met de schaatsen over gleden. De figuur van Evert Van Benthem, de lokale boer die de helletocht twee jaar na elkaar won (1985 en 1986), is uitgegroeid tot een icoon van de streek. Het is alweer van 1997 geleden dat de laatste Elfstedentocht werd georganiseerd. Het is bijzonder moeilijk om een moment te vinden waarop het ijs overal aan de ideale condities voldoet.
Afsluitdijk



Op deze tocht keken we met bijzondere aandacht uit naar de constructie die de Zuiderzee definitief naar het verleden verwees. Door de aanleg van de Afsluitdijk splitste de binnenzee in enerzijds het IJsselmeer, aan landszijde, en anderzijds de Waddenzee, die het water naar de Noordzee leidt. Cornelis Lely, het brein achter de operatie, mocht het zelf niet meer meemaken, maar zijn invloed op het moderne Nederland is enorm. Zoals dat toen de gewoonte was heeft men de man uit dank langs de weg een standbeeld gegeven. Die weg is een autosnelweg met twee keer twee rijstroken. Op de dijk aan de Waddenzee-kant kan nu gewandeld en gefietst worden, maar oorspronkelijk was het de bedoeling om parallel aan de snelweg een spoorverbinding aan te leggen. Die is er uiteindelijk niet gekomen. In het Visitors Center kunnen we alles nog eens nalezen. De ijskoude temperatuur, de mist en het half bevroren IJsselmeer gaven ons bezoek een speciaal cachet. Het harde labeur van de arbeiders die hier dag in dag uit land op zee wonnen moet in dit soort weersomstandigheden haast onmenselijk zijn geweest.
Noord-Holland
De Afsluitdijk brengt je van Zürich (sic) in Friesland naar het dorp Wieringen de provincie Noord-Holland. De belendende Wieringermeerpolder was één van de eerste morzels land die op de Zuiderzee werd gewonnen, want zo heette de plas toen officieel nog. Enkhuizen, dat wat verderop aan het IJsselmeer ligt, is sinds midden jaren zeventig via een dijk verbonden met Lelystad op Flevoland. De zogenaamde Houtribdijk splitst het IJsselmeer de facto in twee. Het zuidelijke deel noemt men doorgaans het Markermeer, dat oorspronkelijk ook moest worden ingepolderd, maar zover is het alsnog niet gekomen. De Houtribdijk zorgt alvast voor een betere ontsluiting van Lelystad, dat hierdoor via een autoweg met Noord-Holland is verbonden. Zo hoef je vanuit Flevoland niet langs het drukke Amsterdam te rijden om een bezoekje te brengen aan Alkmaar, Hoorn, Enkhuizen, Haarlem, IJmuiden of Den Helder. Ook een trip langs de Afsluitdijk zou iets te veel CO2 op de zilte zeelucht loslaten. Slimme kerels, die Nederlanders.
In de zeventiende eeuw profiteerde Enkhuizen van de grote activiteit van de West- en Oost-Indische Compagnie om met verre streken handel te drijven, maar een kleine honderd jaar later was het allemaal voorbij. De haven verzandde en ondertussen was Amsterdam de spil van het economisch leven geworden. Lange tijd had Enkhuizen de grootste haringvloot van Nederland, maar met de aanleg van de Afsluitdijk verdween ook die bedrijvigheid. Het pittoreske centrum heeft er echter een toeristische trekpleister van gemaakt, waar onder meer het Zuiderzeemuseum meer duiding moet geven over wat hier de voorbije eeuwen is gebeurd. De zogenaamde Drommedaris kijkt uit op het mooie haventje. Het imposante bouwwerk moest de infrastructuur verdedigen. Tegenwoordig is het een cultureel centrum.
Ook Hoorn, ten zuiden van Enkhuizen, werd rijk door de aanwezigheid van de diverse compagnies. Meer zelfs: twee van haar zonen, Jacob le Maire en Willem Cornelisz Schouten, voeren als eerste rond het zuidelijkste punt van Zuid-Amerika, dat tot op de dag van vandaag Kaap Hoorn is genoemd. De stad domineerde de streek, maar verloor, net zoals Enkhuizen, vanaf de achttiende eeuw haar welvaart, maar een eeuw later maakte Hoorn een comeback. Het werd een centrum van kaasproductie en profileerde zich als dienstencentrum van de streek, zodat de stad boven de IJ opnieuw incontournable was. Hier moeten we nog eens terugkomen, want in Hoorn is een bijzonder groot arsenaal aan erfgoed beschikbaar. We affronteerden de stad door er maar een uur aanwezig te zijn, maar zagen desalniettemin een mooie haven en een rijk centrum. In die haven domineert de Hoofdtoren de skyline. Het is een indrukwekkende restant van de vestingen rond de stad.
Cirkel
Een half uur later stonden we alweer in Amsterdam. De tijd was beperkt, de afstanden klein. Onze cirkel was rond. In twee dagen tijd hadden we met een sneltreinvaart een deel van Nederland gezien. Een weekendje Zuiderzee toont aan waartoe men in Nederland in staat is. Met visie kan je de natuur de baas. Uiteraard is daar wat gepalaver voor nodig geweest, maar uiteindelijk heeft men een duidelijk doel voor ogen gehad en dat consequent uitgevoerd.
Toen de IC terug de Belgische grens overstak maakte enige moedeloosheid zich van mij meester. Een tunnel of een brug? Een eengemaakte politiezone om de hoofdstad van Europa in de hand te houden? Het splitsen van een kiesarrondissement? Communautair geladen of niet communautair geladen? Actie!